clubgerrit.nl
1e hulp bij fietsreizen
2015 Cuba 2: Pinares de Mayarí - Baracoa

Dag 5: de langste weg

De etappe naar Moa is 122 km lang maar niet extreem moeilijk. Na de afdaling voornamelijk asfalt, wat heuvels maar niet lang klimmen.

 

Hier op de rode Veluwe kwam eerst een man op een paard tevoor schijn en even later uit de verte een ander. De manier waaerop ze naar elkaar toerijden doet onvermijdelijk denken aan een beeld in talloze films: This dirtroad ain't big enough for the both of us.

Behalve afgedwaalde koeien was er nog een interessant natuurverschijnsel dat je op de Veluwe niet tegenkomt: de koereigerboom.

Hoewel het in de regel sneller gaat dan omhoog lijkt de afdaling over de weg waarover je al geklommen hebt veel langer. Je verbaast je er over hoeveel je blijkbaar achter elkaar hebt kunnen klimmen. Hier is rechts rijden overigens de regel maar waar de weg ruig is worden de meest vlakke randjes opgezocht.

In Mayarí is het leven in de vroege ochtend als het nog betrekkelijk koel is in volle gang. Stress is hier echter ver te zoeken. 

De 123 volgt in grove linen de kust op een afstandje maar loopt ook over de uitlopers van de bergen van het Nationale Park Pico Cristal.


Het dorp heet Playa Tanamo maar van een echt strand is geen sprake. Wel van een verkoelende duik op het heetst van de dag hier in de baai vanaf deze kiezelstrook tussen de magrovebomen die we volledig voor onszelf hebben.

Nou ja, niet helemaal voor onszelf. ook deze plevieren maken gebruik van het kiezelstrand waarin ze visueel nagenoeg verwijnen.

Als we landinwaarts rijden zijn de bergen van de Pico Cristal goed zichtbaar.

Hoe meer we naar het oosten rijden hoe rustiger de weg wordt. 

Al voor het binnenrijden van de industriestad Moa worden de zegeningen van de zware industrie op een stenen bord breed uitgemeten. Ook Che is er weer bij.

  

Er is één hotel maar wel een flinke, hotel Miramar dat wordt gerund door het staatsbedrijf Islazul. Geen zee te zien maar wel een bar bij het zwembad dat een Hopperiaanse charme laat zien.

 

Dag 6: natuur en strand


Een trip van uitersten: van de zware industrie van Moa naar het nationale Park Alejandro Humboldt, het park met de hoogste biodiversiteit van Cuba, en het fabelachtige strand van Maguana.

  

'Socialisme of de dood' staat er bij het uitrijden van de bebouwde kom van Moa, Che is er weer en twee arbeiders met helmen bij een hijskraan en een soldaat en ook de fantastische gezondheidszorg wordt gememoreerd. Verder zien we een vliegtuig, fabrieken en schoorstenen en een sportstadion. Maar zijn dat mobiele telefoons, daar tussen de arbeiders en Che? Wellicht heeft het te maken met de kobaltwinning hier, een belangrijke delfstof voor de mobiele telefonie. Het paneel helemaal rechts van een bungalow met palmbomen is een echte vreemde eend in de bijt. Die hoorde eerst bij een ander bord.

Links lijken de man met tas en de vrouw met de roze parasol en groene broek gewoon op weg naar kantoor maar rechts speelt zich een soort volksopera af. De kleineman rechts oreert met luide stem en breed handgebaar maar moeder stapt stevig door znder dat hij indruk op haar lijkt te maken. De man in het midden loopt met zijn armen zwaaiend achter zijn vrouw aan die de indruk maakt alsof ze hem niet meer wil horen en stevig gaat zij haar eigen weg. Zo werkt het tussen man en vrouw in het algemeen in Cuba.

Als we de stad uit zijn rijden we pas echt door de industriële zone. We passeren hier zelfs bordjes met verboden te fotograferen. Dit is het oude Cuba van voor 2000.

De overgang tussen industrie en natuur is hier in beeld. De rest van de dag alleen nog maar mooie plaatjes. 

We moesten van de onverharde weg af om in het dorp Yamaniguey te komen. Dat was een plaats waar nooit een buitenlander binnenkwam. Op een steiger in de zee speelden twee jongens;

mooie gekleurde houten huizen in weelderig groen op de weg er naar toe.


De weg golft op en neer door het prachtige groene park, soms een flink eind van de kust en soms er vlak langs

 

 

Nationaal park Alejandro de Humboldt is gelegen in de provincies Holguín en Guantánamo. Het Nationale Park is vernoemd naar de Duitse wetenschapper Alexander von Humboldt, die het eiland in 1800 en 1801 bezocht. Het park heeft een oppervlakte van 711,38 km². El Toldo is met zijn 1.168 m het hoogste punt van het park.

 

Zestien van de achtentwintig inheemse plantensoorten worden in het park beschermd. De aanwezige fauna in het park bestaat uit verschillende soorten Papegaaien, Kolibri's, Hutia's en de met uitsterven bedreigde Almiqui

 

Het park staat sinds 2001 op de werelderfgoedlijst van UNESCO


de dorpen zijn schaars hier in het nationale park. Hier het dorp Nubijon.

Playa Maguana is een kilometer of 20 ten noorden van Baracoa gelegen. Hier komen voornamelijk Cubaanse bezoekers uit de omstreek. Voor massaal toerisme is het veel te ver van de gebaande paden.

Je moet om er te komen door een soort bos heen. Hier is een man met zijn ossenkar binnengereden om zijn groentes en kruiden aan de man te brengen,.


Playa Managua,heeft een koraalrif 180 meter in zee.
Er is is een klein, intiem maar prijzig hotel 
Villa Maguana met een privé-strook strand en een lokaal restaurant aan de andere kant van het strand.

Dit is een prachtig gebied voor natuurliefhebbers die het nabijgelegen biosfeerreservaat en de UNESCO Werelderfgoedlocatie Cuchillas del Toa kunnen verkennen, om er te zwemmen en vissen in rivieren, waaronder de Toa, Duaba, Miel en Báez.

De rivier de Miel 

Niet  ver ten  noorden van Baracoa zijn stele rotswanden waarin ook inscripties van Taino's. Hoewel er jarenlang werd aangenomen dat de Taino's i in het hele Carribische gebied zijn  uitgestorven, is er groeiend bewijs dat juist hier in de regio er nog volledige gemeenschappen van Taino-afstammelingen leven in de bergen.

De onvolprezen casa colonial van Yalina y Gustavo, de al even onvolprezen gastvrouw en -heer van de beste casa in town. Vooral ook blijven eten hier en vragen een buffet te maken: Kreeft, vis in kokos, kip, vergatarische gerechten, het kan niet op en ongelooflijk lekker. Zolang de staat de prijzen bepaalt - elke casa hetzelfde tarief - zit je hier natuurlijk voor een koopje. Zit daarom wel het hele jaar vol, dus tijdig reserveren.

vanaf het dak kun je over de rommelige aanbouwtjes de zee net zien

Als de hitte minder wordt en de avond gaat vallen zit heel Cuba op de vernda te genieten van de buitenlucht. De jongens voetballen op blote voeten.

'Vrouw is revolutie' is de klandestiene tekst die hier overigens keurig en niet gehaast op de stoeprand is geschilderd. Dan is het mooi als er een 'lady in red;  voorbijkomt op de fiets.

Hier het voetgangersgebied en de centrale uitgaansstraat van Baracoa met links het huis van de cacao, een prachtig café met allerlei chocolade specialiteiten.

In het casa de la trova staat de traditionele Cubaanse muziek, zoals son en sol, centraal. Er wordt iedere dag opgetreden door grote en kleine ensembles. Je kunt er luisteren maar ook dansen.

Dag 7: Eindelijk een rustdag

Het is erg prettig om niet te hoeven pakken, opladen en wegrijden zo af en toe maar om de boel de boel te kunnen laten en het vooruitzicht te hebben de dag door te brengen zonder kilometers te hoeven maken. Zeker in een oord als Baracoa.



 

Baracoa, bijgenaamd La Ciudad Primera, is de meest oostelijke en oudste stad van Cuba. Het is populair onder toeristen vanwege zijn inheemse verborgen unieke lokale cultuur, zijn verrassende lokale keuken en natuurlijk vanwege zijn omgeving van regenwoud en zijn chocolade.

 

Afgeschermd door zware bergen aan de ene kant en de Atlantische Oceaan aan de andere kant, is Baracoa van oudsher geïsoleerd van de rest van Cuba; tot 1960  kon het alleen worden bereikt vanuit zee. Deze isolatie heeft bijgedragen aan de unieke identiteit Baracoa.

 

Er wordt aangenomen dat het Baracoa is waar Columbus voor het eerst is geland op Amerikaanse bodem, waardoor het echt de eerste stad is van het moderne Amerika. Baracoa is formeel opgericht als de eerste van Diego Velazquez ‘ nederzettingen in 1511, en was de hoofdstad van Cuba tot 1515, toen de hoofdstad werd verplaatst naar Santiago wat voor een deel is te wijten aan Baracoa’s  ligging. In de eeuwen daarna heeft Baracoa zich los van de rest van Cuba ontwikkeld. Franse kolonisten op de vlucht voor de revolutie in het nabije Haïti vonden  het klimaat ideaal voor de teelt van chocolade en de stad werd daardoor een agrarisch centrum. In de aanloop naar de revolutie van 1959 waren de burgers van Baracoa bijzonder ondersteunend en behulpzaam (zoals in het algemeen geldt voor Oost-Cuba) en werden ze beloond met de voltooiing van een weg naar Guantánamo dat het einde betekende van meer dan vier eeuwen van isolatie . Vandaag heeft Baracoa vooral een grote agrarische functiwe voor Cuba, met al Cuba's chocolade afkomstig uit de omgeving, en is het ook een groeiende bestemming op de Cubaanse toeristische route.

Playa de Miel, genoemd naar de gelijknamige rivier


De rivier de Miel mondt uit in zee aan het eind van het bruine zandstrand

Het is een paar km breed

en omzoomd door kokospalmen













Reacties

Log in of maak een profiel aan op deze site
Als je inlogt of een profiel aanmaakt op deze site kun je sneller reageren en worden je reacties automatisch geupdate met je nieuwe gegevens als je die aanpast. log nu in/schrijf je nu in 
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Vul deze captcha in
Dit is een verplicht veld