clubgerrit.nl
1e hulp bij fietsreizen
2015 Cuba - 1: Holguin - Pinares de Mayarí

Na Korean and Turkish Airlines is Arke toch even slikken. Het is fijn om rechtstreeks te vliegen maar de service is bepaald niet groots en een vliegtuig vol landgenoten op weg naar 14 dagen all inclusief blijft ver weg van mijn ideale manier van reizen. De aankomst op Holguin en vooral de afhandeling van de formaliteiten valt allemaal erg mee. Geen rigide communistisch gevraag noch ongeïnteresseerdheid maar een douane gebied met douaniaires met korte rokken en netkousen die je vriendelijk toelachen.

Buiten staat de taxi al te wachten en er passen 7 gevulde fietsdozen op een oldtimer chevrolet. Geld halen - convertibles - bij het enige open loket is wel problematisch. Het hele vliegtuig staat in de rij en er is 1 loket open. Bovendien worden de forse stapels 3 x nageteld. Caribisch onthaasten valt niet mee met 300 Nederlanders in een rij. De taxi wacht geduldig.

La Casona is huiselijk en het oude echtpaar dat de zaak runt heel hartelijk. Hij spreekt heel langzaam Spaans zodat ik het kan volgen. Hij laat kaartjes zien van alle gasten van de laatste tijd die hij zelf heeft gemaakt met foto, Cubaanse vlag en vlag van het land van herkomst. In de tuin sleutelen we de fietsen weer in elkaar bij het minizwembadje. De volgende ochtend na het onbijt. De fietsenmakers buigen het padje van mijn derailleur weer zodanig recht dat het weer schakelt. Een titaniumfiets heeft geen titanium derailleur. Daar hebben de Rohlofs hun gelijk al gehaald.

Van dat slechte eten in Cuba klopt niets. We hebben overal overvloedig ontbeten en doorgaans heel goed gedineerd. ook in La Casona was het ontbijt voor een fietser gemaakt met fruit, pannekoekjes, eieren, vleeswaren, geroosterd brood en koffie. Lekker veel spullen achtergelaten in de Casa.

Dag 2: inrijdetappe naar Gibara


Na de zegen van Che, de eeuwige heilige in dit land, zijn we op weg voor een korte etappe naar de kust. Che zie je overal, op posters, op schilderijen, op borden langs de weg, in alle propagandamaterialen van de regering. De Castro's zijn helemaal niet aanwezig in het straatbeeld, maar Che is overal.

We raken al in de eerste honderden meters clubleden kwijt die niet snel genoeg meedraaien in de eenrichtingsverkeersstraatjes van Holquin. Het duurt een half uur voordat we echt weg zijn. In de straten van Holguin rijden aardig wat oldtimers maar druk is het niet in de smalle straten.

In Velasco is onze eerste stop. Bij een fruitstal kunnen we lokale pesos inslaan. De koers is 1 op ruim 20 en dan wordt het erg goedkoop. Ik betaal met 10 CUC, de convertibel pseo die gelijk is gesteld aan de dollar, en krijg behalve mandarijnen en mango's een flinke stapel lokale pesos. Een mango kost op deze manier nog geen 20 cent.

De schoolmeisjes in Cuba hebben kortere rokjes dan in de Filipijnen. Ook hebben ze wat all vrouwen in Cuba hebben een zelfbewuste en sexy uitstraling. Ik denk dat je hier als schooljongen sterk in je schoenen moet staan in een schoolklas als die hieronder. 


Auto's zijn zeer schaars op de Cubaanse wegen en op de onverharde wegen zie je ze helemaal niet buiten de truck die hier als openbaar vervoer dienst doet. Brommer, motor, ruiter te paard of muilezel en paard en wagen (ook vaak een muilezel) zijn de belangrijkste vormen van vervoer.

Als we een man spreken met een fiets vol ijsjes die hij onderweg verkoopt waarschuwt hij ons voor het verkeer verderop als we de 'grote' weg tussen Holguin en Gibara bereiken. Dat doen menen veel, waarschuwen voor het verkeer. Ook borden doen dat, terwijl ook op die grote weg nauwelijks auto's rijden. Een paradijs voor fietsers, dit land.

Op mijn GPS volgen we de weg die naar Gibara loopt en verder niet langs dorpen. Als we deze mooie weg door het bos eenmaal een tijdje hebben gevolgd stuiten we op een hek en veel militairen die ons zeggen en gebaren om terug te keren. Hier is geen doorgang. De weg leidt over militair terrein. We rijden twee kilometer terug en vinden een doorsteek naar de weg die onderlangs loopt langs enkele dorpen en uiteindelijk op de weg naar Gibara uikomt.


We rijden na een korte afdaling langs de kust Gibara binnen, het charmante koloniale witte stadje dat veel te lijden heeft gehad van een verwoestende orkaan in 2008. Twee meisjes kijken uit over de brede baai vol kleine vissersbootjes.

We nemen onze intrek in Los Hermanos, een mooie casa in het centrum gevestigd in een vroeg 19-e eeuws pand met een grote binnenplaats en daar omheen 6 kamers. Er is ook een grote tuin.


Vanuit de bovenkamers zien we een Cubaanse Amazone, een papegaaiensoort uniek voor Cuba

 

 

 

 

 Gibara is een stadje van 72.000 inwoners. Het is door de Spanjaarden opgericht in 1817 op een prachtige plek die door Columbus 'de mooiste plek ooit door mensen aanschouwd'  werd genoemd. De stad bezit een goed geplande opzet van zijn straten, huizen en parken. Gibara is in 2002 tot nationaal monument uitgeroepen en is sinds 2003 de zetel van een internationaal filmfestival. Hier een zicht op de stad vanaf het Mirador, waar een café restaurant is gevestigd.

De winkels in Cuba zijn vrij van reclame-uitingen en dat geeft een rustig maar voor ons haast bevreemdend beeld. Hier in de apotheek geen posters maar alleen schappen met doosjes. Genoeg personeel ook, wel drie voor één klant.

Bij de kapper, in zijn mooie blauw geschilderde houten huis, kijkt Che toe

's avonds een band in witte pakken die bekende en onbekendere son en sol nummers brengt. Er is ook een tafeltje met jonge bezoekers die tussen de tafels gaan dansen.

 

Dag 3: door de modder


Er zit een opwaartse lijn in de moeilijkheid van het parkoers. Niet alleen is deze etappe langer (90 km), de eerste 25 km rijden we over een weg die de regen van twee dagen geleden nog niet te boven is gekomen.  We slippen over modderige stukken, rijden door 30 cm diepe plassen en moeten zelfs een paar keer van de fiets.


Eerst voor vertrek nog een goed ontbijt in ons onvolprezen casa Los Hermanos op de patio van dit oude huis.


Ook als je binnen bent is er een voortdurende connectie met de straat waar het leven van de Cubaan zich afspeelt.


We waren nog maar een paar kilometer onderweg op de weg terug richting Holguin toen we wilden afslaan, een onverharde weg op naar het oosten. Er stond echter een man namens de overheid alle verkeer tegen te houden omdat de weg onbegaanbaar was. We reden in eerste instantie verder naar boven maar daar spraken we een andere man die vertelde dat er weliswaar veel plassen en modder zou zijn onderweg maar dat dit met mountainbikes geen probleem mocht zijn. We hebben toen de gok maar genomen. De plassen waren af en toe imposant maar nergens bleek het ondoenlijk al moesten we een paar keer van de fiets.

We hadden een hergroeperingsstop bij een gebouw dat een gevangenis bleek. Een jongeman in de tuin vertelde ons dat hij daar zat omdat hij spullen aan het verkopen was op het strand van Guardalavaca. Tegenover de gevangenis zagen we in de verte een grote hoeveelheid vogels. Het bleek een poel te zijn en druk bezocht door plevieren, sternen, reigers en pelikanen.

Behalve mountainbikes waren ook deze door muilezels getrokken karren in staat om door de modder te ploegen en de weg te volbrengen.


Het ergste was voorbij in Fray Benito, een dorp dankzij haar ligging op het kruispunt van twee onverharde wegen, waar het leven zich in een Caribisch tempo afspeelt. 


Een dorp verder kwam er nog een weg bij en vonden we zelfs een kraampje met een geweldige verfrissing die ook nog veel energie gaf, de ideale fietserskrachtdrank: uitgeperste suikerriet. Aan het eind van het dorp - Rafael Freyre - kwamen we op de afsfaltweg naar Guardalavaca en die kilometers legden we snel af.


Guardalavaca is de bestemming voor zo'n 95 % van de reizigers in ons vliegtuig. Het is ook de enige plek in Cuba die veel mensen zien die worden getrokken door de witte stranden, de all inclusive hotels, het warme weer en water. De grootste groep die hier komt zijn Canadezen voor wie Cuba is wat zuid Spanje is voor de Europeanen en Bali voor de Australiërs. De naam - "bewaak de koe" -  stamt waarschijnlijk uit de tijd dat piraten hier de kusten teisterden.

Niet lang geleden was het voor Cubanen verboden om hier te komen als je niet in een van de hotels en restaurants werkte. Inmiddels is het regime versoepeld en spelen hier bijvoorbeeld ook bandjes klassiekers als Chan-Chan en Guantanamera.

Even buiten Guardalavaca zie je al weer een klein vissershaventje. Ook hier is het echte Cuba nooit ver.

Vanuit Guardalavaca leidt de weg weer het land in en we rijden over een heuvelachtig landschap. Op de weg een oldtimer en in de berm iets wat je eerder in Myanmar verwacht maar hier verrassend vaak ziet, een ossenkar.

In Banes vonden we op een kruispunt een restaurant tegenover een prachtig koloniaal huis. Dit was de enige stad waar ik van te voren geen accommodatie had kunnen regelen omdat er niemand online kon worden benaderd. Wel had Cubacasas aangegeven dat er verschillende overnachtingsmogelijkheden waren bij particulieren. Vanuit het restaurant werd er snel actie genomen en behalve het huis op de foto werden er nog twee casa's geregeld zodat iedereen binnen een kwartier onder dak was.


Na ons te hebben geïnstalleerd en te hebben gedineerd in het restaurant  bleek Banes een leuke levendige stad waar geen toerist te zien was maar waar veel lokale jeugd op de straat was vanwege het festval dat gepaard ging met optredens op het grote plein en een kermis voor de kinderen. De kermistoestellen zagen er weliswaar uit uit middeleeuwse martelwerktuigen maar de kinderen waren gefascineerd.

op de terugweg lieten we de drukte snel achter ons. De bloedbank was nog open.


Dag 4: de bergen in


Voordat we de volgende ochtend vertrokken hebben we nog een rondje gereden door de stad om deze ook bij daglicht goed te kunnen aanschouwen. In Banes is geen toerist te vinden en het is daarmee een klassieke 'off the beaten track' bestemming. 

Het is mij een raadsel waarom een plaats als Gibara zo hoog wordt gewaardeerd in reisgidsen en Banes compleet over het hoofd wordt gezien. Wellicht is het de ligging - al dan niet aan zee. In ieder geval staan er in Banes minstens zoveel mooie koloniale huizen als in Gibara. Het lokale leven is bovendien in Banes veel levendiger. Banes is een **club Gerrit aanrader.


 

De geschiedenis van Banes is reuze interessant. Niet alleen is de voormalige president Batista hier geboren in 1901, tijdens diens bewind is hier zijn opvolger, Fidel Castro, met zijn eerste vrouw in 1947 in het huwelijk getreden.

.


Gesticht in 1887, was deze plaats tot 1950 het bezit van de US multinational United Fruit Company en veel van de oude huizen die er door hen zijn neergezet staan er nog. Alle wat Cubaans is en wat in de resorts ontbreekt is hier volop aanwezig.


Heel lang reden we over eindeloze suikerrietvlaktes hier en daar een riviertje of kanaal om de eentonigheid te doorbreken. Aan het eind van de dag ging het echter scherp omhoog naar Pinares de Mayarí.


Twee cowboys met hun kudde lijken wat verdwaald in de eeuwige suikerrietvelden


In de verte liggen de bergen van het nationale park La Mensura al te wachten terwijl de weg een kaarsrechte lijn door de vlakte trekt richting Mayari.

Macarné, Cueto, Mayarí zingt Compai Segundo in zijn wereldhit Chan Chan. Over dit gebied gaat dit nummer waar deze fameuze zanger componist vandaan komt. Hier een doorgang naar de Paladar waar we hebben gegeten. Een Paladar is een eetgelegenheid op particuliere basis, de equivalent van de casa particular en een nieuwe knieval van het regime voor het kapitalisme. Zo langzamerhand begint er in de maatschappij een tweedeling te ontstaan tussen hen die de beschikking hebben over CUC's, de pesos van de toeristen en degenen die dat niet hebben.

 

Ik weet niet of zij de beschikking heeft over de CUC's maar zij rekent hier wel uit hoeveel wij er van moeten betalen voor de zojuist genoten maaltijd die ons voldoende energie moet opleveren om de klim naar Pinares de Mayarí, zo'n 600 meter hoger dan hier, te kunnen volbrengen

Het eerste stuk is vals plat tussen de bananenbomen over een redelijke weg maar erg warm

vervolgens blijft het nog warm en gaat het bochtig worden en ongelooflijk steil tussen de 15 en 20 procent maar over redelijk asfalt. Hier vlakt het net weer af en maakt het asfalt plaats voor grijs gravel.

Behalve mountainbikes, motoren en muilezels (de 3 m's) gaat ook de bustruck, een typisch Cubaans vervoermiddel hier omhoog en omlaag.

Als we in de buurt komen van de watervallen wordt de weg weer steil en nu rood en de bossen dun met naaldbomen en grote varens. Als je af en toe in een bocht terug kan kijken zie je de vlakte in geel en groen en de blauwe baai erachter.

500 meter voor de watervallen staat een man bij zijn huisje. Hij bedient de slagboom met zijn hondje en laat er zijn tuintje groeien.

 


Gran Salto de Guyabo, 200 meter vallend water. Hier is een serie watervallen en vanaf de weg leidt er een weg naar toe. Je komt dan op een plek waar je wordt opgevangen en een hele tour krijgt, inclusief verfrissingen, langs de watervallen en door de tuin met koffieplanten en meer.

natuurlijk is de gids bereid de hele groep op de foto te zetten. Het loopt al tegen 5 uur als we vertrekken voor de laatste kilometers en gelukkig is het steilste er wel vanaf. We zitten meer op een hoogvlakte en het ziet er hier uit als de hoge Veluwe met rode aarde.

In Pinares de Mayarí is een groot complex met veel huizen door de staat uitgebaat. Ik heb al betaald maar ze weten toch van niks. Een telefoontje naar de centrale booker regelt wel alles en er wordt alsnog een huis voor ons geprepareerd en 's avonds eten we met een enorme groep Duitsers die is binnen komen vallen en de rest van de accommodaties in beslag neemt.







Reacties

Log in of maak een profiel aan op deze site
Als je inlogt of een profiel aanmaakt op deze site kun je sneller reageren en worden je reacties automatisch geupdate met je nieuwe gegevens als je die aanpast. log nu in/schrijf je nu in 
Commentaar
Jouw naam/bijnaam
Website url
E-mail
Hou mij op de hoogte
Ik wil op de hoogte gehouden worden
Vul deze captcha in
Dit is een verplicht veld