clubgerrit.nl
1e hulp bij fietsreizen

Vanuit Kandy reden we naar Dalhousie waar de trattreden leiden tot boven op de heilige berg en daar wachtten we op de zon. Na een hele nacht slaap reden we door zon en regen over de bergketens van west naar oost tot in Haputale waar het uitzicht onvergetelijk bleek toen de mist was opgetrokken.

103 km en over flinke toppen naar 1300 meter

Mooie plek voor een ontbijt buiten.

De universiteit van Peradeniya  is een staatsuniversiteit in Sri Lanka. Het werd opgericht als de Universiteit van Ceylon in 1942 ..

De universiteit van Peradeniya herbergt acht faculteiten  met inbegrip van de nieuw toegevoegde Allied Health Science faculteit en telt ongeveer 11.000 studenten op het gebied van geneeskunde , landbouw, Kunst, Wetenschap , Techniek, Dental Sciences , diergeneeskunde e n Allied Health Science.
 
Gelegen tussen de de lagere hellingen van de weelderige bergen van Hanthana is de Universiteit van Peradeniya beroemd om haar natuurlijke schoonheid. Het is daardoor een toeristische attractie op zich, met  de Koninklijke Botanische Tuinen van Peradeniya vlakbij. De universiteit beslaat een oppervlakte van bijna 700 hectare waarvan het grootste deel bos is.. Het klimaat rondom de universiteit mild, en de temperatuur schommelt er tussen 18 tot 30 graden Celsius.


Iets verder ten zuiden van Kandy zie je voor het eerst de plantages die Sri Lanka beroemd hebb en gemaakt, de onmetelijke velden voor met theeplanten.









Reacties

In January 2011 bezocht club Gerrit met een groep van 7 man Sri Lanka na twee eerdere pogingen die strandden op een tsunami en een opnieuw oplaaiende burgeroorlog. De trip leidde over 1000 km van Negombo naar de bergen en van de bergen naar de Yala aan de zuidkust. Vandaar volgden we een tijd de kust naar Galle om door Sinharaja en het binnenland weer terug te keren naar Negombo.

Dag 1: Vucht en ritje naar Negombo

In 2011 kon je nog met Martinair rechtstreeks vliegen op Sri Lanka. Van binnen naar buiten zie je al op het vliegveld dat je in de tropen en Sri Lanka bent beland

Je kunt moeilijk heen om wat hier toch het sportevent van de eeuw is. Het WK cricket - de sport van Sri Lanka - wordt hier gehouden. Ook Nederland doet mee en nog nioet eens zo gek, begrijpen we.

Een ritje van 15 km brengt ons naar de strip met overal beach hotels ten noorden van het centrum.

Hoewel ik een print mee had van de e-mail bevestiging van de reservering van drie kamers in het Dephani guesthouse bleef de staff volhouden dat er geen reservering was, Tsja, gelukkig was er plaats in het direct er naast en ook aan het strand gelegen Star Beach Hotel. De kamers waren voorzien van fan en OK, het eten was erg goed en de service prima. Het is wel redelijk stuitend om te zien dat deze beach hotels ook worden gebruikt door Duitse zestigers die het voorzien hebben ook Srilankaanse tienerjongens.

Hoewel het hotel aan het strand lag, was er aan de landzijde van het strand nog een mooi groen begroeide plek tussen de palmen en het kale zand. Tussendoor kon je de vissersboten zien liggen.

Behalve voor vissen worden deze mooie houten boten met hun grote vierkante zeilen ook gebruikt om toeristen mee de zee op te nemen. Je ziet er gedurende de dag altijd wel een stel op zee en een stel op het strand met de bemanning nooit ver weg en klaar om met jou de zee op te gaan.

Velen hebben lichtkleurige effen zeilen maar sommigen zijn voorzien van zeer kleurige opvallende zelien. Overal vliegen huiskraaien rond (Corvus splendens - ook wel Ceylon kraai genoemd).


1 km ten noorden van ons hotel was het strand meer door lokale bezoekers ingenomen. Er was een soort watersport centrum aan de opgang.

Een groot verschil tussen buitenlandse en lokale badgasten is de badkleding. Terwijl die van de lokale bevolking erg kleurig is, is die van de buitenlandse badgasten doorgaans gemaakt van veel minder grote lappen stof. De kinderen gaan nog wel met zwembroekjes het water in, de vrouwen blijven van hals tot enkel bedekt.

Drie mannen duwen een bootje te water. De zee is best rustig en het strand loopt ook niet al te steil af maar de stroming is fel en zwemmen niet ongevaarlijk.

Bij de stenen die hier tegenover Ettukala road zijn opgeworpen en die als zeebreker dienen is in de luwte een ondiepe lagune ontstaan waar ouders en kinderen een veilige plek vinden om te water te gaan. De volwassenen, ook de mannen, geheel gekleed. Ook moslim vrouwen met hun lange zwarte gewaden zoeken hier verkoeling.

Bij de opgang naar het strand worden snoep, nootjes en dranken verkocht.

Ik loop met Frans, die voor het eerst met de club mee is, een stuk heen en weer over het strand. Op de terugweg komt ons  een lokaal stelletje tegemoet, arm in arm.

Zo'n strandplaats is een ideale plek om een fietsvakantie te beginnen (en te eindigen). Bijkomen van de vlucht en rustig voorbereiden op de inspanning. Wel storend dat we bezocht worden door lokale loverboys met zowel meisjes als jongens in de aanbieding. Dit soort dingen hoor je en weet je zelfs liever niet maar het is de realiteit om je heen en een van de gevolgen van het grote verschil in welvaart.


Dag 2: Naar de eerste paar van de vele oude hoofdsteden in de culturele driehoek

78 nog vlakke kilometers brengen ons in het hart van de culturele driehoek van Sri Lanka


De bestellingen voor het ontbijt worden opgenomen in het Star Beach hotel. De eerste etappe zit mooi in de opbouw, niet te lang en tamelijk vlak.

We gaan het eiland oversteken en nemen dus voorloping afscheid van de zee die toch om dit hele land - een kleine twee keer Nederland in grootte - aanwezig is.

Tussen de paarse bloemen op het begroeide strand loopt een koereiger


Als je op Lewis Place noordelijk rijdt kom je op Poruthota road en daar in de bocht naar het oosten ligt een grote moskee.

Even voor de kruising met de A3 die we volgen tot net over de rivier de Maha Oya moeten we nog een spoorweg oversteken en rijden we de stad uit. Behalve door  fietsen wordt de weg ook druk bezocht door brommerdriewielers, de taxi's van Sri Lanka. 

 

Over de rivier slaan we direct rechtsaf en volgen de rustige B419 en in het dorpje Dankotuwa verder naar het oosten over de  B308, een rustige goede asfaltweg. Het begint een beetje te glooien.

In Makandura hebben we onze eerste stop. We slaan fruit in en ontmoeten twee broers die hier een winkeltje uitbaten.

In de kleurige winkel ernaast hangt de koopwaar vooral aan het plafond. Alle plekjes zijn benut.

Het straatbeeld in veel van de dorpen in Sri Lanka is erg levendig en kleurrijk. Er zijn veel dorpen. Ook op het platteland wonen veel mensen. Sri Lanka is 1,75 maal zo groot als Nederland en er wonen 21 miljoen mensen.

Op heel veel plaatsen presenteren lokale politici zich middels panfletten op roestige borden.

In het grotere dorp Dambadeniya even over de helft naar Kurunegala zorgen we voor het nuttigen van genoeg calorieën voor de rest van de tocht. Bananen zijn toch het stapelvoedsel van de tropen. Wielrenners die eten op straat laten zien dat er ondanks technische vooruitgang ook nog een duidelijke link is naar de oertijd.


In het dorp is een oudere man bezig met het maken van sierraden uit fietsbellen. Hij heeft er zakken vol en die bewerkt hij met een ijzeren klophamer en een priem.

Zijn kleinkinderen hangen tussen de middag bij hem rond en gaan graag op de foto.

Dambadeniya is niet zo maar een stadje. Zo'n vijftig jaar lang was het de hoofdstad van het land. Het werd in het midden van de 13e eeuw gekozen als de hoofdstad van het koninkrijk van Sri Lanka door koning Vijayabahu III (1232-1236). De soevereiniteit van het land stond toen op het spel als gevolg van invasies van Tamils uit Zuid India, die de Singalese koningen verdreven uit Pollonaruwa, de toenmalige hoofdstad. Vijayabahu, de koning van de Dambadeniya dynastie, vocht tegen de indringers en vestigde zich in Dambadeniya en op de top van de Dambadeniya-rots bouwde hij versterkingen en stevige muren en poorten. De stad werd beveiligd door een gracht, een moeras en wallen rond het koninklijk paleis. Tijdens het bewind van koning Parakramabahu II (1236-1270) bereikte de stad het toppunt van zijn roem. De onberispelijk poetische meesterwerken van Koning Parakramabahu II, de "Kavisilumina" en de "Visuddi Marga Sannasa"  veroorzaakten een keerpunt in de Singalese literatuur


In het museum dat rond een tempelcomplex is gebouwd zijn nog resten van de oude gebouwen en prachtige oude beelden te vinden

Het complex wordt druk bezocht, niet zo zeer door toeristen maar veelal door schoolklassen die hier in het wit gekleed naar toe gaan. Dit groepje schoolkinderen heeft veel lol terwijl ze ontsnappen aan de wanhopig roepende leraar die hen probeert bij te benen.

De ontmoeting tussen de schooljeugd en de fietstoeristen is vooral voor de eerste een hele belevenis.

Soms heb je als fotograaf geluk. Haar blik, haar pose met de rechterhand op de eeuwenoude stenen pilaar, de witte kanten jurk, de gouden oorknop en de parelketting en dan die zacht oranje achtergrond.


De mooiste beelden stonden in  deze kleine tempel. Veel van de oude stad ligt hier op de grote rots nog begraven in de jungle.

Op de eerste fietsdag is het ons duidelijk dat we op bezoek zijn in een land met een fascinerende,duizenden jaren oude geschiedenis die overal in het land nog aanwezig en zichtbaar is.

In Narammala was er een lekke band en dronken we thee bij een jongeman met aangeslagen tanden en maakten ons op voor de laatste kilometers.

Het was nog even zoeken en vragen naar de juiste weg 


De taxi driewielers zijn in elk dorp in grote getalen te vinden. Deze jongeman heeft er een voor zichzelf.

Kurunegala is ook al een oude hoofdstad van het Singalese rijk. Het ligt aan een zogenaamde tank, een kunstmatig meer dat al eeuwenlang zorgt voor voldoende bevloeiing en drinkwater in de droge tijden.


Het is de hoofdstad van de Noord West Provincie en het Kurenegala District. . Kurunegala was de hoofdstad vanaf het einde van de 13de eeuw tot het begin van de 14e eeuw. Kurunegala is gelegen op het kruispunt van verschillende hoofdwegen die linken naar andere belangrijke delen van het land. Het ligt op een hoogte van 116 meter boven de zeespiegel en wordt omringd door kokosnoot- en rubberplantages. Er zijn acht  grote rotsen die de stad omringen en domineren. De grootste onder hen is Ethagala of de Olifantrots van 325 meter. 

 

Ranthaliya Resthouse: Aan het meer vlakbij de stad maar geheel verscholen ligt dit houten complex dat op een charmante manier zijn beste tijd heeft gehad. De kamers zijn OK en die met balkon behoorlijk prettig. De service is prima. Wat oudere heren in klassiek ober kostuum lopen af en aan. We waren de enige gasten en kregen bier als we het maar op ons balkon opdronken - het was de dag van de volle maan en dan drink je niet in het openbaar. De Rice en curry was prima.

 

Ik loop vanuit het hotel een paadje op naar boven richting een kleine tempel op een berg. Op de weg daar naar toe kom ik deze twee vrienden tegen die in een huisje daar in de buurt leven met hun families. Pure armoede. Ze gidsen me door de omgeving en laten me mooie fotoplekken zien. Hun salaris is een een bijdrage voor het boekenfonds.

Het is een prachtig wit tempeltje boven op een van de kale rotsen en het uitzicht is formidabel.

Op de terugweg kom ik deze kinderen tegen die ook in het wijkje wonen van de twee vrienden en die beneden water moeten halen in de tank.


Dag 3: Naar de olifanten en de heilige tand

Kurunegala - Pinnawala -Kandy - 80 km

De kortste weg was maar 45 km geweest maar omdat we eerst langs het olifantenweeshuis reden, werd het nog een aardige tocht met de klimmetjes vooral op het eind.

Toen we Kurunegala uitreden kwamen we langs een hindu tempel, typisch weelderig bebeeld en gekleurd, en een groep jongens in schooluniform, met witte korte broeken en groengestreepte stropdassen.


We rijden door zacht glooiend tropisch laagland en flink begroeid. In dit dichtbevolkte land zijn dorpen echter nooit ver weg.

Overal onderweg kun je fruit kopen en zeker bananen zijn er in overvloed.

In elk dorp een taxi-standplaats. De tuk-tuk, een gemotoriseerde driewieler is het beste vervoermiddel voor de korte afstand. Je hebt er als fietser ook weinig last van als je gewend bent aan het zonder opkijken naar rechts sturen na een stop. Veel gevaarlijker zijn de grote bussen die zonder uitzondering worden bestuurd door psychopaten die recht op je af sturen zodat je de berm in springt om het er levend vanaf te brengen.

Op motoren kun je ook heel wat bagage kwijt als je het kunstig opstapelt.

Vlak voor Pinnawala steken we deze wildstromende rivier over

The Pinnawala Elephant Orphinage heeft twee gezichten. Het gezicht op de rivier met de badende olifanten geeft een beeld hoe majestueus Sri Lanka ooit moet zijn geweest met deze enorme dieren in flinke hoeveelheden in het wild. De dieren die nu in het wild leven zijn te vinden in een van de Nationale Parken waarvan Sri Lanka er flink wat heeft of worden hier gebracht als ze schade aanrichten en door de boeren dreigen te worden omgebracht.

Als je langs de oever kijkt zie je het circus dat zich hier dagelijks afspeelt. Honderden toeristen komen hier om naar de badende olifanten te kijken en je mag ze zelfs voeren.

In het water zie je hele families en de hele kleintjes worden beschermend in het midden van de groep kolossen gehouden. Geem panter die zich hier zal wagen.

 

Zo'n enorme kudde olifanten is een zeer indrukwekkend gezicht en het landschap rond Pinnawala helpt absoluut mee.

 

De Sri Lankaanse olifant (Elephas maximus maximus) is één van de drie erkende ondersoorten van de Aziatische olifant, en inderdaad afkomstig uit Sri Lanka. Sinds 1986 wordt ze gezien als bedreigd door de IUCN en de populatie is over de laatste drie generaties gedaald met ten minste 50% . De soort wordt bij uitstek bedreigd door habitatverlies en door degradatie en fragmentatie van het landschap.

Elephas maximus maximus is het type ondersoort van de Aziatische olifant dat het eerst  door Carl Linnaeus werd beschreven onder de binominaal Elephas maximus in 1758.


De Sri Lankaanse olifanten populatie is nu grotendeelste vinden in de droge zone in het noorden, oosten en zuidoosten van Sri Lanka. Er zijn olifanten in ruime mate aanwezig in Udawalawe National Park, Yala National Park, Lunugamvehera National Park, Wilpattu National Park en Minneriya National Park zijn, maar ze leven ook buiten beschermde gebieden. Aangenomen wordt dat Sri Lanka de hoogste concentratie van olifanten kent in Azië. Mens-olifant conflicten nemen in aantal toe als gevolg van de omzetting  van het leefgebied van de olifanten in nederzettingen en landbouw.

In het algemeen zijn Aziatische olifanten kleiner dan Afrikaanse olifanten. De punt van hun slurf heeft een vinger-achtige vorm. Vrouwtjes zijn meestal kleiner dan de mannetjes en hebben korte of geen slagtanden. 

Sri Lankaanse olifanten zijn de grootste ondersoort en ze  bereiken een schouderhoogte van tussen de 2 en 3,5 m en wegen tussen de 2.000 en 5.500 kg. Hun huidskleur is donkerder dan van indicus en sumatranus met grotere en meer verschillende plekken van depigmentatie op de oren, gezicht, romp en buik. De Mannetjes hebben over het algemeen geen slagtanden.

Behalve het bekijken van de olifanten kun je voor je toegangsprijs ook nog de kruidentuinen bezoeken, thee drinken en gemasseerd worden, een buitenkansje voor wielrenners natuurlijk.


Even verder naar het zuiden bereikten we de weg van Colombo naar Kandy. Hier was het druk en ging de weg enige kilometers lang omhoog.


Schoolmeisjes bij de binnenkomst in Kandy. Het was flink zoeken want ons hotel bleek niet beschikbaar en we kregen een adres op een stuk buiten de stad op een berg.

Toen we bij ons hotel aankwamen werden we opgewacht door een flinke groep apen. Die zijn hier beslist niet bang voor mensen.

 

De Ceylon Kroonaap (Macaca sinica) is een roodbruin gekleurde Oude Wereld aap, endemisch in Sri Lanka, waar hij lokaal bekend staat als de rilewa of rilawa. Hij is genoemd naar de kroon-vormige krans van haar op zijn hoofd. 
Hij  leeft in troepen, soms tot 20 stuks. Het is een middelgrote aap, maar het is de kleinste levende soort van de makaken. Hij heeft een hoofd- en lichaamslengte van 35-62 cm en een staartlengte van 40-60 cm. Mannetjes, met  een gewicht van 4,1-8,4 kg kunnen veel grotere afmetingen bereiken dan vrouwetjes met een gewicht van 2,3-4,5 kg. De apen die wonen in een koud klimaat hebben een dikke, donkere bruine vacht en korte ledematen en staarten, terwijl degenen die in het laagland regenwoud leven een roodachtige of goudkleurige vacht hebben. Het droge zone ras heeft leen lichte vacht, lange benen en kort  haar. 
Ceylon Kroonapen leven alleen in Sri Lanka. Troepen van deze makaken zie je veel in de Culturele Driehoek, waar veel oude tempels zijn gelegen, dus verdienen ze de bijnaam "tempel aap".

Het hotel was prachtig gelegen en bood uitzicht op de groenere wijken rond Kandy.

Op het dak lag een hond te slapen. De hotelbaas regelde een taxi maar die liet erg ;lang op zich wachten. René was al  al mopperend en mokkend te voet vertrokken en we konden hem aan de voet van de klim oppikken. We kwamen al tegen de avond in het centrum aan maar konden na het eten de beroemde tempel nog bezoeken.


Sri Dalada Maligawa of de Tempel van de Heilige Tand is een boeddhistische tempel in de stad Kandy.  Het is gelegen in het koninklijk paleis complex van het voormalige Koninkrijk van Kandy, dat de relikwie van de tand van Boeddha huisvest. Sinds de oudheid, heeft de relikwie een belangrijke rol in de lokale politiek gespeeld omdat men gelooft dat wie de relikwie heeft ook het land bestuurt. Kandy was de laatste hoofdstad van de Sri Lankaanse koningen en is een UNESCO World Heritage Site wat vooral te danken is aan de tempel.
Monniken houden dagelijks aanbiddingen in de binnenkamer van de tempel. De rituelen worden drie keer per dag uitgevoerd: in de vroege ochtend, 's middags en' s avonds. Op woensdag is er het symbolische baden van de relikwie met een kruidenpreparaat gemaakt van geurend water en geurige bloemen, genaamd Nanumura Mangallaya. Dit wijwater wordt verondersteld  genezende krachten te bevatten en wordt verspreid onder de aanwezigen.


De geschiedenis is als volgt: Na de parinirvana van Gautama Boeddha, werd de relikwie van de  tand bewaard in Kalinga en naar het eiland gesmokkeld door Prinses Hemamali en haar echtgenoot, prins Dantha op de instructies van haar vader koning Guhasiva. Ze landden op het eiland in Lankapattana tijdens het bewind van koning Kirthi Sri Meghavarna (301-328) en overhandigde hem de tand.  De veiligheid van de relikwie was een verantwoordelijkheid van de monarch, dus door de jaren heen werd het bewaren van de relikwie werd het symbool van het recht om te regeren. Daarom bouwden de regerende vorsten de tempels heel dicht bij hun koninklijke residenties, zoals het geval was in de tijd van de Anuradhapura, Polonnaruwa, Dambadeniya, Yapahuwa en Kurunegala koninkrijken. Tijdens het tijdperk van het Koninkrijk van Gampola was de relikwie gehuisvest in Niyamgampaya Vihara. Zo wordt het ook verteld in de gedichten zoals de Hamsa, de Gira en Selalihini dat de tempel van de tand relikwie was gelegen binnen de stad van Kottewhen en het koninkrijk werd daar gevestigd. 

De huidige tempel van de tand werd gebouwd door Vira Narendra Sinha. De achthoekige Patthirippuwa en gracht werd tijdens het bewind van Sri Vikrama Rajasinha toegevoegd. De beroemde Kandyaanse architect Devandra Mulacharin wordt genoemd als de bouwer van de Patthirippuwa. Oorspronkelijk werd het gebruikt door de koningen voor recreatieve activiteiten en het werd later aangeboden aan de tand relikwie. 

Kandy is een van de grootste steden van het land en kent ook uitgaansgelegenheden zoals dit café waar het goed toeven was met natuurlijk de WK cricket groot in beeld.

 

 

 









Reacties

Dag 12, easy riding en een all inclusive ervaring


We hadden deze etappe als een serieuze ingeschat maar de weg was nieuw en breed en de hellingen stelden niets voor. We waren dan ook al vroeg in de middag in het resort voor onze enige all inclusive ervaring.


De 20 blijkt  geen stenig zandpad dat op en neer kronkelt langs de kust

De Sierra Maestre heeft hier nog een bescheiden hoogte.  Verder naar het westen wordt net de 2000 meter niet bereikt, de hoogste top van Cuba.

Er zijn hier weinig zandstranden langs de kust maar veel mooie uitzichten 

Na 70 km leidt er een weg naar links direct naar het all inclusive resort Brisas Sierra del Mar. Hier is wel een mooi zandstrand, exclusief voor de gasten.

Het ligt er prachtig en alles is hier naar behoren geregeld voor de voornamelijk Canadese, oudere en behoorlijk zware gasten die hier dagelijks met de lunch en het diner zoveel als ze willen naar binnen kunnen werken in het buffet restaurant. Het is goed om hier een middag door te brengen vlak voor de koninginnerit door de bergen.

Pablo is een lokale boer die hier twee kilometer verder in de bergen woont en de opbrengsten van het land probeert aan te vullen met wat er in zijn net komt. Hij is niet erg enthousiast over de gasten in het resort en nodigt me uit aan de andere kant van de pier te kijken waar de lokele bevolking komt zwemmen - waaronder natuurlijk hele mooie meisjes.

de zonsondergangen vanaf onze kamer zijn van grote klasse.

de lucht en de zee kleuren voortdurend anders en nog mooier als even daarvoor.

Ik vroeg me al af wie die mooie  meisjes waren die de hele tijd rond het resort hingen alsof ze ergens op zaten te wachten. In een openluchttheatertje wordt 's avonds sexy entertainment gebracht.


Dag 13: De koninginnerit

Over onverharde wegen door de Sierra Maestre en verder naar Bayamo - 112 km.

Na 10 km gaat er een weg naar links en die gaat vrijwel direct steil ommhoog.

Het is niet overal mogelijk om te blijven fietsten. Als je op zo'n pad even slipt en een voet aan de grond zet kom je niet meer weg en moet je duwen. Dat gebeurt me twee keer.

Één keer trek ik heel hard door als we door een beekje komen en breekt mijn ketting. Gelukkig rijdt Leon - de fietsenmaker -  niet ver achter me.

Tot hier had ik alleen mannen op muilezels gezien als medereizigers op de weg. De chauffeur van de OV-truck moet de weg goed kennen en zijn voertuig heel goed onder controle hebben om over deze weg te kunnen rijden.

We zwoegen zo'n 50 km op en neer door de bergen soms loodsteil omhoog en soms loodsteil omlaag. Hier trok Che Guevara met zijn mannen jarenlang in een guerillastrijd tegen het leger van Battista de bergen door en won de sympathie van de bevolking.


Op foto's is het altijd lastig te zien maar ik moest een paar keer vol in de remmen en volledig achterop de fiets voorzichtig naar beneden zo steil was het. Boven de 25% wordt het lastig, zeker als het wegdek niet overal vast zit. De landschappen onderweg ware fascinerend met hier en daar een eenzame boerderij.

Met ook nog de zon steeds hoger aan de hemel en temperaturen die ondanks de hoogte tot tegen de 30 graden oplopen werden de eerste 55km de zwaarste van de hele trip. In Cruce de los Banos, het eerste dorp na de bergen bleek het al half twee in de midddag te zijn en nog 60 km te gaan.

Niet ver van Cruce de los Banos zie je hier een heel stuk van de weg door de Sierra Maestre. Het ergste is hier dan al lang achter de rug.

 

In Cruce de los Banos was het busstation gelijk ook de cafetaria. Er stond een koudwaterapparaat en er waren snacks te krijgen. Het had een hele zware etappe kunnen worden maar na 15 km reden we de bergen uit en over het betrekkelijk vlakke land hadden we wind mee. Met 40 km per uur reden we Bayamo binnen.


In een residentiele wijk met hoge bomen waarvan sommige in prachtige rode bloei lag ons hotel, de casa "Hostal Bayamo".

 

Casas particulares  heb je in vele soorten en maten. Vaak is het een manier om wat bij te verdienen voor mensen die een kamertje over hebben. Soms heb je echte boutique hotelletjes te pakken waar het verschil door de gastvrouw of gastheer echt wordt gemaakt. De prijs per  tweepersoonskamer (25 CUC  = 25 dollar) is altijd hetzelfde. Je moet ook aan bepaalde voorwaarden voldoen om ze te kunnen verhuren (ontbijt, airco) en je betaalt een vast bedrag en percentage aan de overheid. Soms is het ook gewoon een woonhuis waar je verblijft zoals ook hier bij Tony.Het verschil tussen de huizen wordt vaak gemaakt in de presentatie op internet. Het is een enorm voordeel als je hier een goede internetaansluiting hebt en er mee om weet te gaan en bovendien een website. 

Tony - oud judokampioen -  en zijn vrouw. 

Na het eten op het prachtige Plaza de revolucion of Parque Cespedez- veel straten en pleinen hebben dubbele namen-  een lokaal feest . Een jonge zanger die Mexicaanse muziek zong ten overstaan van zijn publiek dat vooral bestond uit opgedofte verrukte oude dames, een danspaar dat er op los twistte en deze vier dansstellen die op een zeer charmante manier ongeveer hetzelfde aanhadden en erg veel plezier hadden in hun dans performance.


Als je het echte Cubaanse culturele leven wilt zien moet je niet in de casa de la Trova zijn - hoe goed ze er ook spelen -  maar hier op de pleinen, waar de lokale sterren optereden voor het lokale publiek.

En wat voor publiek, als ik een film over een Latijns-Amerikaans stadje zou willen maken zou ik ze niet zo moioi bij elkaar kunnen casten als ze hier gewoon op een rijtje zitten.

Leuk om te zien is dat de artiesten ook echt plezier hebben met elkaar op het podium.



Dag 14: Bayamo revisted en wat een gemakkelijk ritje had moeten zijn

Stad van de rijtuigjes is de bijnaam van Bayamo en hier kun je zien waarom. Ze rijden af en aan.

We moesten zo'n 20 minuten lopen naar het plaza de la Revolucion maar passeerden daarbij interessante zijstraatjes en een hele lange winkelstraat.


 Een echte wandelstraat bovendien met onderweg kunstwerken op straat - General Garcia

Ook de winkels in is een belevenis in Cuba. Alleen al voor de krulspelden was het de moeite.

 

Bayamo is de hoofdstad van de provincie Granma en is een van de grootste steden in deze regio. Het is de tweede van de oorspronkelijke gesticht door Diego Velasguez de Cuellar gestichte steden na Baracoa. Dat geschiedde op 5 november 1513. In de 16e eeuw was het een van de belangrijkste landbouwgebieden van het eiland. Omdat het zover landinwaarts ligt had het nauwelijks last van piraten.


Het is niet alleen een van de mooiste stadjes in Oost Cuba met tal van historische gebouwen, maar het is ook - zeker voor Cubaanse begrippen - uitstekend onderhouden.

Bayomo is ook bekend doordat het de geboorteplaats is Carlos Manuel de Cespedes, de eerste president van de republiek Cuba. Hij was een van de bevrijders van Cuba in de onafhankelijkheidsoorlog tegen de Spanjaarden. Het belangrijkste plein is ook naar hem genoemd.

De Cespedes is ook in eigen persoon aanwezig hoog op een sokkel tussen de vele bomen op dit mooie plein met zijn blinkende marmeren vloer.

Op deze zondag is het druk in de kathedraal achter het plein. Een klein meisje mag voor de deur spelen.

We lopen terug van het pleintje bij het Casa de la Trova 

via Jose Martí


We vertrekken rond 13.00 uur voor het laatste stukje naar Holguin

 

73 km over een vlakke weg. Ik had deze etappe geschat op een makkie. De weg bleek echter van geribbeld asfalt waardoor je nog liever aan de kant door de berm gaat rijden en de wind was voortdurend hard tegen. Bovendien was het landschap ongelooflijk saai. Heel oost Cuba is prachtig maar hier lijkt het op de vlakke provincies in het midden van het land en ik kan me voorstellen dat je op deze manier ook niet graag naar van Holguin naar Havana fietst,  800 km over dit soort parkoers.

Ik heb van het landschap onderweg welgeteld één foto genomen, deze.

Deze jonge dame schonk zeer koel water uit een kan uit de koelkast in Cauto Cristo en was veruit het mooiste wat we onderweg tegenkwamen.'

De grote bergen inktvis smaakten goed in het restaurant waar we erg lang moesten wachten tot er een tafel vrij kwam. De kilometers zijn gereden. De laatste waren zwaar, onverwacht zwaar.

Dag 15 Nog even Holguin

Wandeling op de laatste ochtend. Langs de Parques en dan de lange trappen op naar het hoge uitzichtpunt van Cruce de Loma.

Parque Galixto Garcia is het bruisend hart van de stad. Zowel overdag als 's avonds.



Er zijn veel pleintjes in Holguin, allemaal met hun eigen charme. Hier een tafereel in 'Parque las Flores', de meest zuidelijke van de vier op een lijn gelegen pleinen tussen 'Liberdad en Maceo'.


Aan Maceo op de hoogte van Parque las  Flores ligt deze enorme sculptuur vol heroïsche revolutionaire taferelen. De hoeveelheid gebalde vuisten is indrukwekkend.

Aan de andere kant van Parque Flores ligt de kathedraal Santo Isidoro.


Vandaar naar het noorden loop je de winkelstraat en het voetgangersgebied in,

Voorbij het Parque San José loop je door residentiele wijken en koop je met lokale pesos een broodje varken.


Niet veel verder heb je de rand van de stad bereikt en beginnen de trappen naar boven naar het uitzichtpunt Cruce de Loma over de stad en de verdere wijde omgeving

een uitdagende klim zonder fiets

terwijl de zon al ongenadig brandt wordt het uitzicht steed spectaculairder.

Aan de andere kant blijkt het uitzicht nog mooier

Boven komen ook bussen aan met toeristen en vind je husslers en muzikanten. 

Ook de oude dame met de sigaar is er.

Het uitzicht naar het oosten is erg mooi.

De lucht werkte ook erg mee


Terug op aarde kwamen we langs een café met een naam die alleen nog hier kan voorkomen. In Amsterdam trek je met café de proleet  niet veel klanten.

Een groep schoolkids in de pauze op alweer een pleintje (Los Cabalitos) en eentje onderweg



Het mooiste plein is Parque San José met de gelijknamige kerk


Terug bij La Casona stond er een mooie roze klassieker voor Che en zijn eeuwige overwinning. Een waardige plaat om een mooie fietstrip door Oost Cuba mee af te sluiten

Ware het niet dat ook de terugweg naar het vliegveld voor onze fietsen weer een belevenis was op het dak van deze gele oldtimer.

Voortdurend scheen deze laatste twee weken van januari in 2015 de zon in Oost Cuba. Twee keer maakten we regen mee. De eerste keer 's nachts in Moa en de tweede keer terwijl we al binnen waren op het vliegveld. Vlak voor het vertrek kwam de zon weer te voorschijn. 




 















Reacties

Dag 10 vervolgd, 1e bezoek aan Santiago

 



Casa Maria Carmen in 'Trinidad' ofwel General Portuondo. Een gezellige huiselijke casa met dakterras en tuin vlakbij het centrum.

Bij ons voor de deur zaten een jongen en een meisje die net uit school waren. Even later werd de groep groter en ontstond er een fel debat. Deze twee schrokken ervan.


 

als je het centrum nadert merk je dat Santiago (met 500.000 inw) meer een stad is dan de plaatsen die we tot nu toe hebben bezocht. De brommers toeteren zelfs als je niet opzij gaat. Hoewel veel kleiner dan Havana (2.000.000 inw) is er verder geen stad van dit formaat te vinden in het hele land.

Op het parque Cespedez staan vele historische gebouwen. Het is het hoogste punt in het historische centrum waar de belangrijkste wegen samenkomen.

Als je van Cespedez naar het oosten loopt over Heredia, de straat met de belangrijkste monumenten en uitgaansgelegenheden, kom je langs het Casa se la Trova. In de middag speelde dit gezelschap er met de grijze dame als diva. De emoties spatten van haar performance af.

Overal op straat muziek. Deze mannen speelden een soort akoestische rock en roll. De man met één been draagt een blauwe adidas met oranje zool, precies zoals ik er had 30 jaar geleden


Op het plaza Dolores staan bankjes en ook zijn er terrasjes waarvandaan deze foto is gemaakt. De kousen zijn weer prachtig. De dame links heeft bovendien spectaculaire plateauzolen. De dame rechts heeft de uitdrukking van de ervaren roddeltante, die in het midden heeft me in de gaten.

Dit trio speelde enthousiast en aanstekelijk voor de terrasjes. De serveerster danste mee. Op de achtergrond links een man die van de dronkenschap niet meer op zijn benen kon staan en de band voortdurend lastig viel. Het is opvallend met hoeveel geduld deze mensen worden bejegend. In Amsterdam waren ze al lang met geweld weg geschopt of had men de politie gebeld. Hier niiet en bleef men uiterst coulant en vriendelijk.


Passie en transpiratie bij de muzikanten.

De late zon kleurt het afro kapsel rood op het plaza Dolores. De middag loopt ten eind.

Na het eten gaan we terug naar het Plaza Dolores en treffen deze mooie groen metallic chevrolet in het lamplicht. We drinken iets op een terras maar de communicatie verloopt niet eenvoudig. Als we al weer weg zijn blijkt Jurjen een fout type te hebben aangetrokken, wat hem inmiddels in diverse landen is gebeurd. In onze herinnering staat nog de ex-KGB-agent in Bulgarije.

In een Haïtiaans café met goede koffiel wordt een verhitte discussie gevoerd niet alleen aan deze tafel, ook aan de onze als blijkt dat Jurjens ex-boxer op een erg vanzelfsprekende manier bier bestelt op onze rekening.

In Heredia zijn we hem kwijt en vervolgen onze weg door nachtelijk Santiago.

We maken een korte stop bij het muziekpodium Patio de Artex, dat later die avond een programma heeft. In de bar de perfecte bartender.


 Santiago is de meest zwarte stad van Cuba met een grote groep immigranten uit Jamaica en  vooral Haïti, al sinds de late 18e eeuw. 

 

In het straatbeeld ook nog openbare telefooncellen in gebruik, een verschijnsel dat in West-Europa geheel verdwenen is. In Cuba waar geen Wifi is en weinig internet is het digitale tijdperk nog maar net begonnen.

Het Casa de la Trova van Santiago heeft een grote naam maar is een soort grote huiskamer waar de betere traditionele lokale musici  bands - sol, son and salsa - spelen. Het podium is piepklein voor de 8 à 9-koppige bands die hier vaak spelen.

Er wordt met passie gespeeld. De versterking is redelijk van kwaliteit voor Cubaanse begrippen.


Het komt vanwege het ruimtegebrek goed uit maar toch is het vreemd dat je veel elektrische contrabassen ziet bij deze traditiionele muziek.

 

De Casa de la Trova is een plek die vooral voor toeristen is bedoeld. Je betaalt er met CUC's en de prijzen zijn niet zodanig dat je er gewone lokale bezoekers zult treffen. Wel zijn er altijd danskoppels te zien, jonge mensen die bij elk uptempo nummer de dansvloer opgaan. Als er een groep westerse mannen binnen is zie je dat het mannelijke deel van de koppels zich snel terugtrekt. Je kunt goed dansen met deze meisjes maar na het dansen blijkt er toch steevast een andere component aan de intenties van de meisjes te kleven. Er volgt snel een schets van de mogelijkheden om ook buiten de concertzaal allerlei leuke dingen te gaan doen. In toeristische plekken als dit zie je altijd een aantal zogeheten Jiteneras (letterlijk: Amazone's) op zoek naar nieuwe 'novios' (verloofden). Zonder dat hier nu echt sprake is van prostitutie in de letterlijke zin van het woord - er wordt niet per wip afgerekend - bevatten de contacten tussen de jonge sexy meiden die in dit soort plaatsen dansen en de middelbare mannen waar ze op wachten altijd een sterk economische component. Maar er is niemand die het je kwalijk neemt als je een paar nummers met deze meiden danst en er verder niets gebeurt.


Dag 11 Een hele dag Santiago, een reis door de tijd

Santiago heeft een groot historisch centrum maar ook de buitenwijken zijn fascinerend. In de nieuwe stad zie je villa's uit het begin van de vorige eeuw en in de straten daarnaar toe gebouwen uit de jaren 50. een bioscoop en een restaurant met neon lichten, een perfecte omgeving voor de classic cars.

Een blik vanaf het dak van onze casa in 'Trinidad' naar de oude stad. Linksboven de torens van de kathedraal op het Parque Cespedez.

We willen in de ochtend naar Tivoli maar gaan eerst op cadeautjesjacht in de winkelstraten in het centrum. We vinden een winkeltje in Heredia met een schat aan posters, oude tijdschriften en communistische parafernalia. De wanden zijn volgeplakt met foto's.



De Provinciale Bibliotheek is gehuisvest in een groot gebouw aan Aquilera. Er hangen enorme kleurrijke foto's van dieren aan de wanden. Er staan standbeelden en het lijkt alsof dit gebouw meerdere functies heeft.

Platen van de spectaculaire caribische onderwaterwereld en ook de Cubaanse Todi, een klein kleurrijk vogeltje en hier heel groot. Een van de 30 endemische soorten op het eiland.

 

Het ledenbestrand en de boeken zijn nog niet in de computer ingevoerd. Hier heerst nog het handwerk en de kaartenbak. De dame rechts beschrijft de dame links het wonderlijke apparaat dat ze in handen wist te krijgen: de mobiele telefoon.

Op het Parque Cespedez staat het ouste huis van Cuba, het casa de Diego Velazguez, de conquistador, die het in 1522 liet bouwen.

Op het zelfde plein ligt de enorme Kathedraal van veel recenterder datum. De eerste steen werd gelegd in 1810.


Als je voorbij de Kathesraal naar beneden richting de haven loopt kom je in een van de interassantste en meest schilderachtige wijken van Santiago: Tivoli

Zowel de mensen als de huizen zijn hier in de meest letterlijke zin van het woord kleurrijk.

De straatjes zijn steil en er zijn zelfs enorme trappen. Aan de overkant van de haven liggen de bergen van de Sierra Maestre

Je kunt er traditionele dranken drinken en traditioneel eten eten maar vooral kun je er naar traditionele muziek luisteren.

En die wordt ook al om 11 uur 's ochtends live ten gehore gebracht. Een erg goed akoestisch bandje.

Een traditioneel Cubaans instrument is de tres, een gitaar met drie (dubbele) snaren.

Zicht vanuit Tivoli op de haven.

terug in het centrum lopen we richting Trinidad en passeren enkele fraaie classics

Een lunch buiten is een goed moment om mensen te spotten en vast te leggen. Vrienden aan het tafeltje naast ons spreken met een dame (beneden) die als taak heeft om de boel in de gaten te houden namens de overheid, of partij. Een soort buurtregisseur zonder uniform. Ze houdt toezicht op de openings- en sluitingstijden van de winkels en horecagelegenheden. De overheid is niet zo zichtbaar maar nog altijd sterk aanwezig in het dagelijks leven van de mensen hier.

op een pleintje waar ook een markt is zit een viertal mannen met veel publiek de sport te beoefenen die in de Cariben altijd met veel passie wordt gespeeld: Domino. Zowel spelers als omstanders laten merken dat dit een serieuze zaak is.


Na de middag in plaats van westwaarts naar het oude centrum naar het oosten gelopen. Trinidad (general Portuondo) is een volkse straat met een kleurrijk straatleven.

Het leven speelt zich zoals overal vooral in de late middag op straat af. Drie van vier generaties vrouwen bij elkaar. De moeder is gok ik aan het werk.

Dit is de heilige grond van de revolutie. Hier bevonden zich de Moncada barakken van het leger van Battista toen op 26 juli 1953 Fidel Castro met 119 man een aanval pleegde. De aanval mislukte toen de colonne aanvallers opgemerkt werd door een legerpatrouille. Het effect van de verrassing was verloren en de aanval werd in de kiem gesmoord. 55 aanvallers, onder wie Abel Santamaría, werden gevat, gefolterd en vermoord door Batista’s troepen. Castro en een paar anderen ontsnapten naar de nabijgelegen bergen.

Dit is het monument dat hier in het parque Santamaria is opgericht ter herinnering aan het officieuze begin van de Revolutie. Het is een verzamelplaats voor de jeugd en ook grote groepen schoolkinderen komen hier bij uitstapjes bijeen om de heroïsche tijden van het begin van de revolutie te eren.

Vlakbij Moncada is La Arboleda, waar mensen lang in de rij staan voor een ijsje. Voor elke smaak is er een ander verkooppunt en een nieuwe rij. Mensen staan met emmers in de rij en laten zich flink opscheppen. 

Een drukke weg - De avenida Victoriano Garzon,  loopt van de parken bij Moncada naar de nieuwe stad. Hoe verder je komt hoe meer jaren vijftig architectuur. De tijdreis wordt hier steeds completer.

Deze bioscoop zou langs  route 66 niet misstaan. De avond begint langzaam te vallen.

Na de classic cars waarvan de gele hierboven een mooi exemplaar is blijkt dat het mogelijk is auto's nog langer in goede staat te houden.

Toen we de nieuwe stad wilden inlopen en nog het Parque de los Estudiantes moesten kruisen, zagen we opeens een groep schoolmeiden in uniform komen aanmarcheren. Gedrild door een aan de zijkant nog net zichtbare jongeman. Ze liepen af en aan en dat gedurende een flinke tijd. Sportles?


In de nieuwe stad veel villa's uit het begin van de vorige eeuw. Het is nu de wijk van de overheidsgebouwen geworden.

Terug op de Victorino Garzon begint de schemering samen met de oude auto's en de neon verlichting een steeds mooiere sfeer te creëren.

Pure magie, deze weg

het ene Hopper schilderij na het andere

 

als we uit het restaurant komen is het donker maar het Parque 20 de Mayo verlicht de oude helden van de revolutie.

op dit plein is ook het partijbureau van de provincie gevestigd en dit is een van de weinige plekken waar een afbeelding van Castro te zien is. Voor zo'n bepalende man in de politiek is hij in het straatbeeld uiterst afwezig.

Aan het Plaza de Marte is de kleine concertzaal Los Dos Abuelos (de twee opa's) gevestigd.

Binnen een goede band hoewel de uitversterking van de koe-bel zo oorverdovend is dat ik het niet kan laten er iets van te zeggen. Het scheelt aanmerkelijk in het geluid.

Na middernacht zijn de straten van het Casco Historico prachtig geel uitgelicht maar behoorlijk uitgestorven

 







Reacties

Dag 8: La Farola en de woestijn

Baracoa - Playa Abajo  88 km


'La Farola' , de lantaarn,  zo heet de weg door de bergen tussen Baracoa en Cajobabo van kust tot kust over een pas van 500 meter.

De klimmetjes zijn niet reuzehoog en ook niet erg steil. Bovendien is het asfalt prima. Het is met zijn vele haarspeldbochten kronkelend door de puntige bergen wel een architectonisch meesterwerk.

Zicht vanuit Yumuri op de weg die verder naar beneden kronkelt.


Het laatste stuk naar de kust violgt de weg het riviertje de Jojo

Cuba kent vele historisch belangrijke plekken. Dit is het strand van Cajobabo waar Marti in de nacht van 10 op 11 april 1895 met een roeiboot binnenkwam samen met Gomez en 10 anderen om een begin te maken met de tweede onafhankelijkheidsoorlog die leidde tot de staat Cuba.


Boven de weg die langs de Zuid oostkust naar het westen loopt zitten op kabels overal valkjes.

Het klimaat is hier veel droger dan aan de noordkust en dat zie je aan de vergatatie en aan deze enorme drooggevallen rivierbedding.

Vlak voor het dorp Imias kwamen we langs een huifkar met schoolmeisjes in de voor deze streekl typische bordeauxrode  kleuren. Big smiles voor de fotograaf.

Inias is een flink dorp dat hier aan de zuidkust ligt, geblakerd in de zon. De bewoners zoeken de schaduw van de bomen op die hier overleven.

een straatverkoper met zijn transportfiets. Gelukkig was er ook een ijsjesverkoper even verderop. Je vraagt je wel af hoe het een paar maanden later moet zijn als dit de koelste maand van het jaar is..

 

De accommodatie was erg wisselend van kwaliteit in Campo Playa Abajo, een staatscamping zonder mogelijkheid tot kamperen. Wij in hwet blauwe huis hadden goede bedden en airco.


overal in Cuba vliegen deze zwarte kalkoengieren. Hier in de woestijn zijn ze echt op hun plek.

Club Gerrit heeft de weg naar het strand snel gevonden en spendeert de rest van de middag aan zwemmen en liggen. De spieren krijgen rust en ontspanning.

Op een verkoold stuk boomstronk hadden zich twee hagedissen met krulstaarten verstopt.

Aan het strand van Abajo grenst een mooi waterrijk natuurgebied waar het wemelt van de vogels


Dag 9: Langs een beruchte baai naar een zeer aangename stad

Playa Abajo - Guantánamo 95 km


De zonsopkomst is spectaculair mooi over Playa Abajo. Aloë Vera en cactussen bepalen hier het landschap. Valt er aan de andere kant van La Farola enkele meters regen per jaar, hier is dat maar 300 mm en dat dan over een klein deel van het jaar, terwijl het hier van november tot en met juni droog is.


De camping ontwaakt in de rode gloed van de zonsopgang.

Zicht vanaf de camping naar het noorden

De weg volgt hier de kust, als het even kan strak, vlak  en recht, terwijl de bergen nooitr ver weg zijn.

We zijn een clublid kwijt. Frans is doorgeredenr bij Playa Tortuguilla waar we zaten op een terras. We nemen een duik met op de punt in de verte uitzicht op waar ongeveer de beruchte basis moet zijn. Daar is hier niet veel van te merken. We zien dolfijnen voorbij zwemmen en nemen voor een tijdje afscheid van de zee.

Als we op het terras zitten komt er een meisje voorbij met een varken aan een lijntje.

Het landschap is weids en droog als de Noord Amerikaanse prairie.

Er is opeens een scherpe klim naar een uitzichtpunt waar de staat een plaats uitbaat met uitzicht op Guantanamo Bay. Als je erg je best doet zul er er bij heel helder wer iets van kunnen zien.

De laatste 30 km door een vlak en droog stuk naar Guantánamo zijn landschappelijke gezien niet de interessantste.

Als Gerard en ik voor de hergroepering wachten waar we de stad binnenrijden stroomt de plaatselijke school net leeg.

 


Haar naam mag bekend zijn vanqwege vele misverstanden, er zijn weinig mensen die hier nietr wonen dioe de plaats echt kennen en waarderen voor wat ze is. Weinig reizeigers tussen Santiago en Baracoa nemen de moeite deze stad beter te leren kennen en zo onterecht want deze stad heeft soul?


 

'In 1814 gesticht door Franse Plantagehouders die waren gevlucht uit Haiti groeide het snel in het begin van de 20e eeuw. Nu wonen er 200.000 mensen.

Dit is zo'n wonderlijke straatscene die je in Cubaanse steden kunt tegenkomen. Een kleine opera die je zelf mag invullen.



Met de Santa Catalinakerk als centraal punt (1863), heeft Parque Martí een flinke facelift ondergaan: een lik verf, informatieborden en nieuwe winkels en restaurants rond de levendige boulevards. Tijdloos tussen alle actie als rustpunt 'el maestro'  zelf, waaraan het plein zijn naam dankt.


 

De lokale architect Leticio Salcines (1888–1973)heeft een aantal indrukwekkende gebouwen achtergelaten rond Guantánamo waaronder zijn personlijke residentie uit1916, dat nu een museum is met kleurrijke frescoes, Japans porcelijn 


Een ander architectonisch geschenk van Leticio Salcines is deze mooie bibliotheek die eens het stadhuis vormde (1934–51). 


Het Cubaanse leven speelt zich  - zeker als de zon weg is - voornamelijk af op straat. Niet in achtertuinen maar voor, op de stoep op de veranda. Fijn voor de fotografen.

Tussen de oldtimers en de lada's valt een moderne 4w-drive wel op en ook de vlag op de broek laat de door toeristen gevreesde verandering al zien.


Het provinciale museum is gevestigd in een oude gevangenis bewaakt door kanonnen.

Op straat is het gezelliger dan binnen in het café

 

Het is opvallend dat er 's avonds grote groepen schooljeugd in uniform op straat lopen. De stemming is uitgelaten. Alle leerlingen hebben de volgende dag vrij vanwege de grote feestdag, de geboortedag van de vader van de onafhankelijkheid, José Martí.

Buiten de winkelstraten van het centrum, in de residentiële wijken, is het rustiger maar nog steeds levendig op straat. Het zwakke gele lamplicht crëert een bijzondere atmosfeer in de nachtelijke straten.

Veel personeel per klant en een jaren vijftig uitstraling. geldt voor veel interieuren in de Cubaanse Horeca.



Toen we 's avond terugkwamen op Martí was er een straatoptreden bezig. Twee groepjes danseressen en een zanger er tussen door. In tegenstelling tot de op toeristen gesneden optredens in de vele casas de la Trova was dit echt een lokaal georganioseerd en bekeken programma.


Dag 10: Naar Santiago

 

Geen zware etappe. Alleen halverwege wat klimmen en over de snelweg was geen probleem, geen auto te zien.

Bij het vertrek bleek dat de straten die we wilden gebruiken om de stad uit te rijden helemaal vol stonden met schoolkinderen die hun parade gingen houden voor de feestdag.

We vonden uiteindelijk wel een weg richting de snelweg waar we een stuk over heen moesten rijden. Het probleem was dat we nergens water konden krijgen. Niets was open en wat open was verkocht geen water.

Eenmaal op de snelweg tussen Guantànamo en Santiago bleek dat er geen auto's op reden. Een verdwaalde bromfiets,een paard en wagen en zelfs een groepje wielrenners, maar auto's hooguit één per 5 minuten.

Het uitzicht was niet echt geweldig op de snelweg en dat veranderde meteen toen we er vanaf gingen. Hier de brug over de Guantanamo rivier.

De weg naar Yerba leidde eerst richting de bergen van het nationaal park Gran Piedra.

Een droog berggebied met rotsige bodem en veel vee


 Kleurige huizen in het centrum van dit landbouwgebied Yerba di Guinea

We konden in het centrum kiezen tuss3n verschillende stalletjes naast elkaar. Er was een of ander dorpsfeest gaande en na bij de dames hierboven onze dorst te hebben gelest, was er een man vlees op broodjes aan het scheppen uit een heel geroosterd varken.


La Maya is een flink dorp met een levendig straatbeeld


Vanaf  la Maya kwamen we weer op de stille snelweg en raasden met 40 in het uur de laatste kilometers naar Santiago af.

Een merkwaardig fenomeen: je ziet op Cuba veel lange spoorlijnen in goede staat en daar moet haast wel een trein nog rijden maar nergens hebben we er een gezien. Wel wandelaars op het spoor, vaak in groepjes.

Ook in Santiago brengt de Garmin ons regelrecht naar waar we wezen moeten. In dit geval onze casa in de straat die officieel General Potuondo heet maar door iedereen  Trinidad wordt genoemd.

 

 











Reacties

Dag 5: de langste weg

De etappe naar Moa is 122 km lang maar niet extreem moeilijk. Na de afdaling voornamelijk asfalt, wat heuvels maar niet lang klimmen.

 

Hier op de rode Veluwe kwam eerst een man op een paard tevoor schijn en even later uit de verte een ander. De manier waaerop ze naar elkaar toerijden doet onvermijdelijk denken aan een beeld in talloze films: This dirtroad ain't big enough for the both of us.

Behalve afgedwaalde koeien was er nog een interessant natuurverschijnsel dat je op de Veluwe niet tegenkomt: de koereigerboom.

Hoewel het in de regel sneller gaat dan omhoog lijkt de afdaling over de weg waarover je al geklommen hebt veel langer. Je verbaast je er over hoeveel je blijkbaar achter elkaar hebt kunnen klimmen. Hier is rechts rijden overigens de regel maar waar de weg ruig is worden de meest vlakke randjes opgezocht.

In Mayarí is het leven in de vroege ochtend als het nog betrekkelijk koel is in volle gang. Stress is hier echter ver te zoeken. 

De 123 volgt in grove linen de kust op een afstandje maar loopt ook over de uitlopers van de bergen van het Nationale Park Pico Cristal.


Het dorp heet Playa Tanamo maar van een echt strand is geen sprake. Wel van een verkoelende duik op het heetst van de dag hier in de baai vanaf deze kiezelstrook tussen de magrovebomen die we volledig voor onszelf hebben.

Nou ja, niet helemaal voor onszelf. ook deze plevieren maken gebruik van het kiezelstrand waarin ze visueel nagenoeg verwijnen.

Als we landinwaarts rijden zijn de bergen van de Pico Cristal goed zichtbaar.

Hoe meer we naar het oosten rijden hoe rustiger de weg wordt. 

Al voor het binnenrijden van de industriestad Moa worden de zegeningen van de zware industrie op een stenen bord breed uitgemeten. Ook Che is er weer bij.

  

Er is één hotel maar wel een flinke, hotel Miramar dat wordt gerund door het staatsbedrijf Islazul. Geen zee te zien maar wel een bar bij het zwembad dat een Hopperiaanse charme laat zien.

 

Dag 6: natuur en strand


Een trip van uitersten: van de zware industrie van Moa naar het nationale Park Alejandro Humboldt, het park met de hoogste biodiversiteit van Cuba, en het fabelachtige strand van Maguana.

  

'Socialisme of de dood' staat er bij het uitrijden van de bebouwde kom van Moa, Che is er weer en twee arbeiders met helmen bij een hijskraan en een soldaat en ook de fantastische gezondheidszorg wordt gememoreerd. Verder zien we een vliegtuig, fabrieken en schoorstenen en een sportstadion. Maar zijn dat mobiele telefoons, daar tussen de arbeiders en Che? Wellicht heeft het te maken met de kobaltwinning hier, een belangrijke delfstof voor de mobiele telefonie. Het paneel helemaal rechts van een bungalow met palmbomen is een echte vreemde eend in de bijt. Die hoorde eerst bij een ander bord.

Links lijken de man met tas en de vrouw met de roze parasol en groene broek gewoon op weg naar kantoor maar rechts speelt zich een soort volksopera af. De kleineman rechts oreert met luide stem en breed handgebaar maar moeder stapt stevig door znder dat hij indruk op haar lijkt te maken. De man in het midden loopt met zijn armen zwaaiend achter zijn vrouw aan die de indruk maakt alsof ze hem niet meer wil horen en stevig gaat zij haar eigen weg. Zo werkt het tussen man en vrouw in het algemeen in Cuba.

Als we de stad uit zijn rijden we pas echt door de industriële zone. We passeren hier zelfs bordjes met verboden te fotograferen. Dit is het oude Cuba van voor 2000.

De overgang tussen industrie en natuur is hier in beeld. De rest van de dag alleen nog maar mooie plaatjes. 

We moesten van de onverharde weg af om in het dorp Yamaniguey te komen. Dat was een plaats waar nooit een buitenlander binnenkwam. Op een steiger in de zee speelden twee jongens;

mooie gekleurde houten huizen in weelderig groen op de weg er naar toe.


De weg golft op en neer door het prachtige groene park, soms een flink eind van de kust en soms er vlak langs

 

 

Nationaal park Alejandro de Humboldt is gelegen in de provincies Holguín en Guantánamo. Het Nationale Park is vernoemd naar de Duitse wetenschapper Alexander von Humboldt, die het eiland in 1800 en 1801 bezocht. Het park heeft een oppervlakte van 711,38 km². El Toldo is met zijn 1.168 m het hoogste punt van het park.

 

Zestien van de achtentwintig inheemse plantensoorten worden in het park beschermd. De aanwezige fauna in het park bestaat uit verschillende soorten Papegaaien, Kolibri's, Hutia's en de met uitsterven bedreigde Almiqui

 

Het park staat sinds 2001 op de werelderfgoedlijst van UNESCO


de dorpen zijn schaars hier in het nationale park. Hier het dorp Nubijon.

Playa Maguana is een kilometer of 20 ten noorden van Baracoa gelegen. Hier komen voornamelijk Cubaanse bezoekers uit de omstreek. Voor massaal toerisme is het veel te ver van de gebaande paden.

Je moet om er te komen door een soort bos heen. Hier is een man met zijn ossenkar binnengereden om zijn groentes en kruiden aan de man te brengen,.


Playa Managua,heeft een koraalrif 180 meter in zee.
Er is is een klein, intiem maar prijzig hotel 
Villa Maguana met een privé-strook strand en een lokaal restaurant aan de andere kant van het strand.

Dit is een prachtig gebied voor natuurliefhebbers die het nabijgelegen biosfeerreservaat en de UNESCO Werelderfgoedlocatie Cuchillas del Toa kunnen verkennen, om er te zwemmen en vissen in rivieren, waaronder de Toa, Duaba, Miel en Báez.

De rivier de Miel 

Niet  ver ten  noorden van Baracoa zijn stele rotswanden waarin ook inscripties van Taino's. Hoewel er jarenlang werd aangenomen dat de Taino's i in het hele Carribische gebied zijn  uitgestorven, is er groeiend bewijs dat juist hier in de regio er nog volledige gemeenschappen van Taino-afstammelingen leven in de bergen.

De onvolprezen casa colonial van Yalina y Gustavo, de al even onvolprezen gastvrouw en -heer van de beste casa in town. Vooral ook blijven eten hier en vragen een buffet te maken: Kreeft, vis in kokos, kip, vergatarische gerechten, het kan niet op en ongelooflijk lekker. Zolang de staat de prijzen bepaalt - elke casa hetzelfde tarief - zit je hier natuurlijk voor een koopje. Zit daarom wel het hele jaar vol, dus tijdig reserveren.

vanaf het dak kun je over de rommelige aanbouwtjes de zee net zien

Als de hitte minder wordt en de avond gaat vallen zit heel Cuba op de vernda te genieten van de buitenlucht. De jongens voetballen op blote voeten.

'Vrouw is revolutie' is de klandestiene tekst die hier overigens keurig en niet gehaast op de stoeprand is geschilderd. Dan is het mooi als er een 'lady in red;  voorbijkomt op de fiets.

Hier het voetgangersgebied en de centrale uitgaansstraat van Baracoa met links het huis van de cacao, een prachtig café met allerlei chocolade specialiteiten.

In het casa de la trova staat de traditionele Cubaanse muziek, zoals son en sol, centraal. Er wordt iedere dag opgetreden door grote en kleine ensembles. Je kunt er luisteren maar ook dansen.

Dag 7: Eindelijk een rustdag

Het is erg prettig om niet te hoeven pakken, opladen en wegrijden zo af en toe maar om de boel de boel te kunnen laten en het vooruitzicht te hebben de dag door te brengen zonder kilometers te hoeven maken. Zeker in een oord als Baracoa.



 

Baracoa, bijgenaamd La Ciudad Primera, is de meest oostelijke en oudste stad van Cuba. Het is populair onder toeristen vanwege zijn inheemse verborgen unieke lokale cultuur, zijn verrassende lokale keuken en natuurlijk vanwege zijn omgeving van regenwoud en zijn chocolade.

 

Afgeschermd door zware bergen aan de ene kant en de Atlantische Oceaan aan de andere kant, is Baracoa van oudsher geïsoleerd van de rest van Cuba; tot 1960  kon het alleen worden bereikt vanuit zee. Deze isolatie heeft bijgedragen aan de unieke identiteit Baracoa.

 

Er wordt aangenomen dat het Baracoa is waar Columbus voor het eerst is geland op Amerikaanse bodem, waardoor het echt de eerste stad is van het moderne Amerika. Baracoa is formeel opgericht als de eerste van Diego Velazquez ‘ nederzettingen in 1511, en was de hoofdstad van Cuba tot 1515, toen de hoofdstad werd verplaatst naar Santiago wat voor een deel is te wijten aan Baracoa’s  ligging. In de eeuwen daarna heeft Baracoa zich los van de rest van Cuba ontwikkeld. Franse kolonisten op de vlucht voor de revolutie in het nabije Haïti vonden  het klimaat ideaal voor de teelt van chocolade en de stad werd daardoor een agrarisch centrum. In de aanloop naar de revolutie van 1959 waren de burgers van Baracoa bijzonder ondersteunend en behulpzaam (zoals in het algemeen geldt voor Oost-Cuba) en werden ze beloond met de voltooiing van een weg naar Guantánamo dat het einde betekende van meer dan vier eeuwen van isolatie . Vandaag heeft Baracoa vooral een grote agrarische functiwe voor Cuba, met al Cuba's chocolade afkomstig uit de omgeving, en is het ook een groeiende bestemming op de Cubaanse toeristische route.

Playa de Miel, genoemd naar de gelijknamige rivier


De rivier de Miel mondt uit in zee aan het eind van het bruine zandstrand

Het is een paar km breed

en omzoomd door kokospalmen













Reacties

Dag 11 Een lange busreis van Noord naar zuid Benin en nog een stukje op de fiets naar Ouidah, fascinerende stad met slavernijhistorie.

 

We vertrokken vroeg maar al onze fietsen pasten in de bus en nog veel meer. Dingen verplaatsen daar zijn ze goed in hier in Afrika en niets lijkt aan strikt nageleefde regels gebonden.

Vrouwen bevolken de plaatsen waar de bus stopt en de vrouwen verdringen zich met hun koopwaar. De koop vindt gewoonlijk plaats door het raampje van de bus.

broodjes, frisdrank, eieren, maar ook lekkernijen in palm- of bananenbladeren zijn in ruime mate aanwezig.

In Allada buigt de bus af naar Cotonou en wij stappen uit om de laatste 45 km met de fiets naar Ouidah en iets verder naar de kust af te leggen.

Het is een brede rode aarden weg waarover we rijden en die wordt steeds drukker met brommers als we dichter bij Ouidah komen.

Dit is een typisch Afrikaans benzinestation, een zelfgebouwd houten stalletje en wat flessen gevuld met benzine. Hier worden de meeste brommers mee gevuld.

Eenmaal aangekomen bij ons hotel worden al tijdens het eerste bier de bestellingen voor het avondeten opgenomen. We zitten op een perfecte plek, 4 km ten zuiden van Ouidah aan het strand. Er is een zwembad, er zijn ligstoelen en na 11 dagen hebben we morgen onze eerste rustdag.

 

 

Dag 12: Rustdag in en rond Ouidah

Op het strand van Ouidah (4km ten zuiden van Ouidah) ligt een indrukwekkend monument. The door of no return geeft naam aan de ca. 500.000 slaven die van hier naar de Amerika's zijn vervoerd.

Richting Ouidah rijd je over de 'Chemin des esclaves' , vol met beeldjes als deze. Een groot monument voor allen die hier werden afgevoerd. De laatste kilometers onder begeleiding van de Europese slavenhalers omdat de onderdanen van Dahomey  de zee niet mochten zien. Dat waren trouwens voornamelijk Portugezen en hun eindbestemming was voornamelijk Brazilië.

 

Ouidah is een kleine levendige stad met een aantal monumenten en een centrum met koloniale architectuur. Hier hebben zich ook Portugese families gevestigd en zelfs Braziliaanse kolonialen, van wie er een het tot onderkoning van Dahomey heeft geschopt.

Hoewel Ouidah het centrum is van de Voudoun godsdienst die de officiele is van Benin is er ook een Kathedraal

en een grote moskee.

In het centrum wegen met straatstenen en daarbuiten de meer parkachtige wijken met aarden wegen en veel groen

 

 

Buiten op het plein voor de school is de gymles bezig

langs de slavenroute fietsen we weer terug

Om bij het strand te komen moet je een lagunegebied oversteken waar vissersdorpjes zich hebben gevormd.

 Het monument gezien vanaf het land met de zee op de achtergrond.

In ons hotel zie je op de kussens van de stoelen deze bonte hagedis met zijn gele kop en rode staart, een kolonistenagame

 

Het strand is hier heel mooi maar de zee is niet geschikt om te zwemmen. Zodra je tot je enkels in het water staat, voel je de stroming heel hard aan je benen trekken en de kust loopt erg steil af.

Wat verder naar het oosten liggen vissersboten. De netten worden op zee gebracht met boten en als ze gevuld zijn worden ze door een ketting van mensen naar binnen getrokken.

Het hele dorp doet mee. Je ziet hier zelfs een vrouw met baby op haar rug meetrekken aan het enorm lange net.

Langs het strand naar het oosten loopt een onverharde weg die in de late middag druk wordt gebruikt door mannen op brommers. De weg is omzoomd met palmbomen.


Dag 13: Terug naar Togo



 

Lac Aheme is een enorme ondiepe watervlakte met vissersdorpjes erop en er langs. Er wordt voortdurend gevist door mannen in kleine bootjes of gewoon staand in het water.

Fuiken aan palen en netten die worden geworpen brengen een grote hoeveelheid kleine visjes te voorschijn

hoe verder je kijkt hoe kleurlozer maar fascinerender het meer wordt.

Richting de kust steken we de river de Hévé over met bloeiende bloemen op het water en palmbomen er naast.

Rijdend langs de kust zien we overal kleine akkertjes met mensen die het land met de hand bewerken. We rijden lang door een smalle strook Benin dat ver in Togo doordringt. Aan de grens brengen we een uurtje door met formaliteiten en wachten. Het is niet ver meer naar Agbodrafo en het voortreffelijke hotel Safari ligt aan de zandweg langs de kust.

Vlak buiten hotel staan een paar grote bomen die vol zitten met de typische nesten van wevervogels

Wevervogels zijn tussen de 8 en 24 centimeter lang. In de broedtijd zijn de mannetjes vaak opvallend gekleurd, meestal in geel en zwart, maar ook grijs, wit en zwart. De vrouwtjes blijven onopvallend van kleur. Wevervogels hebben een relatief korte, dikke snavel en afgeronde vleugels.

Ze leven van granen, zaden, vruchten en insecten.

Deze vogels komen voornamelijk voor in Afrika op de savannes, sommige zijn bosbewoners. Soms komen ze voor in enorme groepen tot wel 100.000 exemplaren. Deze groepen kunnen honderden kilometers ver weg trekken op zoek naar voedsel. Ze komen vaak voor in de buurt van menselijke bewoning.

 

Dag 14: Naar Togoville en naar huis

Net als Lac Anehe is het Togomeer erg ondiep. Aan de oever wachten mannen in taxibootjes (piroques) om je naar de overkant te bomen.

Aan de overkant ligt Togoville, een fascinerend stadje met een belangrijke geschiedenis,

Aan de overkant word je opgewacht door een officiele gids die je meeneemt naar de Kathedraal waar Johannes Paulus de 2e is geweest en de monumenten die wijzen op de overeenkomst die hier met Duitsland is gesloten waardoor Togo korte tijd een Duitse kolonie werd aan het einde van de 19e eeuw. Togoville is tevens het spirituele centrum van Togo, de vooddo hoofdstad.

de jeugd leert van de oudere zal dit beeld voorstellen al zit de jeugd er wat onverschillig bij achterstevoren op zijn stoel/

In de Kathedraal

Een waterput gegraven in de Duitse tijd.

Na het officiele bezoek wil de gids Leon en mij wel meenemen naar het andere Togoville en hij belooft ons te brengen naar een hogepriesteres van de Vodoun. Hij praat met verschillende mensen maar de prijs die we moeten betalen voor een consult wordt steeds hoger. We draaien inmiddels concentrische cirkels in de schaduw stad waar we geen mensen zien maar wel voodoo tempels en beelden van een luguber soort.

Dit is Legba, de God die de communicator is tussen de mensen en de Goden en daarom druk bezocht door mensen die er komen offeren zoals te zien is aan de vlekken van palmolie en kippenbloed  op het beeld. Het beeld staat achter tralies om te voorkomen dat bezoekers de kracht van de god ten kwade aanwenden.

Deze God, de plaatselijke Papa Adigba, bestaat voornamelijk uit hoofd en penis.

We zijn toch blij als we weer in de boot zitten naar Agbadrafo

terug in ons hotel genieten we van de baden voordat we eten en ons naar het vliegveld laten brengen.We kijken terug op een mooie, hectische, intense en onvergetelijke fietsvakantie.



Reacties

Benin is vooral uitrusten en dingen zien in vergelijking met Togo na 9 dagen fietsen bovenop

een terreinwagen op safari 

 

Dag 9: Door de Atacora Mountains naar Natitingou

we rijden eerst door de koele ochtenlucht onder hele hoge bomen

 

 

Hoewel de mensen hier van het zelfde volk zijn als aan de andere kant hebben ze een andere

naam - de Somba - en hun kasteeltjes worden Tata Somba genoemd

 

Opeens rijden we in de Atacora Mountains en gaan steil omhoog over een mooie rode aarden

weg

 


We nemen een uitgebreide pauze waarin we een Somba dorp bezoeken. Hier een van de

tata's die hier verspreid liggen over een groot gebied.

 

Als we papaya's eten aan de weg komt er ook een taxi busje voorbij, een typische toyota

waarop een ongelofelijke hoeveelheid spullen is opgestapeld.

Als we om water vragen worden we met de jongens meegestuurd die het gaan halen bij de pomp.

Zo'n dorp is enorm uitgebreid en de tata's liggen ver van elkaar. We komen langs een tata-speelhuis en een grote hoeveelheid dakdekkersmateriaal.

Na ruim een kilometer lopen bereiken we de pomp en kunnen de bidons en de jerrycans van de jongens worden gevuld.

 

Hotel Bourgogne is onze uitvalsbasis voor de safari naar het nationale park van Pendjari.

 

Dag 10: Safari in Nationaal Park Pendjari

De volgende morgen was het nog donker toen we ontbeten en de gids bleek toch al een half uur op ons te wachten. Er blijkt een uur tijdsverschil te zijn tussen Togo en Benin. We moesten een uur rijden naar de ingang van het park en daarna nog een uur voor we wild zagen. Het werd een lange maar fascinerende rit met onze enthousiaste gids die ons zo graag olifanten wilde laten zien of een leeuw. Hij was ook geïnspireerd door de vogelkennis evan Gerard en mij en reed honderden kilometers naar de beste plekken.

 

Pendjari Nationaal Park ligt in het noordwesten van Benin en grenst aan het Arli Nationaal Park in Burkina Faso Het park is vernoemd naar de Pendjari rivier en staat bekend om zijn wildlife van o.a. olifanten, apen, leeuwen en nijlpaarden en vooral vogels, ongeveer 300 soorten. Naast het jachtluipaard, het symbool van het park, kunn je er ook de Pendjari-olifant vinden. Deze olifant is over het algemeen hetzelfde als zijn soortgenoten in het oosten van Afrika alleen heeft hij kleinere slagtanden. Het Pendjari National Park is een gebied van 2755 vierkante kilometer .Het Pendjari Park is het beste Nationaal Park van West-Afrika om dieren te spotten. Men kan er dagelijks 2 safari's doen en er is ook een gebied voorzien in het park om te jagen.

We hebben geen leeuwen en olifanten gezien maar wel de volgende dieren:

De kob is een middelgrote antilope met een rond en gespierd lichaam en nek. Hij heeft een schouderhoogte van 70 tot 100 cm en een gewicht van 80 tot 100 kg. Hij heeft een korte vacht.


De kob komt voor op de noordelijke savannes. Hij komt uitsluitend voor in vochtige graslanden (zoals in de omgeving van rivieren die in het regenseizoen buiten hun oevers treden), zowel in open savannes als in licht beboste gebieden, en op laagvlakten of licht golvend terrein.

 

 Voorzichtig met de krokodil, ook al lijken ze meer dood dan levend, is de boodschap die moeder haar kind hier meegeeft.

 

Het hartenbeest (Alcelaphus buselaphus) is een grote, algemene antilope uit de Afrikaanse grasvlakten. De naam "hartenbeest" is aan het dier gegeven door de Boeren die het dier vonden lijken op een hert. Het hartenbeest heeft een kop-romplengte van 160 tot 215 centimeter en een schouderhoogte van 107 tot 150 centimeter. Vrouwtjes wegen 116 tot 185 kilogram, mannetjes 125 tot 218 kilogram.


Het hartenbeest leeft in open, droge graslanden en savannes,. Vroeger kwam hij in bijna alle grasvlakten en savannes van Afrika voor, maar de soort is tegenwoordig uitgestorven in Noord-Afrika. Hij leeft zowel op vlakten als in heuvelachtig gebied, zowel in open gebied als in meer beboste en met struiken begroeide gebieden.



De waterbok is een grote antilopesoort met een lange, ruige vacht. 

De waterbok heeft een kop-romplengte van 177 tot 235 centimeter en een schouderhoogte van 120 tot 136 centimeter. Het mannetje is zwaarder dan het vrouwtje. Het mannetje weegt 200 tot 300 kilogram, het vrouwtje 160 tot 200 kilogram.

De waterbok leeft in beboste gebieden,savannes en valleien, in de nabijheid van water. De waterbok dankt zijn naam aan het feit dat hij meestal vlakbij water te vinden is. Hij komt in bijna geheel Afrika ten zuiden van de Sahara voor. De soort heeft een voorkeur voor bosranden en bos/grasland-mozaïeken


De Roanantilope (Hippotragus equinus), ook wel paardantilope of basterdgemsbok genoemd, is een Afrikaanse antilopensoort uit de onderfamilie der paardantilopen (Hippotraginae). Zijn nauwste nog levende verwant is de Sabelantilope of zwarte paardantilope (Hippotragus niger).

 De Roanantilope heeft een kop-romplengte van 190 tot 240 centimeter en een schouderhoogte van 126 tot 145 centimeter.  Een mannetje weegt tussen de 242 en 300 kilogram, een vrouwtje tussen de 223 en 280 kilogram.

De Roanantilope leeft in open en licht beboste gebieden, voornamelijk op graslanden en savannes met slechts enkele bomen, in parklandschap en in bosmozaïeken. De Roanantilope heeft een voorkeur voor gebieden waar weinig andere herbivoren voorkomen. Hij komt zowel voor op de noordelijke savannes als op de zuidelijke , Ook in de Sahel komt hij voor, maar nooit ver van water. De Roanantilope kan tot op 2400 meter hoogte worden aangetroffen.

De pendjari rivier is niet alleen de naamgever van het park maar vormt ook de grens ervan. Het is een kleine rivier maar een mooie.

Bavianen komen hier zoals in heel Afrika in grote hoeveelheden voor. Je ziet ze langs de weg zitten of over de weg rennen.

 

De groene baviaan of anubisbaviaan (Papio anubis) is een baviaan uit de familie der apen van de oude wereld (Cercopithecidae). Hij dankt zijn naam aan Anubis, de Egyptische god met de jakhalskop. De groene baviaan heeft namelijk een neus die doet denken aan die van een hond.

Mannetjes worden groter dan vrouwtjes: mannetjes zijn gemiddeld 100 centimeter lang, met een schouderhoogte van 70 centimeter en een gewicht van 22 tot 50 kilogram, terwijl vrouwtjes gemiddeld 75 centimeter lang zijn, met een schouderhoogte van 55 centimeter en een gewicht van 11 tot 30 kilogram. Ook hebben mannetjes een dikke kap over de nek en schouders, waardoor de oren bijzonder lastig te zien zijn.

Het is de meest algemene bavianesoort met een groot verspreidingsgebied. Ze leven in savannes, steppen en beboste en rotsachtige streken.Het is een omnivore opportunist.  Hij eet vooral gras, knoppen, bladeren en fruit, aangevuld methars, gom en sprinkhanen en andere insecten. Ook eet hij kleine gewervelde dieren, van hagedissen tot jonge antilopen, en wortels en bloesems. Hij past zijn dieet makkelijk aan veranderende situaties aan. Ook landbouwgewassen worden gegeten. Een troep bavianen kan grote schade aanrichten aan landbouwgebieden en in sommige streken worden ze als ongedierte beschouwd.

 

De groene baviaan leeft in complexe sociale groepen, die uit enkele dieren tot troepen van wel honderdvijftig dieren kunnen bestaan. Een gemiddelde groep heeft ongeveer vijfendertig dieren. De troepen zijn gemengd, waarbij vrouwtjes in de meerderheid zijn (meestal drie keer zoveel vrouwtjes dan mannetjes). Mannetjes werken soms samen, waarbij een hiërarchie kan heersen.

 

De huzaaraap of patas (Erythrocebus patas) is een Afrikaanse soort van het geslachthuzaarapen (Erythrocebus).

 De huzaaraap is een slanke apensoort met lange ledematen. Mannelijke huzaarapen zijn veel groter dan vrouwtjes, regelmatig minstens twee keer zo groot. Het mannetje is 60 tot 87 cm lang, 34 tot 50 cm hoog en 10 tot 25 kg zwaar. Het vrouwtje is 48 tot 77 cm lang, 28 tot 45 cm hoog en 7 tot 14 kg zwaar.

De huzaaraap komt voor op de noordelijke savannes van Afrika,  Hij is te vinden in drogere halfwoestijnen, de open graslanden van de Sahel,  in open savannen, struikgebieden en open bossen. Hij is het algemeenst in licht met enkele acacia's en struiken begroeide savannes. Het is samen met de groene meerkatten en bavianen de enige Afrikaanse primaat die meer in open streken leeft, Andere soorten zijn meer bosbewoners.

De huzaaraap is overdag actief. 's nachts slaapt hij alleen of met zijn tweeën in de top van een boom. De belangrijkste vijanden zijn luipaarden en leeuwen. De huzaaraap is aangepast aan het leven op de grond. De lange ledematen zorgen ervoor dat het dier zich op de grond snel kan voortbewegen.

De huzaaraap leeft in groepsverband. Een troep bestaat uit ongeveer vijfentwintig dieren, bestaande uit een dominant mannetje en meerdere vrouwtjes en jongen. Volwassen mannetjes zonder troep leven alleen of in kleine vrijgezellengroepjes.

De huzaaraap zoekt naar voedsel in kleinere groepen. Hij eet voornamelijk plantaardig materiaal, als zaden, peulvruchten,  bladeren, grassen, vruchten, bessen en bloemen maar soms ook incecten en andere ongewervelden,  paddenstoelen, eieren en kleine gewervelde dieren. Ook bezoekt hij in de droge tijd regelmatig waterbronnen.

 

 Het knobbelzwijn (Phacochoerus africanus) is een algemeen zwijn uit de familie der varkens (Suidae),

Het knobbelzwijn is een dagdier. Het leeft op de savannen vanAfrika ten zuiden van de Sahara. Het heeft een voorkeur voor uiterwaarden en licht bebost landschap. 

Het knobbelzwijn eet vooral gras, maar ook bast, bladeren, wortelen, vruchten, aas, insecten en llarven, en zelfs uitwerpselen. In het droge seizoen eet het vooral knollen en wortelstokken, in het regenseizoen vooral kort gras. Het blijft meestal nabij water, maar kan voor langere tijd zonder water, aangezien zijn voedsel rijk aan vocht is. Om te eten laat het zich door zijn voorpoten zakken.

Als het knobbelzwijn rent, houdt het zijn staart recht omhoog. Zijn belangrijkste vijand is de leeuw

 Het knobbelzwijn is een sociale soort. Meestal bestaat een groep uit een vrouwtje en haar vrouwelijke nakomelingen. Als groepen zich samenvoegen, zijn dat meestal ook nauwe verwanten, zoals zussen of moeders en dochters. Meestal leven verwante familiegroepjes dicht bij elkaar in een gebied van vier km². Holen binnen dit gebied worden gedeeld door de groepen, maar er wordt nooit meer dan één groep per hol aangetroffen.

De zwarte kroonkraan (Balearica pavonina) of zwarte kroonkraanvogel is een vogel uit de familie Gruidae (Kraanvogels). Deze soort is nauw verwant aan de Grijze Kroonkraan (B. regulorum) en ze zijn moeilijk van elkaar te onderscheiden.

Zijn menu bestaat uit insecten, reptielen en kleine zoogdieren. Zoals alle kraanvogels heeft ook de zwarte kroonkraan een opvallende baltsdans waarbij hij zijn vleugelswijd uitspreidt.

 

 

 Twee Afrikaanse ooievaars, twee sporenkivieten en twee nijlkrokodillen

 

Nijlpaarden leven in en om het water, in rivieren, plassen, meren en moerassen in een groot deel van Afrika, oorspronkelijk van de Nijldelta tot de Kaap. Ze komen oorspronkelijk in ieder gebied voor waar voldoende water is om in te baden en gras om van te grazen. In bergen kunnen ze tot op 2000 meter hoogte worden gevonden.

 Nijlpaarden zijn een belangrijk onderdeel van hun ecosysteem. Er zijn meren die zonder nijlpaarden zo goed als levenloos zouden zijn, bijvoorbeeld doordat ze uit vrijwel steriel bronwater voortspruiten, maar door de bemesting door dit dier een hele levensgemeenschap ondersteunen.

 

Ook als we het nationale park al hebben verlaten kunnen we in de inmiddels mildere avondzon nog bovenop de wagen blijven zitten. Opeens komen er motors rijden vanuit de ondergaande zon en ze laten het stof hoog opwaaien.

We zijn van zonsopkomst tot zonsondergang op pad geweest.



Reacties

Van Atakpamé naar Boukoumbé net over de grens met Benin. Steeds dieper Afrika in met als hoogtepunten de Tamberma Vallei met zijn eeuwenoude levende historie en een voodoo begrafenis in Kara.

Dag 5: Naar het midden van Nergens

 

 

Atakpamé - Blitta 104 km

Wat bezielt een man van 51 om met de lokale jeugd om het hardst te gaan rijden met 10 kg bagage achterop terwijl de temperatuur is opgelopen tot 37 graden, kun je je afvragen. Toch was het niet de voorzitter die na het eten plots als een blok neerviel. En op de vragende blikken en het uitgesproken "hospital" volgde een vragende blik terug en dan begrijp je dat er niet echt iets aan de hand moet zijn hier in Blitta ver van alle westerse gemakken en vanzelfsprekendheden. Het was een spijsverteringsprobleem en misschien een zonnesteek dus het busje krijgt morgen twee man mee.



In de vroege nog draaglijke ochtendwarmte zijn oogstactiviteiten gaande.




De monotonie van het landschap wordt af en toe onderbroken als we een rivier oversteken

Ondanks roepende meesters rennen de kinderen allemaal de school uit naar de rand van de weg. We vormen als fietspeleton met onze vreemde outfit een onweerstaanbare attractie voor de lokale jeugd. Ik probeer het maar zo voor te stellen dat het moet zijn alsof er in de kinkerstraat opeens vijf Indianen in oorlogskleuren te paard verschijnen. De groep links doet toch maar wat de meester zegt maar de brutaalste club is al aan de weg verschenen.

In elk dorp vind je een soort bar met rieten dak en hoten staketsel. De lokale jeugd stroomt ook atijd toe waar wij neerstrijken enze willen allemaal op de foto. Ook de jongen met de verlegen glimlach en het litteken op zijn bovearm in zijn meer dan oversized Obama shirt.

Het dorpsvoetbalelftal gaat graag als groep op de foto. Veel open gezichten.

Een beetje achteraf zie ik een meisje staan. Achteraf zie je pas wat een schoonheid, rust en sereniteit ze uitstraalt op de foto. Hoe ze haar handen en voeten plaatst heeft iets koninklijks.

Zo maar in het bos aan een touw staat een stier van formaat. 

In het dorp Blitta ligt een van de weinige hotels op dit parkoers waarvan we gebruik kunnen maken. René in het busje is vooruit gegaan maar heeft een alternatief moeten regelen. Het blijkt namelijk dat het hotel niet meer bestaat; de uitbater is een paar maanden geleden overleden. In iets wat eigenlijk een café is kunnen we kamers krijgen. Ze koken spaghetti voor ons en een gevulde emmer fungeert als douche. Op de kamer ook een soort poster. Als je hem omdraait zie je de gebruiksaanwijzing in stripvorm van het omdoen van een condoom. 's nachts verdringt het halve peleton zich rond de primitieve toiletten waar je met een emmer uit de put naar toe moet. Het straatvoedsel begint zijn tol te eisen.

 

Dag 6: hersteltocht naar Sokodé


René gaat weer rijden en ik heb afgesproken bij hem te blijven. Dat betekent koffiemolentje rijden, hoge frequentie, lage snelheid. Mijn darmen hebben geheel tegen de gewoonte in toch last gekregen van het straatvoedsel of putwater en een hersteldag kan absoluut geen kwaad.

Hier in het midden van het land zie je nog steeds kerken maar er verschijnen ook steeds meer moskeeën, veelal dezelfde, geschonken door Koeweit of Saudie Arabië zoals hier ion het dorp Sotoboua.

Nog steeds komt overal de vriendelijkheid die dit land uitstraalt je via de kinderen tegemoet.

In de dorpen zien we naar het noorden toe steeds vaker, naast de vierkanten lemen huizen, kleine ronde hutten met rieten daken in een punt.

Je ziet ook veel vrouwen lopen met grote zakken houtskool zoals ze hier liggen opgestapeld.

De hoeveelheid kinderen in Togo is indrukwekkend. Mooie gezond ogende kinderen maar wel vaak gekleed in veel te grote kleren of gescheurd en tot op de draad versleten.

Sokodé is de tweede stad van het land met 100.000 inwoners en de hoofdstad van Centrale. Er is een grote moskee maar verder zie je voornamelijk geïmproviseerde gebouwen en stoffige wegen. Wel is het druk tegen de avond met vooral veel brommers op straat.

Hier een foto van hartje centrum Sokodé met in de verte de minaret en koepel van de grote Moskee.

Een mooie verzamelijng jerrycans. Handel is de belangrijkste bezigheid van de mensen als is het in winkels niet altijd duidelijk waarin er wordt gehandeld.

Dat is op markten meestal gemakkelijker, zeker bij de kleinere handelaren zoals dit meisje met haar uien

 

Dag 7: Over de bergen naar Kara

 

In de straat van ons hotel in een rustige buitenwijk van Sokodé is een groep jonge vrouwen bijeengekomenvoor ze op de brommer naar hun werk gaan. Wij vertrekken om 7 uur om de klim naar Aledjo in de koelere morgen te kunnen doen.

Als we Sokodé uitrijden zien we de berg in de verte al liggen

We drinken nog wat in een café in Aleheride waar we een gesprek hebben met een aantal moslim mannen met rooddoorlopen ogen van de drank.

De Klim is omngeveer 9 km lang en piekt even boven de 800 meter. Vrachtauto's moeten onderweg worden gepasseerd want die mogen maar 5 km per uur als ze bergopwaarts rijden. Onderweg steekt een baviaan de weg over. Bovenop splitst de weg zich en boort zich als eenrichtingsweg door een indrukwekkende rots heen.

 

Over de berg zijn langs de weg weer aardig wat vergeten groentes te koop. Wij nemen smakelijke groene sinaasappels en rijpe papaya's. De vrouwen zijn hier gesluierd. Een vrouw komt voorbij met een teil gevuld met bakstenen op het hoofd.

 

De man die ooit een mooie rode trui met rendieren voor kerstmis kreeg heeft hem toen het mooiste eraf was aan de missie geschonken. Nu wordt het gedragen door een meisje in Togo dat er twee keer in past.

tot voorbij Bafilo blijven we in de bergen rijden

Tot plotseling de vlakte zich tot aan de horizon uitstrekt.

Voor we Kara binnenrijden kruisen we de gelijknamige rivier met tussen de rotsen langs de oever groenteakkers van volkstuinformaat.

Voor de lunch bereiken we ons hotel, een mooi complex met prima restaurant in een groene tuin en redelijk centraal. Het is ook de plaats waar een van Club Gerrit's betere verhalen zich afspeelt. Rene, een van de markantste figuren van de groep, was te snel aan het eten, ook gedreven door de uitstekende kwaliteit van de maaltijd. Achter ons tafeltje in het inmiddels drukke restaurant hing een zeil om iets af te dekken.toen Rene zijn maag zich omkeerde dook hij onder het zeil om de inhoud niet geheel ten overstaan van al het publiek op de grond te deponeren. Desalniettemin ging de scene toch niet geheel aan de toeschouwers voorbij en Rene besefte dat. Hij veegde snel het ergste van zijn gezicht kwam onder het zeil vandaan en sprak met een weids armgebaar nogal luid: ""Le manger est formidable".

In de straat die van ons hotel naar het centrum leidde was markt al begon hij verder om de hoek pas officieel. Met witte hoofddoek een dame die niet op de foto wilde wat we in dit land nog niet eerder hadden meegemaakt.

 

Toen we na een siesta naar het zwembad wilde gaan verderop in een duurder hotel en onze tuin uitgingen hoorden we plotseling aanzwellende drums en voor we het doorhadden stonden we midden in een van de meest bizarre optochten die ik oooit heb gezien. Jong en oud danste in trance en zwaaide met bladeren of vreemde meegenomen attributen die aan de kleren waren bevestigd. Een man met een integraalhelm, een man met een baksteen op zijn hoofd, diverse mensen bedekt met wit poeder en allemaal zongen ze en dansten. Het bleek te gaan om een begrafenis en de geesten moesten worden afgeleid om de ziel van de overledene zo snel mogelijk naar de andere kant te kunnen laten ontsnappen, legde men mij uit.

 

 

Dag 8: Naar de grens en de middeleeuwen



We moesten lang wachten en zelfs terug naar Kandé voor we de Tamberma vallei in konden rijden. Toen was de hitte in deze onwerkelijke plaats eigenlijk ondraaglijk geworden en na iedere slok water voelde de keel onmiddelijk weer kurkdroog.

 

Hier uit Kara komt de grote leider van het land die Togo 38 jaar lang in een ijzeren dictatoriale greep hield vandaan, Etienne Eyadame. In 2005 overleed hij maar dit soort prestige objecten - de Universiteit van Kara - vind je hier en niet in Lomé.

Het eerste stuk was wat rommelig met kleine wegen maar prachtige bomen

 Alleen Leon vertrekt nog in de bus maar ook hij wil het laatste stuk van de etappe meerijden. Hier is het asfalt glad en de weg vlak. Alleen de wind is tegen en wil niet meewerken.

 

Ook hier veel voetgangers - vrouwen en kinderen - met grote lasten, zoals hier zakken houtskool, op het hoofd.

Halverwege Kandé komt er meer accidentatie in het land. Rechts een vrachtauto met pech, iets wat we regelmatig zien. De vrachtautios zijn oud en in de regel zwaar overbeladen. Als er iets breekt dan blijft de chauffeur bij de auto en de bijrijder gaat hulp halen of onderdelen. Dat kan dagen of zelfs weken duren.

in de verte de Atacora mountains op de grens met Benin.

Een lange pauze in Kandé waar de uitreisformaliteiten worden verricht. In de Tambermavallei is geen douane. We spreken met en luisteren naar wat muzikanten die wel geinteresseerd zijn  in wederzijdse optredens. Er is in Kandé een groot jaarlijks festival.

 De weg naar de Tamberma vallei. Opeens verscheen er een slagboom en mochten we niet verder. Onze uitreispapieren waren niet genoeg. We moesten ook entreebewijzen hebben voor de vallei zelf en die konden we daar niet krijgen maar we moesten ervoor terug naar Kandé. Na lang wachten konden we pas om twee uur 's middags op het heetst van de dag de vallei in. Boven de 40 graden wordt fietsen een vermoeiende zaak. Je mond schreeuwt voortdurend om water,  je benen worden pap en je hoofd wazig.

De mensen hier in de vallei bouwen hun huizen als kleine gefortificeerde kastelen van gedroogde modder en stro , tata's genoemd, sinds in de 16e en 17e eeuw mensen zich hier verschansten voor de wrede slavenhalers van de koning van Dahomey - het tegenwoordige Benin - die er een eeuwenlang schrikbewind op na hield.

Voor de tata zie je de voodoo beelden, kleine altaartjes waar offers worden gebracht van palmolie en kippenbloed.

Uit de zon blijven is het beste wat je kunt doen hier in de middaghitte maar onmogelijk voor de fietser die zijn eindbestemming moet bereiken.

Er loopt een brede rivier door de vallei

Hier en daar verspreid in de vallei staan tata's en wat bomen.

zo'n machtige Baobab verschaft aardig wat schaduw

Ook over de grens die we ongemerkt zijn gepasseerd is het beeld hetzelfde

We slapen uiteindelijk in een hotel tata, een nagebouwde weliswaar, maar een unieke ervaring, Iedereen zijn eigen torentje en er is zelfs een douche in de tata.








Reacties

Togo en Benin zijn twee kleinere, langwerpige West-Afrikaanse staatjes met een kleine kuststrook en een groot divers achterland gelegen tussen Ghana en Nigeria en in het noorden grenzend aan Burkina Faso. Togo is Afrika in het klein: in het zuiden heb je een zeer groene vruchtbare vlakte (Maritime) die naar het noorden overgaat in een vruchtbaar  bergachtig gebied (Plateau) waar bijvoorbeeld koffie wordt verbouwd.  Verder naar het noorden vormen Centrale en Kara de savanne-gebieden waarbij Kara een stuk bergachtiger en ruiger is. In het uiterste Noorden is Savane de streek die aan de Sahel grenst, een zeer droge streek waar de woestijn oprukt.

Turkish Airlines is een prettige maatschappij om mee te vliegen en ze vliegen naar zeer veel bestemmingen in Afrika waaronder Lomé, de hoofdstad van Togo. Togo  was onze eerste Afrika bestemming en een echte aanrader. Diverse landschappen en een uitermate prettige bevolking en zoals haast overal in West Afrika kom je met Frans overal.



Lome is geen hectische stad, voor Afrikaanse begrippen zelfs rustig al leek het in de avondrit vanaf het vliegveld een grote vrijmarkt.

Hotel :Le Gallion ligt ten westen van het centrum, een paar honderd meter van de grans met Ghana.


Dag 1: Kpalimé niet bereikt


Na het ontbijt vertrekken we naar het noorden.We rijden heel even langs de kust om landinwaarts te trekken en de zee voorlopig niet meer terug te zien. We pinnen in het centrum al doet zoals vaak in Afrika alleen de Visa credit card het.

We volgen de '5' die redelijk druk is in het begin. Opvallend zijn de billboards van de overheid  die zich richten op de bestrijding van Aids. Op het bord rechts staat een oudere man afgebeeld. "En wat als deze man het met je dochter deed?", staat er boven. "Waarom doe jij het dan met die van hem" is het antwoord in dikke gele letters.

het is zondag en hier in het zuiden is men overwegend Christelijk al blijft men ook de oude religie (Voudoun - inderdaad als Voodoo) trouw. Het is wel zaak op zondag scherp gekleed te gaan.

In Afrika zijn de mensen altijd dingen aan het verplaatsen en daarvoor hebben ze doorgaans geen auto tot hun beschikking. Hier twee man met een handkar en een jonge vrouw die haar voeten, hoofd en kaarsrechte rug inzet. 


Ook kinderen moeten meedoen in het halen en brengen van spullen. Ook water moet worden gehaald en komt hier niet vaak uit de kraan.

De 5 is aangelegd als een route nationale in Frankrijk: in een rechte lijn dwars over obstakels heen. De heuvels zijn hier zeer bescheiden maar toch raad ik iedereen aan te doen wat wij hebben nagelaten: een dag te acclimatiseren in Lomé. Wij kwamen 's avonds aan en vertrokken de volgende ochtend en hadden direct een rit van ruim 120 km gepland. De zon begint hier echter al om 9.00 uur fel te branden en de temperatuur loopt in januari in de middag snel op naar een graad of 36.

Zondag is ook een dag van lopen maar dan in je mooiste kleren met het gezin naar de kerk. Opvallend is wel dat het hier alleen vrouwen en kinderen betreft. De enige man op de foto komt op de motor.

Vlakbij Keve staat om het hoekje een hele kudde koeien, hier steevast uitgevoerd met lange vervaarlijke hoorns en meestal grijs-wit van kleur. Twee man in kleurige gewaden begeleiden de kudde.

De mensen in het zuiden van Togo zijn uitermate open en vriendelijk. Overal worden we gegroet en waar we neerstrijken voelen we ons thuis. Wel nieuwsgierigheid maar nergens argwaan. De kleine fotootjes die ik mee heb van thuis worden met verbazing en gretigheid bekeken. 

Als het water weer op is en nergens een winkeltje waar we zakjes of flesjes kunnen krijgen is te vinden, komen we achter een dorpje terecht bij de nieuwe pomp. De kinderen zien er dermate blakend van gezondheid uit dat we het wagen onze bidons hier te vullen. Ik geef wat van de 3 kilo pennen en opschrijfboekjes  die ik heb meegenomen van de Action aan de moeder van deze kinderen, die daar meer dan blij mee is. Als je cadeautjes geeft aan de kinderen zelf moet je rekening houden met een stevige oploop en gedrang waarvan jij het middelpunt bent.


Er zijn veel brandjes onderweg. Deze worden aangestoken om het terrein open en de grond vruchtbaar te houden. De Baobab bomen overleven zo'n brand wel. Tesamen met de gewone middaghitte worden de omstandigheden te heftig om te fietsen. Enkele leden in het kleine peleton snakken naar rust en iedereen naar een zwembad en een koele drank.


We weten dat er na 90 km een overnachtingsmogelijkheid moet zijn. Er is een soort hotel bij een complex wat een een voetbalschool blijkt te zijn.

Er zijn niet alleen kamers om te overnachten, er is ook bier en er is een zwembad en 's avonds staat er Antilope op het menu.


Dag 2: een mislukte excursie, de zegen van de onafhankelijkheid als fietser


Wat is het toch mooi om niet afhankellijk te zijn van openbaar vervoer of moeizame onderhandelingen met particuliere chauffeurs waar je aan bent overgeleverd als je zonder eigen vervoer in een ver land op reis bent. Dat besef hadden we vooral na de excursie naar een vlinderloos vlinderbos in een volgepakte te krappe toyota waarin we van het prachtige berglandschap om ons heen maar weinig hebben kunnen genieten.

Op de geplande rustdag reden we de resterenmde 30 kilomter naar Kpalimé. Vanuit Kpalimé zijn de bergen aan de grens met Ghana gemakkelijk te bereiken. Het idee was om daar een vlinder-safari te houden in het matige hotel bood zich een gids aan waar we achteraf niet blij mee waren.


 

Markt op een kruispunt onder een afdak en zoals overal kleine bananen en papaya's in overvloed.

Nog voor de stad kwamen we langs de in een kerkje repeterende Brassband. Goed om even te luisteren en te praten met collega muzikanten aan de andere kant van de wereld.

Kpalimé is de hoofdstad van de regio Plateau en een van de grootste steden van Togo. Er lopen maar twee geasfalteerde wegen doorheen, de 5 en de weg naar Ghana. Verder veel stoffige, rode onverharde wegen. De sfeer is eerder provinciaals dan grootsteeds.


Aan het eind van deze stoffige straat met aan weerszijden ambulante winkeltjes waar vooral onduidelijkheden worden verkocht zie je de kathedraal.

Na een lange middag in een te kleine toyota zonder vering heen en weer gesleept van een vlinderbos in de rupsentijd en een restaurant met kip te taai om te eten bleek aan het einde toch nog een bestemming te zijn waarvoor het de moeite loonde om uit te stappen. Na een smal pad door weelderig groen werd een spectaculaire waterval bereikt.

Wie zeurt er nog over opgepropt zitten in een oude toyota als je ziet hoever dee vrouw moet lopen met een vracht op haar hoofd. Of als de opinie in het land klaarblijkelijk niet zodanig is dat ze kinderen als deze te jong vinden voor sex zodat ze als zodanig op een billboard moeten verschijnen.


Dag 3: Naar een klooster in de bergen


verder het land in en da n hard omhoog het plateau op door dorpen waar we een echte bezienswaardigheid zijn. Aan het eind van de dag eten we in stilte in een klooster in de bergen.

voorlopig volgen we nog de 5 terwijl de bergen dichterbij komen. In de betrekkelijke ochtend koelte zijn we hier al een belevenis voor de dorpsbewoners.

vrouwen halen water waar de toevoer handig hoog is zodat de teil op het hoofd gevuld kan worden

De hele dag zitten deze mensen hier met aan koopwaar een tros bananen of een paar broodjes en wij kunnen er gewoon tussen gaan zitten en gaan op in de groep. De sfeer is relaxed en gemoedelijk. Stress is hier heel ver te zoeken. Wat zal je je ook druk maken als iedere dag het zelfde verloopt.


de winkels hier dragen religieueze namen. Hier de kruidenier 'Ere zij God'.

Leon, de fietsenmaker, steklt iets bij.Er is lokale belangstelling.

Een ideale gelegenheid om voor de eerste echte klim nog wat van mijn extra kilo's aan cadeautjes voor de kinderen af te komen. De juf loopt er al mee weg. De kinderen staren vol ongeloof over zoveel witheid naar de vreemd uitgedoste Yovo met zijn fototoestel.

 


Overmand door de hitte en de steilte van de klim moeten de fietsers even een plek in de schaduw zoeken. Liggend op het asfalt zie ik een grijze tok, een neushoornvogelachtige met forse snavel tussen de kale takken van een enorme boom.


In Digbe. het dorp bovenop het plateau vindt de hergroepering plaats. Hier een groep waarbij ik enkele broers vermoed


Op het pleintje waar we verzamelen worden voetbalplaatjes van de Nederlandse compedtitie uitgedeeld. Je zou denken dat ze er niemand van kennen maar de kinderen zijn zichtbaar enthousiast en lopen verrukt met hun buit weg.De burgemeester tracht orde te houden, de gulle gever verdwijnt in de massa en een locale coca cola-fan kijkt schaterlachend toe.


Enige honderden meters hoger op het plateau m,aar nagenoeg weer vlak vervolgen we de weg naar de prefecture zetel: Apeyeme.

Als je zelf opgaat in het dorp en zijn dagelijks leven kun je als fotograaf onzichtbaar worden en het dorp portretteren zoals het is.

we eten lunch op het plein met de bevolking en krijgen fufu - dat je hier gemaakt ziet worden uit maniokmeel - met een hete gele jus en erin enkele snippers geitenvlees.

De kinderen van Togo gaan graag op de foto. Overal worden we enthousiast door hen  begroet net een langgerekt Boooòònjour.


Als een van de fietsers ballonnen gaat opblazen en loslaten barst een volksfeest los


Niet ver van de hectiek belanden weopeens in een lommerrijke laan met dourians aan de stammen van grote bomen en de serene rust van een klooster. Het klooster is gebouwd van inheemse houtsoorten, bemand door Afrikaanse priesters en nonnen en toch Europees.

we krijgen een kamer en worden geacht in stilte mee te eten met de monniken. We slapen goed in de stilte en de aanmerkelijk koelere nachtlucht al is het maar 800 meter hoog.


Dag 4: Naar het centrum



De dag begint met een te hoog been van onze yogi bij wie het direct keihard in de rug schiet. We proberen het nog even maar al snel wordt duidelijk dat het niet gaat. Een busje wordt geregeld en een begeleider. Gekneed door de nonnen wordt hij op het transport naar Atakpane voorbereid.

De weg die wij moeten gaan kronkelt omhoog en omlaag door de bergen, altijd onverhard en soms gemeen steil. Vaak is het zoeken naar de juiste afslag.

Waar komt hij vandaan en hoe ver moet hij nog lopen met zijn jerrycan op zijn hoofd. Hoe oud is hij? Een jaar of 5?



Een dorp in de bergen, eerst zoals het is en dan uitgelopen als een portret voor de fotograaf.


En dan terug op de weg is er een winkel en water en frisdrank.  De poses van de twee broers die de zaak runnen zijn wel heel verschillend.

Wassen in de rivier en we zijn de bergen uit en terug op de grote weg bij Atakpamé












Reacties