clubgerrit.nl
1e hulp bij fietsreizen

Togo en Benin zijn twee kleinere, langwerpige West-Afrikaanse staatjes met een kleine kuststrook en een groot divers achterland gelegen tussen Ghana en Nigeria en in het noorden grenzend aan Burkina Faso. Togo is Afrika in het klein: in het zuiden heb je een zeer groene vruchtbare vlakte (Maritime) die naar het noorden overgaat in een vruchtbaar  bergachtig gebied (Plateau) waar bijvoorbeeld koffie wordt verbouwd.  Verder naar het noorden vormen Centrale en Kara de savanne-gebieden waarbij Kara een stuk bergachtiger en ruiger is. In het uiterste Noorden is Savane de streek die aan de Sahel grenst, een zeer droge streek waar de woestijn oprukt.

Turkish Airlines is een prettige maatschappij om mee te vliegen en ze vliegen naar zeer veel bestemmingen in Afrika waaronder Lomé, de hoofdstad van Togo. Togo  was onze eerste Afrika bestemming en een echte aanrader. Diverse landschappen en een uitermate prettige bevolking en zoals haast overal in West Afrika kom je met Frans overal.



Lome is geen hectische stad, voor Afrikaanse begrippen zelfs rustig al leek het in de avondrit vanaf het vliegveld een grote vrijmarkt.

Hotel :Le Gallion ligt ten westen van het centrum, een paar honderd meter van de grans met Ghana.


Dag 1: Kpalimé niet bereikt


Na het ontbijt vertrekken we naar het noorden.We rijden heel even langs de kust om landinwaarts te trekken en de zee voorlopig niet meer terug te zien. We pinnen in het centrum al doet zoals vaak in Afrika alleen de Visa credit card het.

We volgen de '5' die redelijk druk is in het begin. Opvallend zijn de billboards van de overheid  die zich richten op de bestrijding van Aids. Op het bord rechts staat een oudere man afgebeeld. "En wat als deze man het met je dochter deed?", staat er boven. "Waarom doe jij het dan met die van hem" is het antwoord in dikke gele letters.

het is zondag en hier in het zuiden is men overwegend Christelijk al blijft men ook de oude religie (Voudoun - inderdaad als Voodoo) trouw. Het is wel zaak op zondag scherp gekleed te gaan.

In Afrika zijn de mensen altijd dingen aan het verplaatsen en daarvoor hebben ze doorgaans geen auto tot hun beschikking. Hier twee man met een handkar en een jonge vrouw die haar voeten, hoofd en kaarsrechte rug inzet. 


Ook kinderen moeten meedoen in het halen en brengen van spullen. Ook water moet worden gehaald en komt hier niet vaak uit de kraan.

De 5 is aangelegd als een route nationale in Frankrijk: in een rechte lijn dwars over obstakels heen. De heuvels zijn hier zeer bescheiden maar toch raad ik iedereen aan te doen wat wij hebben nagelaten: een dag te acclimatiseren in Lomé. Wij kwamen 's avonds aan en vertrokken de volgende ochtend en hadden direct een rit van ruim 120 km gepland. De zon begint hier echter al om 9.00 uur fel te branden en de temperatuur loopt in januari in de middag snel op naar een graad of 36.

Zondag is ook een dag van lopen maar dan in je mooiste kleren met het gezin naar de kerk. Opvallend is wel dat het hier alleen vrouwen en kinderen betreft. De enige man op de foto komt op de motor.

Vlakbij Keve staat om het hoekje een hele kudde koeien, hier steevast uitgevoerd met lange vervaarlijke hoorns en meestal grijs-wit van kleur. Twee man in kleurige gewaden begeleiden de kudde.

De mensen in het zuiden van Togo zijn uitermate open en vriendelijk. Overal worden we gegroet en waar we neerstrijken voelen we ons thuis. Wel nieuwsgierigheid maar nergens argwaan. De kleine fotootjes die ik mee heb van thuis worden met verbazing en gretigheid bekeken. 

Als het water weer op is en nergens een winkeltje waar we zakjes of flesjes kunnen krijgen is te vinden, komen we achter een dorpje terecht bij de nieuwe pomp. De kinderen zien er dermate blakend van gezondheid uit dat we het wagen onze bidons hier te vullen. Ik geef wat van de 3 kilo pennen en opschrijfboekjes  die ik heb meegenomen van de Action aan de moeder van deze kinderen, die daar meer dan blij mee is. Als je cadeautjes geeft aan de kinderen zelf moet je rekening houden met een stevige oploop en gedrang waarvan jij het middelpunt bent.


Er zijn veel brandjes onderweg. Deze worden aangestoken om het terrein open en de grond vruchtbaar te houden. De Baobab bomen overleven zo'n brand wel. Tesamen met de gewone middaghitte worden de omstandigheden te heftig om te fietsen. Enkele leden in het kleine peleton snakken naar rust en iedereen naar een zwembad en een koele drank.


We weten dat er na 90 km een overnachtingsmogelijkheid moet zijn. Er is een soort hotel bij een complex wat een een voetbalschool blijkt te zijn.

Er zijn niet alleen kamers om te overnachten, er is ook bier en er is een zwembad en 's avonds staat er Antilope op het menu.


Dag 2: een mislukte excursie, de zegen van de onafhankelijkheid als fietser


Wat is het toch mooi om niet afhankellijk te zijn van openbaar vervoer of moeizame onderhandelingen met particuliere chauffeurs waar je aan bent overgeleverd als je zonder eigen vervoer in een ver land op reis bent. Dat besef hadden we vooral na de excursie naar een vlinderloos vlinderbos in een volgepakte te krappe toyota waarin we van het prachtige berglandschap om ons heen maar weinig hebben kunnen genieten.

Op de geplande rustdag reden we de resterenmde 30 kilomter naar Kpalimé. Vanuit Kpalimé zijn de bergen aan de grens met Ghana gemakkelijk te bereiken. Het idee was om daar een vlinder-safari te houden in het matige hotel bood zich een gids aan waar we achteraf niet blij mee waren.


 

Markt op een kruispunt onder een afdak en zoals overal kleine bananen en papaya's in overvloed.

Nog voor de stad kwamen we langs de in een kerkje repeterende Brassband. Goed om even te luisteren en te praten met collega muzikanten aan de andere kant van de wereld.

Kpalimé is de hoofdstad van de regio Plateau en een van de grootste steden van Togo. Er lopen maar twee geasfalteerde wegen doorheen, de 5 en de weg naar Ghana. Verder veel stoffige, rode onverharde wegen. De sfeer is eerder provinciaals dan grootsteeds.


Aan het eind van deze stoffige straat met aan weerszijden ambulante winkeltjes waar vooral onduidelijkheden worden verkocht zie je de kathedraal.

Na een lange middag in een te kleine toyota zonder vering heen en weer gesleept van een vlinderbos in de rupsentijd en een restaurant met kip te taai om te eten bleek aan het einde toch nog een bestemming te zijn waarvoor het de moeite loonde om uit te stappen. Na een smal pad door weelderig groen werd een spectaculaire waterval bereikt.

Wie zeurt er nog over opgepropt zitten in een oude toyota als je ziet hoever dee vrouw moet lopen met een vracht op haar hoofd. Of als de opinie in het land klaarblijkelijk niet zodanig is dat ze kinderen als deze te jong vinden voor sex zodat ze als zodanig op een billboard moeten verschijnen.


Dag 3: Naar een klooster in de bergen


verder het land in en da n hard omhoog het plateau op door dorpen waar we een echte bezienswaardigheid zijn. Aan het eind van de dag eten we in stilte in een klooster in de bergen.

voorlopig volgen we nog de 5 terwijl de bergen dichterbij komen. In de betrekkelijke ochtend koelte zijn we hier al een belevenis voor de dorpsbewoners.

vrouwen halen water waar de toevoer handig hoog is zodat de teil op het hoofd gevuld kan worden

De hele dag zitten deze mensen hier met aan koopwaar een tros bananen of een paar broodjes en wij kunnen er gewoon tussen gaan zitten en gaan op in de groep. De sfeer is relaxed en gemoedelijk. Stress is hier heel ver te zoeken. Wat zal je je ook druk maken als iedere dag het zelfde verloopt.


de winkels hier dragen religieueze namen. Hier de kruidenier 'Ere zij God'.

Leon, de fietsenmaker, steklt iets bij.Er is lokale belangstelling.

Een ideale gelegenheid om voor de eerste echte klim nog wat van mijn extra kilo's aan cadeautjes voor de kinderen af te komen. De juf loopt er al mee weg. De kinderen staren vol ongeloof over zoveel witheid naar de vreemd uitgedoste Yovo met zijn fototoestel.

 


Overmand door de hitte en de steilte van de klim moeten de fietsers even een plek in de schaduw zoeken. Liggend op het asfalt zie ik een grijze tok, een neushoornvogelachtige met forse snavel tussen de kale takken van een enorme boom.


In Digbe. het dorp bovenop het plateau vindt de hergroepering plaats. Hier een groep waarbij ik enkele broers vermoed


Op het pleintje waar we verzamelen worden voetbalplaatjes van de Nederlandse compedtitie uitgedeeld. Je zou denken dat ze er niemand van kennen maar de kinderen zijn zichtbaar enthousiast en lopen verrukt met hun buit weg.De burgemeester tracht orde te houden, de gulle gever verdwijnt in de massa en een locale coca cola-fan kijkt schaterlachend toe.


Enige honderden meters hoger op het plateau m,aar nagenoeg weer vlak vervolgen we de weg naar de prefecture zetel: Apeyeme.

Als je zelf opgaat in het dorp en zijn dagelijks leven kun je als fotograaf onzichtbaar worden en het dorp portretteren zoals het is.

we eten lunch op het plein met de bevolking en krijgen fufu - dat je hier gemaakt ziet worden uit maniokmeel - met een hete gele jus en erin enkele snippers geitenvlees.

De kinderen van Togo gaan graag op de foto. Overal worden we enthousiast door hen  begroet net een langgerekt Boooòònjour.


Als een van de fietsers ballonnen gaat opblazen en loslaten barst een volksfeest los


Niet ver van de hectiek belanden weopeens in een lommerrijke laan met dourians aan de stammen van grote bomen en de serene rust van een klooster. Het klooster is gebouwd van inheemse houtsoorten, bemand door Afrikaanse priesters en nonnen en toch Europees.

we krijgen een kamer en worden geacht in stilte mee te eten met de monniken. We slapen goed in de stilte en de aanmerkelijk koelere nachtlucht al is het maar 800 meter hoog.


Dag 4: Naar het centrum



De dag begint met een te hoog been van onze yogi bij wie het direct keihard in de rug schiet. We proberen het nog even maar al snel wordt duidelijk dat het niet gaat. Een busje wordt geregeld en een begeleider. Gekneed door de nonnen wordt hij op het transport naar Atakpane voorbereid.

De weg die wij moeten gaan kronkelt omhoog en omlaag door de bergen, altijd onverhard en soms gemeen steil. Vaak is het zoeken naar de juiste afslag.

Waar komt hij vandaan en hoe ver moet hij nog lopen met zijn jerrycan op zijn hoofd. Hoe oud is hij? Een jaar of 5?



Een dorp in de bergen, eerst zoals het is en dan uitgelopen als een portret voor de fotograaf.


En dan terug op de weg is er een winkel en water en frisdrank.  De poses van de twee broers die de zaak runnen zijn wel heel verschillend.

Wassen in de rivier en we zijn de bergen uit en terug op de grote weg bij Atakpamé












Reacties

Day 7: From Ksamil to Gjirokaster

 

The road from Sarande to Gjirokaster climbs slowly through forests but when you reach the top and ride down all the trees are gone and bare limsestone rocks with some grasses and flowers in between form the surprisingly beautiful landscape.


 and than you will see the fertile valley of the Drino river, already inhabited for thousands of years. 
The cities of Gjirokaster and Tepelene are here and heading south you'll soon find the Greec borther.


This is the majestic byzantyne church of Shen Kolle (Saint Nicolas)which was build in the 12th century and heavily damaged during the second World War.
Partly renovated biot by bit the funds lack to renovate this fine building properly.


Gjirokaster is a little but old town in south Albania and with Berat a competitor for the title 'most beautiful town of Albania'. Its situation is magnificient, build agaist a steep hill, surrounded by mountains. It is dominated by the castle that is visible everywhere in the town.
Here you see the main street leading down to the valley and the street to the right that leads to the castle.


View over the old town (left), the mosque and the castle from the hotel which was well situated in one of the small neighbourhoods that are scattered around against the hills and in between a lot of green what makes this a pleasant town.


At the far side of the castle of Gjirokaster is a bell tower. Between the walls there are several buildings and a lot of open space.
In one of the buildings there is a war-museum.
Here you see the bell tower and the walls at the far east side looking out over the Djose-valley. The weather was changing rapidly when we were upthere and a rainbow appeared.


A view from the castle looking upon the old town and far below that the new area. On the backround the valley of the Drino and the distant mountains.


It was a very bright sunny morning so I went out early to take some pictures before leaving.
I walked up the way to the castle because I noticed the evening before that the light from this point on the towns panorama's was the best in the morning.
On my way down I noticed a lot of kids on their way to school. I looked for a place where I could get them fully in the sun in shaded surroundings with the sunbading town on the background. This is the best of the series.


There are two thing that I noticed about children going to school in Albania:
There are only girls going to school (As you see the boys are sitting on a terrace) and the way to school is always down. From al parts of the mountains girls (always dressed in jeans and colourful T-shirts)are moving downwards where there must be a school.


Day 8: from Gjirokaster to Fier


A long daytrip of 115 km through beautiful mountainous areas to a destination only good for sleeping

 

A beautiful aera in southern Albania is the region north of Gjirokaster.

Here a view over the castle of Ali Pasha at Tepelene

When you ride north from Gjirokaster through the valley of the river Djose you'll reach the town of Tepelene where the valley becomes tighter afetr 35 km. There hidden on a mountainslope lies one of the castles Ali Pasha of Tepelene, a famous ruler who made Albania a mighty and almost independent part of the ottoman empire in the 18th century.
He was a great militair who build a lot of fortifications. This one in his native town is one of the biggest.


Day 9: From Fier to Dürres


Nothing escapes from his attention as you can see. We were the only visitors of the majestic site of the amphitheatre of Durres. 
Just behind the entrance-gate we found the porter who had dazed off and woke up after I took this picture.


A curious place for a chapel. In the 6th century this little byzantine chapel was build in the middle of the huge amhitheatre (the biggest in Eastern Europe)of Dürres. 
In the period from the 2th till the 4th century AD the place was used for gladiatorfights and wild animal shows, in wich the Chriatians played a very special role.


magnificient 6th century mozaïcs of great beuasty in a terrible state. As I've seen in other parts of Albania the funds to preserve the great heritage of the country are unsufficient.


The center of Dürres with its pleasant streets and cafés has an Italian atmosphere.

 

 

Day 10 from Dürres to the Airport

 

The airport of Titanë is named after Mother Teresa, a saint in India but born in Albania.

















Reacties

dag 4: Van Berat naar Vlore


Not a dificult trip but long and hot. Temperature reached 38 degrees.

 

 

 

You can eat on a beautiful terrace right in the middle of the harbour life (which is not that huge. The mountaims in the background are the mountains of the black cape which makes. a long bal;s penisula that makes the sea a bay. The mountains are not snowcapped but the clouds are stuck on the top.

When we were eating the night before on the terras of hotel Bologna in Vlora with harbourview we were wondering how this could be the second harbour of the country.
All we saw were some tiny fishingf boats.
The next morning we saw that a lot activity had taken place during the night.


Day 5: From Vlorë to Himera


The Llogara pass is 1024 m high and when you start rising you are at sea level. It is the highest point of the spectaculair coastal road between Vlora and Saranda. Though not realy steep the journey was tough because there was blowing a strong wind from the south (the direction we were heading). On the right you see my brother coming up (3th place - 5 guys on a mountain top and you got a race); in the upper left you see the bay of Vlora where we came from. It was a climb of about 18 km.


Most goats run for their life if they see a cyclist coming. These goats that I encountered in the long way up from Vlora to the Ilogorait pass just smiled, a little arrogant as if they were saying: try and folow os as we dissapear in the depth.


just before we road into the clouds. You can see the clouds from the valley waiting at the top.


When you have just climbed 18 km you long for te way down, speeding on two wheels and the kicks that will give it.
Too bad if the view is blocked by clouds coming over, like here.


Along the coastal road of the Abanian Riviera the views are often stunning. After a passage of a col of more than 1000 meter we were riding into the clouds and when we came out we saw the sea in the depth where the sun was shining again.


Once down the weather was hot and sunny again. Against the rocks alomg the shore the road was winding his way sometimes leading through a viollage like here Dhermi, a village inhabited mainly by Greeks.


He saw the communists come and go, wasn't touched by the destruction in the days of the fall of the pyramid games and was a withness of the days of King Zog.
This old man in the (Albanian) Greek village of Dhermi was very relaxed and speaking very good Italian like a lot of old people in Albania.

The young people look quite modern



In Himera there is a beach and we sleep in a little hotel with beach view


Day 6: From Himera to Ksamil


The area between Vlora and Saranda is called the Albanian Riviera. The coastal road is heavily going up and down and provides beautiful views over the mountains and the sea between the olive trees and the many flowers that grow here. You cross only little villages.
This is what the French or Italian Riviera muast have looked like 100 years ago


This is the Albanese Riviera not far from Himera. The coast is here wild and mountainous, the villages beautiful and built on steep hills and the flowers are beautiful. Very Albanese are also the one-man-bunkers built during the communistic regime. There was a pla to build one for every Albania citizen.
There are still a lot of them left. But sometimes they are painted in fresh patterns. Here they form a original part of a majestic coastal scenery.


The road between Himera and Saranda is very attractive and different all the time. Sometimes it's a real mediterenean view with olive trees and cypresses, sometimes like here it looks more like Ireland (exepr for the aloë).
The views are always great.


View from hotel Seiko in Ksamil.


Hotel Seiko is a former manision of the great dictator, Enver Hoxha, himself. For only 10 euro you can sleep here with a breakfast included.
It is built in the form of a ship and looks out over the sea and 4 little islands where you can swim to. It also looks out over the Greek island of Corfu, on the photo the mountains on the background. The island is here only 4 km away from the Albanian coast. There is from the hotel a stairway down to the beach which was quite and pleasant this last day of may.


Butrint is the most important archeological site in Albania - Appolonia is another great one - and it contains many buildings and ruins from several area's.
The oldest parts are the walls that date from the 4th century BC and are Illyrian. There are also remains from Hellenic, Roman and Byzantine origin. High above is the acropolis with a lot of Hellenic and Roman remains, that is dominated by the Turkish castle from which you can see far into Greece, only a few kilometers away here.


There are several Roman remains in Butrint of which the theatre dominates the centre of the site.
It was build in the 2th century AD and is very well preserved which you can see at the picture where you cab see the tribume and in the WS where the stage of the theatre is to be seen.


Butrint has not only historic value but is also a place with nature interest. From the high places of the site you can see the Lake of Butrint which has an open link to the Ionian Sea. There are many wading birds like the great white Heron, camerons and even Pelicans fishing, while also little fishing boats frequent the lake and set out traps.
Inside the walls tere are turtles swimming in the pools
and you can here the sound of numerous singing birds. There are a lot of places within the site where the walls or other remains are overwhelmed by vegetation (see WS), an ideal place for the nesting of birds.


Looking from Albania to Greece from one of the finest places in the far south.
The sun was setting and we were eating. Do I have to tell more.


This is the view from hotel Seiko in Ksamil, a new resort on the southern edge of Albania close to the Greek border,
It is a former house of Enver Hoxa,the communist dictator who kept Albania in isolation for several decades,
There are three little island before the coast where you can swim to from the beach that you can reach easily from the hotel. In the background on the left you can see Corfu.


The boat from Corfu to Sarandë glides through the evening passing the Islets of Ksamil and our evening view from hotel Seiko in Ksamil.









 



























Reacties

Day 1: From the airport to Krujë

 

We have enjoyed a very heavy, hot and inspiring cycling trip through a wonderful country ful of surprises.
The first city we visited was Krujë, a beautiful place built against a mountain just 20 km from Tirana's airport (called Mother Theresa). In this little town a lot of the beauty of the country is united like the ferocious mountains, the castle high above the city and an old mosque in this most islamic (70%)country of Europe.
Here you see the view from hotel Panorama, highly recommended by me to everyone who wants to visit this remarkable country


We came in over a rocky road over a plain and than upon  the mountains in the east.


High above the city of Kruje there is a fortified complex dating from the middle ages with walls and watchtowers all around. Within the complex you can see old churches, (12th century)a turkisch bathhouse and beautiful ancient walls and towers and a new building built as an old castle as a monument for the national hero, Skanderbeg, an impressive charactere, usually shown sitting on a horse with a fearful beard.Here you see the walk through the olivegarden to the higherstpoint of the castle, a watchtower dating from the 10th century


A hole in the walls of the citadel of Kruje, a magnificient fortification where in the 14thy and 15th century the resistance against the Ottoman invaders was heavy. The national Heroe of Albania, Skanderbeg - you can see him a lot on statues and paintings , complete with ferocious eyes and long beard - held it as a stronghold for many years. The views from here into the valley are very beautiful. like here early in the morning.


If you look to the west you can see for miles and miles. If you look to the east you can see the outsirts of the town and the small valley that leads into the mountains.
The town is tied to the national identity of the country because it held for a long time against the Ottoman troups under the national hero Skanderbeg.


If you look south from the citadel of Kruje, you can see the central valley and the hilly country of central albania.
You also realize what a magnificent stronghiold this must have been. 
Taken early in the morning of a warm day with still some fof hanging in the valley.


the new town seen from the citadell. In the lower part you can see the old turkish Bazar with the mosque.


the bazar, a complex of old wooden Ottoman buildings with red-tiled roofs with little shops inside


Monuments of different centuries in and around the castle of Kruje.
You can see from left to right:
The old Mosque - 15th century, the castle-tower - 12th century, the Skanderbegmonument - 20th century and the monument for those who fell during WW II - 1945.


When two men meet each other in Eastern Europe they greet with a kiss, like these men in Kruje are doing.
On the background the castle with the old tower high above on the left side and the monstruous new monument for the national hero Skanderbeg in the middle.


Day 2: Krujë - Tiranë - Elbasan


Tirana is not one of the most appealing towns of Albania. It is rather small scaled for a capital though and there are some fine parks. The city center still has some relics from the communist time like this enormous wallmosaicabove the National Museum of Albanian History (Thanks Bardhok).
This strange mosaic shows Albania primarily as a military nation in all the facets of its history from the Illyrians on the left (700 BC)till the communist patriots in the middle, of whom the woman with the gun plays an interesting part. The scientist with the beard and the rol of paper seems an exception on this military violence, and also the working man in front.
1. Illyrians 700 BC (Albanians are close descendents of Illyrians)
2. Albanians warriors (Arberesh) during Otoman invasion times.
3. The man with the book and the other man near him is from Albanian renaissance (the first man is one of the fathers of Albanian letterature, and second is an "komit" warrior who protect the Albanian culture books during otomanin invasion.
4.Working man with woman and flag-man rappresents Indipendece of Albania (1912)
5. The last 4 persons are Partizans who gave Albania the great victory from Second World War from invasions of Italian-Fascists and German-Nazists (07/04/1939 - 29/11/1944).


Two boys waving and eating ice cream and in the background between all the green of the hills a mosk in a small village south of Tiranë.
That is Albania. A country ful of friendly people with a great nature and with a population that is in majority (70%) muslim.
When we sat in a reataurant in Kruje we enjoyed the evening and the meal we were eating and when we heard singing from a minaret inviting the believers to pray, we felt we were far away from the western world and still very close.


These girls, hiding for the sun, are selling cherries in strings. They select the best ones to sell directly and the rest is going to the market.
Here they are sitting under an umbrella on the road from Tirana tot Elbasan -thet's how big roads can be in Albania - to wait for cars to stop or once in a year a group of cyclists.


Coming from Tirana you ride into a fine, green and spectaculair mountainous area.
After 50 km the landscape suddenly changes as you look over the brought valley by the city of Elbasan


Just before you leave the mountains to ride into the valley of Elbasan you pass the wonderful situated village of Bradashesh


Although Elbasan is not the most beautiful town in Albania, the view over the valley when you come out of the mountains from Tirana is wonderful and so is the way down on your bike.The view here is to the east looking over the city (with about 100.000 one of the largest of the country)towards the mountains in the east and the lake of Ohrid at the border with Macedonia.


This is an Albanese Butcher and I don't know what it is exactly hanging outside his shop but I'm afraid it has got something to do with amimals,
Maybe skins or something for making sausages



Here you see a typical summer evening scene in a Albanese park. The men gather to play games. For a table they use just a piece of paper. The parks are realy filled uop with men playing games like here in Elbasan. One of the major towns but with a real provincial atmosphere.
View from our hotel window

While in the main street the regular marketstuf is being sold there are allways sideways where farmerswives sit down to sell there goods just before them on the street. Here three elder women,


Day 3: Elbasan - Berat



If you ride south from Elbasan to Berat you coss a rural landscape of little roads, often gravel, rolling hills and little villages. On your left you see the mountains that you will encounter when you reach Berat


 

The countryside between Elbasan and Berat is quite appealing because of the variety of landscapes. Small parcels with agriculture are combines with nature and lowlands and hilly parts.
In the distance you can see the dominating mountain east of Berat, the Partizan Summit with 2600m the highest peak in the western part of the country.


In the agricultural area around Lushne there are many sand- and gravelroads. Dust is an unavoidable problem when your riding bikes and try to stay away from the main roads. 
Traffic is very low in frequency but when they pass things can get hard.


In Albania agriculture is still handwork and animals play an important role. Transportation but also plowing is still based on real horsepower.


South of Seferan the land became sparsly inhabitant and the agriculure became lardeted with bush and forests, The road was hard to find and every crossroad another puzzle.
It took us several hours to ride the last 30 km to Berat and the only spectators were donkeys


The second of the three most beautiful towns of Albania is the town of the thousand windows, Berat,. In this view from a point on the rocky dirtroad to Gjirokaster you see the modern town in the front and in the bend of the river just a glance of the old ottoman town.


Early morning in the most beautiful town of Albania, Berat. Berat is build against a mountain on the riverside and the town is divided into a Christian part 'Gorica', an old ottoman part and a new part. High above is the castle in which a complete old town with churches and houses. 
On the pictutre you can see the ottoman city with its steep and narrow streets and its old ottoman houses with overhanging windows and the high end of the castle on the left upper side.


High above the city is the castle - citadel of Berat in which there are several monuments dating from the middle ages. Among them one mosque and 7 churches of wich the Shen Maryen (Saint Mary)is the most beauitiful one. It dates from the 11th century and is restaurated a few years ago.
Before the church you can see an old woman who collects herbs in front of the church and stores them in a plastic bag of the German supermarket 'Liddle'. The funny thing is that I saw those plastic bags all over Albania, but nowhere a supermarket of Liddle, in fact I never saw a supermarket at all.


The road from Berat to Gjirokaster through tghe mountains is scenic but rough. In fact it was too rough for one of us to complete the journey by mountainbike in the heat (36 degrees Celcius) of the day.
Here a view over the fields about 10 km south of Berat where the poppies colour the mountains red in a way Monet would have liked it.


On the steep and rocky gravelroad from Berat to Gjirokaster, just 6 km from Berat. There was no traffic on this old road that is hardly to ride even by 4WD or mountainbike.
You can walk along with a cow for example like tis woman.
Time stands still here in the Albanian mountains.

Because the road was heavy on its own and the temperature went up above 38 degrees, we did not ride the road to Gjirokaster but went back to Berat and from there to the coast to Vlorë


























Reacties

Dag 10: Lang langs de kust

 

Om 7 uur stipt kwamen de meisjes die in de keuken staan en bedienen het terrein van Kookoo's nest op marcheren en ook Jamie, de eigenaar kwam van boven. Het betekende dat we niet voor 8 uur waren uitgegeten en betrekkelijk laat aan de langste etappe begonnen.

 

Jan en Rene wilden hun eigen tempo peddelen en vertrokken vooraan. Ze reden ook door toen de rest foto's aanhet maken waren. Bij de eerste de beste kruising stonden ze niet te wachten en ze bleken inderdaad zoals we al dachten de verkeerde kant opgereden. Ze waren ook opeens terug dus het vormde geen probleem.


De eerste 15 km hotsten en botsten we op en neer over kleine weggetjes langs de kust en daarboven, langs arbeiders in de suiker en hutjes met buffels in het water.


Toen langs de kust, over een mooie asfaltweg langs rijstvelden en we reden flink door en hadden een rustplek op 72 km. Na het eten vertrokken Jan en Rene alleen en de rest ging mangos eten aan het strand waar het veel te warm was. Alleen. Leon nam een duik.



Zowaar in het tweede stuk een lekke band. Ik reed met Jur en het wisselen was al haast compleet toen Leon, Frans en Gerard langskwamen. De rest van de rit zijn we bij elkaar gebleven tot we jan en Rene vonden vlak bij de gemeentegrens van Sipalay. We moesten daar nog 15 km en daar zat een flinke klim tussen. In Sipalay aan de kust werden we opgewacht door Sweden, de manager van her Resort in Sugar Beach. De boot kon echter niet over de zee vanwege de golven en we reden achter de brommer aan weer de stad uit tot we na 160 km eindelijk de bootjes bereikten die in een lagune lagen. Met drie kleine bootjes werden wij, onze fietsen en onze bagage door de mangroves en een stukje over zee door de ondergaande zon naar Sugar beach gebracht, het einde aan een lange fietsdag.



Dag 11 de rustdag


Club Gerrit probeert vandaag niets te doen. Dat gaat het ene lid beter af dan het andere.


Frans, Leon en ik waren om 9.00 uur al maskers aan het testen en hobbelden even later over de zee op weg naar Turtle Island. Onderweg prachtige kustgezichten. Een blauw turquoise zee, steile eilandjes weelderig begroeid als in de Halong bay en kleine strandjes overal tussendoor.


Bij het wrak van een gezonken schip bleek de stroming niet goed en de zichtbaarheid te gering. Dicht bij de kust was het echter perfect snorkelen. Dit begon echt op Curaçao te lijken. Grote kleurrijke koralen en veel verschillende soorten vis in spectaculaire vormen en kleuren. Ook de tweede plek was goed.


De middag heeft iedereen in zalige ledigheid doorgebracht. Ik ben met Leon gaan lunchen bij de Takatuka lodge. Het eten was erg goed maar in ons filipijnse resort is het Veel gezelliger. De meiden in de keuken en achter de bar hebben de hele dag pret. Met elkaar, met ons, met alles. De meiden waaronder sweden, de manager en Ray, een filipijnse versie van mark marie huybrechts.
Hiernaast zijn we nog even gaan kijken bij de Driftwood lodge waar de eigenaar een zwitserse alcoholist de stelling onderschrijft dat het leven van een Europese resorteigenaar hier niet over rozen gaat.
We blijven verder hier hangen en hebben verse vis in het vooruitzicht. Het leven van een Europese resortbezoeker op rustdag is een aanrader.







Reacties (1)

Dag 8: Club Gerrit rondt en dwarst Siquijor.


De hele club zat om half zeven aan het ontbijt. Eerst waren er wat geneerde leden om het bedienend personeel hier zo vroeg aan het werk te zettten maar toen Alex zijn schoonmoeder verzekerde dat ze elke ochtend om 4 uur op stond was dat probleem getackeld.
Toen we wegreden om een uur of zeven zagen we de buurvrouw van het complex onze gisteren ingeleverde vuile was schrobben in een mooie zinken teil.


We reden door de ochtend - het is dan nog maar zo'n 27 graden - langs de rondweg om het eilandnaar het oosten en het zuiden.

De eerste attracties werden door het voltallige peleton gemist - het houten huis uit de 18e eeuw en een mooi strand in een manmade forest.


In het plaatsje Maria bespraken we even de rest van de trip maar helaas niet met de volledige groep - zeven is veel voor plenaire communicatie.
Bij de afslag naar Kagusuan Beach bleken Frans en Leon door te zijn gereden.
Er was nog een afslag en we verdeeelden de groep in tweeen in de hoop ze alsnog te treffen.

 


De weg was al mooi, scherend over een rustige weg met slechts wat brommertjes en door groene met palmen bezaaide heuvels, leuke dorpjes en langs prachtige zeezichten, maar nu langs de kleinere weg was het verkeer helemaal afwezig. Geen frans en leon maar wel een heel mooi strand en een smsje dat ze in Lazi wachtten.


Na een snack in de bakeshop bij de haven van lazi en een kort bezoek aan de enorme oude kerk en het klooster, het grootste van de Filipijnen gingen we omhoog de bergen in. Langs de Lazi-Poo-Luyang road in herstel sie wonderlijk genoeg niet in Google maps te vinden was en daarom een gat in mijn GPS routes laat zien refen we omhoog, eerst naar de Cambugahay wAtervallen waar we naast lokale jongens die een liaan trachten te verhuren waarmee je er over kan slingeren en wat lokale touristen ook de 6 andere buitenlandse toeristen tegenkwamen. Die zitten allemaal aan de westkant in San juan, zodat we de rest van het eiland voor ons zelf hebben. Een van de zes bleek een jonge vrouw uit zweden die een heel verhaal in drie coupletten over haar hele zijkant had laten tattooeren. Het bleek haar levensfilosofie. i hope you won't change your mind zei Rene tegen haar.


Pas na de watervallen ging de weg serieus omhoog meestal over asfalt tot 450 meter, een erg mooie klim. Beneden na een afdaling die altijd weer veel langer en steiler lijkt dan de klim, alsof je iets uitschakelt tijdens de klim, kwam Jan vertellen dat er drie achterblijvers waren omdat leon zijn ketting gebroken was. De SMS werkt goed en in Larena bij de lunch waren we weer compleet en om drie uur waren we terug om weer te kunnen zwemmen en snorkelen, de rest van de middag na een prachtige rondrit zonder bagage.

Het snorkelen is geen Curacao en al helemaal geen Bonaire. voor de debutanten op dit gebied is het toch indrukwekkend maar ik ga mijn camerabril pas weer echt goed daar gebruiken denk ik. Hier moet je eerst 200 meter door ondiep water ploegen om de eerste riffen te bereiken en dan zie je veel koraal maar weinig vis. Volgens Alex wordt het overbevist en is dat de reden. Ik ben benieuwd of Negros beter is. Dat ziet er wel veelbelovend uit.


Dag 9: Van mooie plekken en misantropen en hard rijden in een treintje

Gisteravond heb ik mij even verwijderd van het clubgezelschap om op het drooggevallen strandje van de sterren en de muziek te gaan genieten. Opeens last van te veel club en te veel drank in de andere clubleden.
Alex had zich ook in het gesprek gemengd en vertelde zijn verhaal. Hij zit weliswaar op een prachtige plek maar hij zit er vreselijk vast en maakt bepaald geen gelukkige indruk. Ook zijn Elma trouwens niet behalve als Rene luidkeels de kwaliteit van haar zelfgemaakte vruchtenwijn prijst, bij elke fles weer wat harder.
Alex heeft ook op alles wat wij als mooi of bijzonder ervaren wel zijn eigen misantropische weerwoord. Ja het is een mooi strand maar de regering (zijn favoriete mopperpunt) heeft de weg er naar toe afgesloten.
Het lijkt megeen gelukkig bestaan als uitbater van een resort op de Filipijnen.


Vandaag een snelle etappe. Eerst 18 km naar de ferry in Siquijor, waar een vrij kleine maar snelle boot ons met onzefietsen naar Dumaguete bracht, de hoofdstad van Negros Oriental. Een groot eiland, het vierde in grootte van de Filipijnen. In Dumaguete, een stad met ruim 100.000 inwoners hebben we gelunched op een echte boulevard, de eerste die we hier zijn tegengekomen.


Na de lunch nog 43 km naar het zuiden waarvan de eerste 32 over een brede weg pal naar het zuiden. Treintje rijden met 35 a 40 in het uur. Dat kan gemakkelijk want het verkeer stelt hier niets voor. De enkele brommers/ motors gaan jou voorbij, jij gaat de fietstaxi's voorbij, een soort BMXjes met zijspan. De Jeepney's en busjes passeer je als ze stilstaan en zij jou weer als ze rijden. Alles gaat heel organisch, een beetje opletten, maar weinig problemen.

Het peleton gedraagt zich naar hun plek in het klassement. Jan en rene besluiten al gauw hun eigen tempo te gaan rijden en als het heel hard gaat gaan Gerard en Leon eraf, hoewel leon steeds sterker gaat rijden en nog wel mee had gekund.

De laatste 11 km gaan over een klein weggetje, soms asfalt of beton, maar ook stukken onverhard met stenen of los gravel. Mooie doorkijkjes met palmen naar strandjes of rijstvelden en af en toe een zicht op de vulkaan die verderop 1900 meter hoog overal in het zicht is.


Over obscure steile paadjes en uiteindelijk een trap van 107 treden bereiken we ons doel, het ver weggestopte paradijsje Kookoo's nest, een door een Engels stel gerund prachtig stuk strand waarop mooie tweeverdiepse hutten van natuurlijke materialen 
zijn neergezet. Onze hut heeft een balkon met zitje en hangmat.


Het leven is het mooist voor hem die dit soort plekken kan bezoeken en weet dat hij ook weer verder kan en uiteindelijk terug naar huis.









Reacties (1)

Dag 5:Langs de zuidkust van Bohol.

een vroege aankomst in een heerlijk duik- en snorkelresort ver van alles op een paradijselijke plek.

De trip zelf was 76 km langs de kust - een beetje op en af, maar gemakkelijk en alles asfalt, dus een makkie. Teminste dat was het geweest als we niet een stuk hadden gekoerst met lokale wielrenners onder leiding van Ian, een inmiddels ingeburgerde nieuw zeelander die hier al het leven van een happpy pensionado op zijn 54 e leidt - ergens hebben we toch iets fout gedaan, zoals Gerard me zei. 
En natuurlijk speelde ook het weer weer mee. De zon brandde 80 % van de tijd heftig op onze zorgvuldig bedekte of ingesmeerde lichaamsdelen en de temperatuur haalt al in de ochtenduren de 30 graden. Gelukkig komt er niet heel veel meer bovenop.
Jurjen reed dapper in het treintje mee en ik stond ze te fotograferen in de veronderstelling dat ik ze toch wel weer zou inhalen maar met lokale wielrenners die tegen de wind - ook die blies er aardig op los - 36 in het uur rijden is dat minder gemakkelijk dan gewoonlijk. Ik reed 5 km op 100 meter zonder dichterbij te komen en besloot bij het volgende mooie plekje dat het tijd was voor een foto.



We hebben afscheid genomen in een dorpje dat Dimiao heet en wat gedronken op het pleintje. Het was te vroeg om te eten en we gingen iets zoeken om te eten en te zwemmen 20 km verderop in de buurt van Jagna, een havenstadje. Dat was lastig want we kwamen langs plekken waar een winkeltje was of langs plekken waar je kon zwemmen of langs plekken waar je kon zwemmen, maar beide kon nergens. Na een noodlesoepje onderweg zijn we snel de laatste kilometers gaan rijden om op onze prachtige overnachtingsplek te komen.


Relaxen is het devies want morgen wacht een serieuze etappe.

Dag 6: dwars door Bohol

Do 6 maart vroeg op pad want een zware etappe van ruim 100 km voor de boeg met het zwaarste stuk tussen kilometer 12 en 40. Dan is het zaak om dat te doen voor de zon hoog aan de hemel staat.

Het was een wondermooie etappe met een serieuze bergrug tussen Jagna en Sierra Bullones. Al snel kwamen mooie vergezichten te voorschijn van de kust die we zojuist hadden achtergelaten. De weg kronkelde zich door het uitbundige groen en hier en daar door een dorpje die er hier overal verzorgd uitzien. Langs de weg liggen, soms dwars over de weg, stukken zeil met bruine rijstkorrels te drogen. De eerste kilometers klimmen rustig en na een soort plateau gaat het na 10 kilometer hard omhoog soms boven de twaalf procent. 
Dalen en klimmen langs rijstterrassen richting Sierra Bullones een levendig dorp met schoolkinderen in uniform die hun pauze vieren op het pleintje met een soort muziekkapelletje. Daar hebben wij ook cola en water gedronken en gewacht op de reparatieploeg. Frans werd getroffen door onze enige lekke band tot dusver.
17 km verder naar Carmen het centrale dorp in dit eiland en daar simpel maar best lekker gelunched in een tentje met grote pannen. gulaysoep en kip.

 

10 km voorbij carmen moeten we in het circus van de chocoladeheuvels betalen om binnen te mogen rijden en gaan we het laatste stuk flink omhoog. Er is ook een trap omhoog en we klimmem die op tussen voornamelijk filipijnse toeristen. Het uitzicht is mooi en vreemd met al die bollen die als reuzen ijscoupes tussen de bomen lijken te zijn neergelegd.

Het laatste stuk zou naar beneden moeten gaan maar gaat ook af en toe nog vervelend steil omhoog, ook door het bos met de hoge bomen voor Loboc. De mensen blijven je echter, zoals overal hier, vriendelijk groeten. Soms roept een stoere jongen " hey Joe" maar alle kinderen zwaaien enthousiast en de meisjes van laten we voor het gemak zeggen tussen de 18 ende 24 roepen een langgerekt " hiiii " vergezeld door een verleidelijke glimlach. Dat maakt club Gerrit zelden mee op een Ronde hoepje.

 

In Loboc schrikken we als we zien dat de kerk uit de 16 e eeuw volledig is ingestort door de aardbeving van oktober die hier op Bohol veel meer schade heeft veroorzaakt dan de Typhoon maar bij ons de pers nauwelijks heeft gehaald. Ook Stefanie Grace Paradise Inn, ons hotel aan de rivier, heeft het er moeilijk mee gehad maar functioneert inmiddels weer prima.
De eigenaar is een Philipino die het halve jaar in de States woont en zijn twee dochters heeft vereeuwigd in de naam van zijn mooie hotel.

 

s'Avonds spreken we over onze oude vriend of kennis Mark van den Boomen die is overleden. We maken ook het klassement op dat eigenlijk in de loop der jaren zo is opgebouwd en dat ook precies de volgorde was waarop we op de eerste zware klim naar boven kwamen.

Als eerste de voorzitter, die dat niet voor niets is, anders was hij wel achterzitter geworden.

Op nummer twee, op een minuut of 10 de oudste maar onverslijtbaar na een toch niet in alle opzichten verantwoord innamepatroon: Jurjen. Rijdt bergop altijd gestaag door in een tempo dat de meeste toch teveel is.

Ook altijd in de kopgroep aanwezig is nummer drie. Op weer 10 minuten het krachtmens met aan zijn bovenlijf zo'n 10 kg spieren meer mee torsend dan de voorzitter: Frans. Kan heel hard omhoog rijden maar moet snel terugschakelen.

Toen duurde het wachten wel lang. Het peleton nam zijn tijd.
Op 4 zetten we tsjoemp-tsjoemp Gerard. In de bergen niet de sterkste maar gespecialiseerd in het tegen de wind op kop rijden in polderlandschappen.

Op nummer 5 de lange, of de fietsenmaker: Leon.
Oud coureur en soms lijkt het of hij veel harder kan maar liever wat fotootjes maakt onderweg. De ideale man om achter te zitten bij wind tegen.

Om de laatste plaats strijden Rene en Jan, zoals Rene zelf al opperde.
Rene is een krachtmens die rijdt met een koffiemolentje, zodra het echt omhoog gaat direct terug naar de kleinste versnelling.
Jan is de zelfbenoemde vicevoorzitter die regelmatig aan de voorzitters stoelpoten zaagt en die sinds gisteravond alles in het werk aan het zetten is om via ingewikkelde berekeningen waarin compensatie wordt gegeven voor allerlei handicaps, zoals de kilocompensatie en de leeftijdcompensatie, zichzelf omhoog te werken in het klassement.

Dag 7: van Bohol naar het magische eiland, Siquijor

Vandaag bleek de ferry die we zouden nemen naar Siquijor niet te gaan. Gelukkig is er in de Filipijnen dan wel wat te regelen voor een hoop meer. Na een snelle extra 25 fietskilometers belandden we aan de kust van het aan Bohol vastgeklonken resort-eilandje Panglao. Het werd wat mistig toen de chauffeur van de auto waar we achteraan reden opeens midden op de weg alvast wilde afrekenen maar dat hebben we beleefd geweigerd. Aan een strandje lag zo,n typisch bootje met twee drijvers en zowaar pasten wij daarop met al onze fietsen en bagage erbij.



De zee lag er rustig bij dus dit leek ons een welkom avontuur en de boot was nog sneller ook en bracht ons tot vlakbij de cottages waar we moesten wezen. Het werd nog even lastig toen de eigenaar van het private strandje - een roodaangelopen britse pensionado met een snor - ons weer in de zee wilde terugdrijven. Hij had er echter niet de middelen toe dus we zijn uiteindelijk over zijn heilige land naar de weg te gaan.


En we zijn hier werkelijk in het paradijs beland. De kokkin is de beste van de filipijnen en de zee klotst precies tot onder het onderste hutje wat we hebben gehuurd.
















Reacties (1)

Wo 12
Van onverharde wegen , kappers en karaoke


Het afscheid was lang en heftig tussen club Gerrit en de staff van de bigBamboo Beach resort. Het was een fijn verblijf met een personeel waar de vrolijkheid van afspatte. Het genoegen was wederzijds want wij zijn een club die veel leven brengt, veel spendeert, leuk is in de omgang en nergens over zeurt. Er zijn trouwens verdacht weinig mensen op sugar beach. Gevolg van de rampenjournalistiek die suggereerde dat er na de typhoon op de Filipijnen geen leven meer mogelijk was. In plaats van hulpacties en donaties uit het westen hebben ze waarschijnlijk meer aan het achterwege blijven van dit soort overdreven journalistiek zodat de mensen hier gewoon naar toe komen.
Voor het vertrek nog met de hele staff op de foto en alle fietsen en tassen en wijzelf en Sweden op een bootje door de mangroves naar de brug.


Voordat de weg zwaar werd reden we een stukje vlak lang een school waar meisjes aan het dansen waren.



De kok had over de Candoni-road gezegd dat het duwen zou worden, a rocky road. Van Jens zou ik dat inmiddels wel aannemen maar niet van deze man. Toch bleek al snel na de afslag dat een op google maps geel ingetekende weg geen garantie is voor een geplaveid wegdek. De weg was tot vlak voor Candoni erg slecht met grote en losse stenen en soms heel steil maar ik hoefde gelukkig nergens te duwen.



De eerste pauze vervroegd. In een dorpje verkochten ze mountain dew en dat was toen de hele club was gearriveerd snel uitverkocht. Je werkt allengs tijdens zo'n trip steeds meer suikerwater met koolzuur naar binnen met steeds minder schroom.
De drie meisjes in bordeaurode rokken wilden niet op de foto maar vroegen wel honderduit in behoorlijk Engels al giechelend met elkaar. Voor de rest was het een dorp zoals anderen ergens langs de weg met overal langs die weg honden op straat en kippen met kuikens. In sommige bochten geitjes, in andere koeien en sporadisch een varken. Houten huizen vaak mooi met gevlochten riet afgewerkt maar zelden gelakt.


In Candoni gelunchd in een eatery, waar de pannen buiten staan en je er achter binnen aan tafeltjes kan zitten. Het wordt zo warm als het is opgeschept, een magnetron ontbreekt.
Al eerder maar zeker ook nu in het tweede stuk die begint met een flinke klim manifesteert Leon zich steeds meer als een nieuw lid van de kopgroep. Na de klim heeft hij me snel achterhaald en we scheuren door het land waar de regen voor het eerst tijdens de trip na een aarzelend begin steeds meer een rol begint te spelen. We komen na een lange afdaling weer in de vlakte en stoppen bij de kruising om mango's te eten en koffie te drinken bij een ander eettentje wat later ook de plaatselijke karaoketent blijkt te zijn, een zeer populaire vorm van vermaak hier.

 

 


Het wachten duurt lang want er zijn pechproblemen in de achterhoede en ik heb alle tijd om me bij de barbier te laten scheren. Als ook Frans en later ook Rene een bezoek brengen zwicht ik voor de groepsdruk om me op het karaoke podium te wagen. 
Dat levert in ieder geval een paar leuke filmpjes op die rondgaan langs de tricycles, de barbier waar Rene's hoofd wordt geschoren met Elvisklanken op de achtergrond die aan het eind van het filmpje uit de keel van de voorzitter blijken te komen.

 


In een trein de laatste kilometers naar de kust en we arriveren pas rond half zes in Batung Peninsula Resort waar we de enige gasten op een enorm complex zijn. Wat op papier een vrij eenvoudige klus leek werd door het zware begin vooral toch een volwaardige etappe.

do 13
Club Gerrit danst om de vulkaan


In ons vreemde resort, verlaten buiten ons, op het eerste gezicht vergane glorie maar er wordt nog steeds gebouwd, serveren drie dames ons ontbijt en halen tegelijk de lege flesjes weg van ons balkon in Hotel California.


Het regende nog twee keer in de ochtend maar daar bleef het bij vandaag. Het weer werd gedurende de dag steeds beter.
De weg langs de kust was druk met vooral zoals gewoonlijk tricycles maar ook veel vrachtwagens volgeladen vaak met suikerriet. We konden er al na 8km af maar bleven in de vlakte waar het suikerriet het enige gewas was, de weg vaak cemento maar ook regelmatig stukken onverhard. Zo hobbelden we de eerste uren weg door suikerstadjes met cooperaties tot in la Castellana waar we weer een plaatselijke bakeshop beroofden van een groot deel van de koopwaar. Suikerbroodjes en suikerwater, hier zeer op zijn plaats.
Het oponthoud duurde lang want Jan had weer een lekke band.





Het tweede deel van de rit begon met een lnge weg pal naar het oosten richting de vulkaan. Langzaamaan voelde dat het plat valser werd. De club had niet veel zin om hard te rijden want al voor de bochten zag ik nauwelijks nog wat stipjes in de verre verte. De top van mount Canlaon was nog even in de wolken maar werd steeds zichtbaarder. Een machtige vulkaan, een eenzame ook, 2450 meter hoog en hoogst actief. Het decor veranderde voortdurend, van suikerriet naar terrassen en zelfs weelderig bos.


De betonplaten maakten uiteindelijk ook plaats voor een 'rocky road' en we lunchten in een plaatsje 10 km voor canlaon city na 22 km voornamelijk klimmen, op een plekje waar ze slechts rijst en kip serveerden en de softdrinks bij de buren moesten halen. Wel hebben ze dan koffie, de zakjes in rijen strips ge-etaleerd en heet water uit de thermoskan.
We bespraken nog even het Hey Joe roepen wat hier constant gebeurt als je langskomt. Niet onvriendelijk overigens. Ik roep doorgaans vrolijk terug 'hey Pipo'.


Voor het derde stuk hadden we besloten een alternatief te zoeken in de vorm van een 'gele weg' ( op de kaart) die er betrouwbaarder uitzag dan de vooraf gekozen weg die nu op de GPS stond. Het werd wel zoeken zonder GPS maar we vonden hem en de weg was heftig, ging regelmatig ze steil omhoog en was voor grote stukken moeilijk berijdbaar. Het landschap was erg afwisselend met natte rijstterrassen, open vergezichten over de vulkaan en zelfs over de zee en Cebu. Zo werd het met 106 km, moeilijke stukken en flink klimmen, een zware etappe maar ook hele mooie, misschien wel de mooiste zover.
Het laatste stuk voelde echt zwaar en steil al was het asfalt goed.



In La Vista bleek de betaling niet doorgekomen en had het bedienend personeel het buskruit niet uitgevonden. Maar een mooie plek en een prachtig complex. Alles is mooi en werkt, behalve de wifi die er niet is. Die combinatie blijft vreemd en ook het feit dat er zo weinig gasten zijn, behalve wij een groepje Chinezen. Met Bargonzas, de architect en eigenaar contact gehad en de zaak half opgelost. Het eten is dan weer teleurstellend maar de bar was leuk met een pooltafel waar we veel plezier van hadden.
Dit had een topplek kunnen zijn maar is het niet omdat er te veel dingen niet kloppen en dat past niet bij de pretentie die het uitstraalt.
Morgen op voor de laatste etappe. Hopen dat de bestelling van het ontbijt goed is binnengekomen bij onze stagiair en we op tijd bij de boot komen.


 

dag 14 De laatste etappe en wat voor een.

 

Al met al is dit met name door de waanzin berg op de tweede dag en de zware laatste drie dagen een van de zwaarste ClubGerrit Edities geworden. Zeker als je de lengte van ruim over de 1000 km bekijkt. Maar ook de steigingspercentages en de staat van het wegdek maakten het bijzonder zwaar.


 

De laatste etappe was illustratief. Na een linke afdaling van ons bergresort naar San Carlos konden we nog veder bijkomen op de stapelbedjes die er op het tweede dek van onze veerboot waren geplaatst. Langs de kust nog 20 km en de eerste gemakkelijke kilometers waren een feit en na een korte lunch maakten we ons op voor de Balamban - Cebu transnational highway.


 

Dat het zwaar zou worden die laatste 45 km had ik wel gedacht, maar zo zwaar. Na een korte aanloop ging de weg opeens zichtbaar omhoog met zo'n 12 tot 15 procent en dat bleef 3 km lang zo. Ik weet niet welke taferelen zich achter mij afspeelden maar met de moeite waarmee ik voorop omhoog kroop kon ik me het gevloek uit het peleton levendig voor de geest halen. Iedereen bekende achteraf ook even te hebben gedacht hoe het zou zijn om een pickup te stoppen en de fiets achterin te gooien.
Maar ja we zijn mannen en geen muizen, om een bekende vice voorzitter te parafraseren.
We kwamen uiteindelijk over een eerste col op 870 meter maar daarmee was het bepaald niet gedaan. In totaal gingen we na een korte scherpe afdaling telkens weer zo steil omhoog tot 10 km voor de laatste afdaling naar Cebu, in totaal werd er 22 keer een helling bedwongen met een totaal van 1661 hoogtemeters.


Toen ik Jens over onze tocht na aankomst om 16.30 vertelde zei hij dat we naar zijn weten de eerste waren die dit traject met bagage had afgelegd.
Toen ik gedouched had en geblogd was er echter nog steeds niemand achter me aan gekomen in het hotel. Om half 6 trof ik op de cruciale kruising op twee honderd meter van onze plek Jur die wachtte op nummer drie. Toen Frans en vervolgens Leon door waren ben ik blijven wachten op het peleton, zodat de mannen konden gaan douchen. Na een kwartier kwamen even over 18.00 uur de laatste mannen met zijn drieen tegelijk naar beneden en was iedereen net voor donker binnen.


Cebu in de avond was een vertrouwde belevenis. The A&A barbeque was een fantastiche plek waar zowat de hele kaart in sneltreinvaart op tafel werd gezet. De Filipijnse keuken is in tegenstelling tot wat we van te voren dachten heel goed en dit was een erg sterk voorbeeld ervan.
Na een korte wandeling kwamen we voor de tweede keer in de outpost, cafe met livemusic en een groot openluchtgedeelte. Een filipino band speelde oude rockhits.
We waren om half een terug in het hok en zaten buiten nog wat na te kletsen over de zeer geslaagde trip.































Reacties (1)

Na Korean and Turkish Airlines is Arke toch even slikken. Het is fijn om rechtstreeks te vliegen maar de service is bepaald niet groots en een vliegtuig vol landgenoten op weg naar 14 dagen all inclusief blijft ver weg van mijn ideale manier van reizen. De aankomst op Holguin en vooral de afhandeling van de formaliteiten valt allemaal erg mee. Geen rigide communistisch gevraag noch ongeïnteresseerdheid maar een douane gebied met douaniaires met korte rokken en netkousen die je vriendelijk toelachen.

Buiten staat de taxi al te wachten en er passen 7 gevulde fietsdozen op een oldtimer chevrolet. Geld halen - convertibles - bij het enige open loket is wel problematisch. Het hele vliegtuig staat in de rij en er is 1 loket open. Bovendien worden de forse stapels 3 x nageteld. Caribisch onthaasten valt niet mee met 300 Nederlanders in een rij. De taxi wacht geduldig.

La Casona is huiselijk en het oude echtpaar dat de zaak runt heel hartelijk. Hij spreekt heel langzaam Spaans zodat ik het kan volgen. Hij laat kaartjes zien van alle gasten van de laatste tijd die hij zelf heeft gemaakt met foto, Cubaanse vlag en vlag van het land van herkomst. In de tuin sleutelen we de fietsen weer in elkaar bij het minizwembadje. De volgende ochtend na het onbijt. De fietsenmakers buigen het padje van mijn derailleur weer zodanig recht dat het weer schakelt. Een titaniumfiets heeft geen titanium derailleur. Daar hebben de Rohlofs hun gelijk al gehaald.

Van dat slechte eten in Cuba klopt niets. We hebben overal overvloedig ontbeten en doorgaans heel goed gedineerd. ook in La Casona was het ontbijt voor een fietser gemaakt met fruit, pannekoekjes, eieren, vleeswaren, geroosterd brood en koffie. Lekker veel spullen achtergelaten in de Casa.

Dag 2: inrijdetappe naar Gibara


Na de zegen van Che, de eeuwige heilige in dit land, zijn we op weg voor een korte etappe naar de kust. Che zie je overal, op posters, op schilderijen, op borden langs de weg, in alle propagandamaterialen van de regering. De Castro's zijn helemaal niet aanwezig in het straatbeeld, maar Che is overal.

We raken al in de eerste honderden meters clubleden kwijt die niet snel genoeg meedraaien in de eenrichtingsverkeersstraatjes van Holquin. Het duurt een half uur voordat we echt weg zijn. In de straten van Holguin rijden aardig wat oldtimers maar druk is het niet in de smalle straten.

In Velasco is onze eerste stop. Bij een fruitstal kunnen we lokale pesos inslaan. De koers is 1 op ruim 20 en dan wordt het erg goedkoop. Ik betaal met 10 CUC, de convertibel pseo die gelijk is gesteld aan de dollar, en krijg behalve mandarijnen en mango's een flinke stapel lokale pesos. Een mango kost op deze manier nog geen 20 cent.

De schoolmeisjes in Cuba hebben kortere rokjes dan in de Filipijnen. Ook hebben ze wat all vrouwen in Cuba hebben een zelfbewuste en sexy uitstraling. Ik denk dat je hier als schooljongen sterk in je schoenen moet staan in een schoolklas als die hieronder. 


Auto's zijn zeer schaars op de Cubaanse wegen en op de onverharde wegen zie je ze helemaal niet buiten de truck die hier als openbaar vervoer dienst doet. Brommer, motor, ruiter te paard of muilezel en paard en wagen (ook vaak een muilezel) zijn de belangrijkste vormen van vervoer.

Als we een man spreken met een fiets vol ijsjes die hij onderweg verkoopt waarschuwt hij ons voor het verkeer verderop als we de 'grote' weg tussen Holguin en Gibara bereiken. Dat doen menen veel, waarschuwen voor het verkeer. Ook borden doen dat, terwijl ook op die grote weg nauwelijks auto's rijden. Een paradijs voor fietsers, dit land.

Op mijn GPS volgen we de weg die naar Gibara loopt en verder niet langs dorpen. Als we deze mooie weg door het bos eenmaal een tijdje hebben gevolgd stuiten we op een hek en veel militairen die ons zeggen en gebaren om terug te keren. Hier is geen doorgang. De weg leidt over militair terrein. We rijden twee kilometer terug en vinden een doorsteek naar de weg die onderlangs loopt langs enkele dorpen en uiteindelijk op de weg naar Gibara uikomt.


We rijden na een korte afdaling langs de kust Gibara binnen, het charmante koloniale witte stadje dat veel te lijden heeft gehad van een verwoestende orkaan in 2008. Twee meisjes kijken uit over de brede baai vol kleine vissersbootjes.

We nemen onze intrek in Los Hermanos, een mooie casa in het centrum gevestigd in een vroeg 19-e eeuws pand met een grote binnenplaats en daar omheen 6 kamers. Er is ook een grote tuin.


Vanuit de bovenkamers zien we een Cubaanse Amazone, een papegaaiensoort uniek voor Cuba

 

 

 

 

 Gibara is een stadje van 72.000 inwoners. Het is door de Spanjaarden opgericht in 1817 op een prachtige plek die door Columbus 'de mooiste plek ooit door mensen aanschouwd'  werd genoemd. De stad bezit een goed geplande opzet van zijn straten, huizen en parken. Gibara is in 2002 tot nationaal monument uitgeroepen en is sinds 2003 de zetel van een internationaal filmfestival. Hier een zicht op de stad vanaf het Mirador, waar een café restaurant is gevestigd.

De winkels in Cuba zijn vrij van reclame-uitingen en dat geeft een rustig maar voor ons haast bevreemdend beeld. Hier in de apotheek geen posters maar alleen schappen met doosjes. Genoeg personeel ook, wel drie voor één klant.

Bij de kapper, in zijn mooie blauw geschilderde houten huis, kijkt Che toe

's avonds een band in witte pakken die bekende en onbekendere son en sol nummers brengt. Er is ook een tafeltje met jonge bezoekers die tussen de tafels gaan dansen.

 

Dag 3: door de modder


Er zit een opwaartse lijn in de moeilijkheid van het parkoers. Niet alleen is deze etappe langer (90 km), de eerste 25 km rijden we over een weg die de regen van twee dagen geleden nog niet te boven is gekomen.  We slippen over modderige stukken, rijden door 30 cm diepe plassen en moeten zelfs een paar keer van de fiets.


Eerst voor vertrek nog een goed ontbijt in ons onvolprezen casa Los Hermanos op de patio van dit oude huis.


Ook als je binnen bent is er een voortdurende connectie met de straat waar het leven van de Cubaan zich afspeelt.


We waren nog maar een paar kilometer onderweg op de weg terug richting Holguin toen we wilden afslaan, een onverharde weg op naar het oosten. Er stond echter een man namens de overheid alle verkeer tegen te houden omdat de weg onbegaanbaar was. We reden in eerste instantie verder naar boven maar daar spraken we een andere man die vertelde dat er weliswaar veel plassen en modder zou zijn onderweg maar dat dit met mountainbikes geen probleem mocht zijn. We hebben toen de gok maar genomen. De plassen waren af en toe imposant maar nergens bleek het ondoenlijk al moesten we een paar keer van de fiets.

We hadden een hergroeperingsstop bij een gebouw dat een gevangenis bleek. Een jongeman in de tuin vertelde ons dat hij daar zat omdat hij spullen aan het verkopen was op het strand van Guardalavaca. Tegenover de gevangenis zagen we in de verte een grote hoeveelheid vogels. Het bleek een poel te zijn en druk bezocht door plevieren, sternen, reigers en pelikanen.

Behalve mountainbikes waren ook deze door muilezels getrokken karren in staat om door de modder te ploegen en de weg te volbrengen.


Het ergste was voorbij in Fray Benito, een dorp dankzij haar ligging op het kruispunt van twee onverharde wegen, waar het leven zich in een Caribisch tempo afspeelt. 


Een dorp verder kwam er nog een weg bij en vonden we zelfs een kraampje met een geweldige verfrissing die ook nog veel energie gaf, de ideale fietserskrachtdrank: uitgeperste suikerriet. Aan het eind van het dorp - Rafael Freyre - kwamen we op de afsfaltweg naar Guardalavaca en die kilometers legden we snel af.


Guardalavaca is de bestemming voor zo'n 95 % van de reizigers in ons vliegtuig. Het is ook de enige plek in Cuba die veel mensen zien die worden getrokken door de witte stranden, de all inclusive hotels, het warme weer en water. De grootste groep die hier komt zijn Canadezen voor wie Cuba is wat zuid Spanje is voor de Europeanen en Bali voor de Australiërs. De naam - "bewaak de koe" -  stamt waarschijnlijk uit de tijd dat piraten hier de kusten teisterden.

Niet lang geleden was het voor Cubanen verboden om hier te komen als je niet in een van de hotels en restaurants werkte. Inmiddels is het regime versoepeld en spelen hier bijvoorbeeld ook bandjes klassiekers als Chan-Chan en Guantanamera.

Even buiten Guardalavaca zie je al weer een klein vissershaventje. Ook hier is het echte Cuba nooit ver.

Vanuit Guardalavaca leidt de weg weer het land in en we rijden over een heuvelachtig landschap. Op de weg een oldtimer en in de berm iets wat je eerder in Myanmar verwacht maar hier verrassend vaak ziet, een ossenkar.

In Banes vonden we op een kruispunt een restaurant tegenover een prachtig koloniaal huis. Dit was de enige stad waar ik van te voren geen accommodatie had kunnen regelen omdat er niemand online kon worden benaderd. Wel had Cubacasas aangegeven dat er verschillende overnachtingsmogelijkheden waren bij particulieren. Vanuit het restaurant werd er snel actie genomen en behalve het huis op de foto werden er nog twee casa's geregeld zodat iedereen binnen een kwartier onder dak was.


Na ons te hebben geïnstalleerd en te hebben gedineerd in het restaurant  bleek Banes een leuke levendige stad waar geen toerist te zien was maar waar veel lokale jeugd op de straat was vanwege het festval dat gepaard ging met optredens op het grote plein en een kermis voor de kinderen. De kermistoestellen zagen er weliswaar uit uit middeleeuwse martelwerktuigen maar de kinderen waren gefascineerd.

op de terugweg lieten we de drukte snel achter ons. De bloedbank was nog open.


Dag 4: de bergen in


Voordat we de volgende ochtend vertrokken hebben we nog een rondje gereden door de stad om deze ook bij daglicht goed te kunnen aanschouwen. In Banes is geen toerist te vinden en het is daarmee een klassieke 'off the beaten track' bestemming. 

Het is mij een raadsel waarom een plaats als Gibara zo hoog wordt gewaardeerd in reisgidsen en Banes compleet over het hoofd wordt gezien. Wellicht is het de ligging - al dan niet aan zee. In ieder geval staan er in Banes minstens zoveel mooie koloniale huizen als in Gibara. Het lokale leven is bovendien in Banes veel levendiger. Banes is een **club Gerrit aanrader.


 

De geschiedenis van Banes is reuze interessant. Niet alleen is de voormalige president Batista hier geboren in 1901, tijdens diens bewind is hier zijn opvolger, Fidel Castro, met zijn eerste vrouw in 1947 in het huwelijk getreden.

.


Gesticht in 1887, was deze plaats tot 1950 het bezit van de US multinational United Fruit Company en veel van de oude huizen die er door hen zijn neergezet staan er nog. Alle wat Cubaans is en wat in de resorts ontbreekt is hier volop aanwezig.


Heel lang reden we over eindeloze suikerrietvlaktes hier en daar een riviertje of kanaal om de eentonigheid te doorbreken. Aan het eind van de dag ging het echter scherp omhoog naar Pinares de Mayarí.


Twee cowboys met hun kudde lijken wat verdwaald in de eeuwige suikerrietvelden


In de verte liggen de bergen van het nationale park La Mensura al te wachten terwijl de weg een kaarsrechte lijn door de vlakte trekt richting Mayari.

Macarné, Cueto, Mayarí zingt Compai Segundo in zijn wereldhit Chan Chan. Over dit gebied gaat dit nummer waar deze fameuze zanger componist vandaan komt. Hier een doorgang naar de Paladar waar we hebben gegeten. Een Paladar is een eetgelegenheid op particuliere basis, de equivalent van de casa particular en een nieuwe knieval van het regime voor het kapitalisme. Zo langzamerhand begint er in de maatschappij een tweedeling te ontstaan tussen hen die de beschikking hebben over CUC's, de pesos van de toeristen en degenen die dat niet hebben.

 

Ik weet niet of zij de beschikking heeft over de CUC's maar zij rekent hier wel uit hoeveel wij er van moeten betalen voor de zojuist genoten maaltijd die ons voldoende energie moet opleveren om de klim naar Pinares de Mayarí, zo'n 600 meter hoger dan hier, te kunnen volbrengen

Het eerste stuk is vals plat tussen de bananenbomen over een redelijke weg maar erg warm

vervolgens blijft het nog warm en gaat het bochtig worden en ongelooflijk steil tussen de 15 en 20 procent maar over redelijk asfalt. Hier vlakt het net weer af en maakt het asfalt plaats voor grijs gravel.

Behalve mountainbikes, motoren en muilezels (de 3 m's) gaat ook de bustruck, een typisch Cubaans vervoermiddel hier omhoog en omlaag.

Als we in de buurt komen van de watervallen wordt de weg weer steil en nu rood en de bossen dun met naaldbomen en grote varens. Als je af en toe in een bocht terug kan kijken zie je de vlakte in geel en groen en de blauwe baai erachter.

500 meter voor de watervallen staat een man bij zijn huisje. Hij bedient de slagboom met zijn hondje en laat er zijn tuintje groeien.

 


Gran Salto de Guyabo, 200 meter vallend water. Hier is een serie watervallen en vanaf de weg leidt er een weg naar toe. Je komt dan op een plek waar je wordt opgevangen en een hele tour krijgt, inclusief verfrissingen, langs de watervallen en door de tuin met koffieplanten en meer.

natuurlijk is de gids bereid de hele groep op de foto te zetten. Het loopt al tegen 5 uur als we vertrekken voor de laatste kilometers en gelukkig is het steilste er wel vanaf. We zitten meer op een hoogvlakte en het ziet er hier uit als de hoge Veluwe met rode aarde.

In Pinares de Mayarí is een groot complex met veel huizen door de staat uitgebaat. Ik heb al betaald maar ze weten toch van niks. Een telefoontje naar de centrale booker regelt wel alles en er wordt alsnog een huis voor ons geprepareerd en 's avonds eten we met een enorme groep Duitsers die is binnen komen vallen en de rest van de accommodaties in beslag neemt.







Reacties

Moalboal – Alcoy 82 km

 

Een van de meest dramatische etappes uit de geschiedenis van club Gerrit. Jens had nog gewaarschuwd maar met de arrogantie van de ervaren fietser en loodzware etappes in de Dominicaanse Republiek, Guatemala en Oeganda in het geheugen hadden we die lachende opzij geschoven. Vanuit Moalboal reden we eerst een stukje naar het zuiden en toen begon de klim naar het centrum van Cebu, een bergketen met toppen tussen 800 en 1000 meter.


 Het wegdek werd steeds dramatischer en konden we de eerste kilometers nog alles rijden, op het tweede stuk waren stukken van meer dan 15 procent en was het gemiddelde hoger dan 10 procent. Al snel lipoe de temperatuur op tot boven de 30 graden. Er was nog even een hergroepering in een dorp maar daarna was het een persoonlijke wordsteling met de berg. 


Zelfs wandelen was hier zwaar geweest en dat deden we dan ook regelmatig maar dan wel met een fiets met bagage die meegeduwd moest worden. Het was ook genieten op dit pad dat soms als singletrack door een weelderig tropisch bos liep en soms kwamen er rotsen tevoorschijn. En altijd was er een geweldig uitzicht op de zee en het laagland van de westkust van Cebu en daarachter de bergen van Negros.


Het was een ook een worsteling om boven te komen en toen we daar eindelijk na uren waren, zaten we te wachten bij een paar huisjes die hier op de top stonden. Een paar gezinnen proberen hier van wat verspreide akkertjes te leven. Een hard bestaan maar met een mooi uitzicht.

 


In het enige echte dorp hier bovenop het eiland – Mantalongon – kun je fruit en andere etenswaren krijgen. Hier wordt alles wat verbouwd wordt verhandeld op de markt. Daarvandaan gaat het over een asfaltweg hard naar beneden naar de oostkust van het eiland.

 

Villa Rosa vinden we na enige aarzelingen en heen en weer rijden. Had niet zo moeilijk hoeven zijn. Het is een prachtig huis vol kitsch en marmeren beelden, een mooi zwembad en een prachtige ligging. Voor elk club Gerrit lid is een personeelslid en we hebben de hele villa voor ons zelf.

 

Dag 4 , wachten op de boot


(4 maart)We zijn net in een hotel binnengevallen in de stad Tagbilaran, de hoofdstad van het eiland Boho. Omdat de boot vertraging had en de haven waar we eigenlijk naar toe zouden gaan was vernield door de aardbeving zijn we hier beland. We kwamen in het donker aan dus dat was improviseren. We kwamen een Nieuwzeelander tegen die hier woont en ons een goede tip gaf. De boot was een soort vrachtschip met plastic stoeltjes langs de reling. een bijzondere ervaring. Onderweg sprongen er 10 dolfijnen over het wate in de ondergaande zon.



 

We waren vanochtend vertrokken om 9.30 uit ons fantastische resort aan zee villa rosa en reden in hoog tempo in een treintje naar Arga en kwamen daar rond 11 uur aan. een leuk stadje met mooie oude gebouwen.


Daar begon de grap van de boot. De eerste die we er naar vroegen had zelf een boot en wilde ons wel brengen en zei dat de pont niet meer ging. De tweede zei dat die om 11.00 uur ging en de derde wist zeker om 13.00 uur, maar niet in Argao maar 9 km verderop, nee zei de ander maar 5 kilometer. Bij de tourist information heben ze gebeld en daar zeiden ze om 11 a 12 uur. Eigenlijk om 11 uur maar het laden duurt nogal lang en dan wordt het wel 12 uur. Ze belde nog wel even of ze wilde wachten op 7 fietsers. Het bleek uiteindelijk wel 10 km te zijn en de werf was volkomen leeg. Hij ging om 5 uur zei een mannetje daar, de volgende ochtend. Nou er kwam e nog een want de ochtend boot had vertraging en kwam wwarschijnlijk om 13.00 uur. Dan moesten we er om 12.30 zijn.





Gelukkig was er achter de werf een geweldig complex op steltjes in zee waar een lange houten steiger vanuit de mangrovebossen waar ook een vistestaurant was en wat hebben we daar geweldig vis gegeten. De boot zagen we uiteindelijk binnen komen om een uur of 14.00 en we vertrokken uiteindelijk om 15.45. Bijzondere ervarin
We kwamen in het donker aan dus Carmen doen we op de terugweg.










Reacties (1)